What is LessonUp
Search
Channels
AI tools
Log in
Register
‹
Return to search
balans 32
balans niveau 3
1 / 14
next
Slide 1:
Slide
Bedrijfseconomie
MBO
Studiejaar 2,3
This lesson contains
14 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
balans niveau 3
Slide 1 - Slide
Wat is een balans?
A
overzicht van bezittingen en schulden
B
overzicht van kasgeld per maand
C
Winstberekening
D
Kostenberekening voer
Slide 2 - Quiz
Wat staat er altijd bovenaan de balans en ontbreekt op de onze?
Slide 3 - Open question
Welke posten staan aan de debetzijde? Bezit of schuld?
Slide 4 - Open question
Wat zijn debiteuren?
A
Een verhuurder van een loods
B
klanten waar je nog geld van tegoed hebt
C
leveranciers die nog geld van jou tegoed hebben
D
Werknemers
Slide 5 - Quiz
Bedrijven die nog een betaling tegoed hebben van jou heten:
Slide 6 - Open question
Eigen vermogen is:
A
Saldo van de bankrekening.
B
Gedeelte wat de ondernemer “zelf in het bedrijf geinvesteerd.”
C
Alle bezittingen.
D
Grond en gebouwen.
Slide 7 - Quiz
Er gaat nu het een en ander veranderen aan de balans. Open in its learning het bestand:
"balans horend bij lesson-up balans 32"
Slide 8 - Slide
De onderneming koopt voorraad kunstmest ter waarde van € 8.000 op rekening. Wat gebeurt er?
A
Voorraad +€ 8.000, Eigen vermogen −€ 8.000
B
Voorraad +€ 8.000, Bank −€ 8.000
C
Voorraad + € 8000, Crediteuren -€ 8.000
D
Voorraad +€ 8.000, Crediteuren +€ 8.000
Slide 9 - Quiz
Een debiteur betaalt € 5.000 via de bank. Wat gebeurt er?
A
Debiteuren −€ 5.000, Bank +€ 5.000
B
Debiteuren +€ 5.000, Bank +€ 5.000
C
Debiteuren −€ 5.000, Eigen vermogen +€ 5.000
D
Debiteuren +€ 5.000, Crediteuren −€ 5.000
Slide 10 - Quiz
De onderneming lost € 10.000 af op de lening met geld van de bank. Wat gebeurt er?
A
Lening −€ 10.000 Crediteuren +€ 10.000
B
Bank −€ 10.000 Eigen vermogen −€ 10.000
C
Bank −€ 10.000 Lening −€ 10.000
D
Kas −€ 10.000 Lening −€ 10.000
Slide 11 - Quiz
De onderneming betaalt € 4.000 aan openstaande crediteuren vanuit de kas. Wat gebeurt er?
A
Kas −€ 4.000, Crediteuren −€ 4.000
B
Bank −€ 4.000, Crediteuren −€ 4.000
C
Kas −€ 4.000, Eigen vermogen −€ 4.000
D
Kas −€ 4.000, Crediteuren +€ 4.000
Slide 12 - Quiz
Een afnemer betaalt een factuur aan de ondernemer. Wat gebeurt er?
A
Debiteuren neemt toe Bank neemt toe
B
Debiteuren neemt af Bank neemt af
C
Debiteuren neemt af Bank neemt toe
D
Debiteuren neemt toe Bank neemt af
Slide 13 - Quiz
Er worden kavels grond verkocht. Er wordt direct betaald.
A
De post grond neemt toe De post bank neemt toe
B
De post grond neemt af De post bank neemt toe
C
De post grond neemt af De post bank neemt af
D
De post grond neemt toe De post bank neemt af
Slide 14 - Quiz
More lessons like this
5V Eenmanszaak - herhaling
January 2026
-
22 slides
Bedrijfseconomie
Middelbare school
havo
Leerjaar 4
5H - Eenmanszaak - Herhaling
October 2025
-
30 slides
Bedrijfseconomie
Middelbare school
havo
Leerjaar 4
4HV - Beginbalans + Ontvangsten herhaling
2 days ago
-
14 slides
Bedrijfseconomie
Middelbare school
vwo
Leerjaar 4
5V Eenmanszaak - herhaling
December 2025
-
22 slides
New lesson editor
Bedrijfseconomie
Middelbare school
havo
Leerjaar 4
Administratie hst 3 paragraaf 3.2 boekingsstukken
April 2024
-
19 slides
Economie & Ondernemen
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 3
Administratie boekingsstukken
March 2025
-
20 slides
Economie & Ondernemen
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 3
Administratie hst 3 paragraaf 3.4 en 3.5 Inrichting boekhouding
April 2024
-
20 slides
Economie & Ondernemen
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 3
H2.1 tm 2.3 Eenmanszaak - herhaling
January 2026
-
34 slides
Economie
Middelbare school
havo
Leerjaar 3