1. Evil (gemeen) - d. gemeen
2. Imprisoned (gevangen) - f. gevangen
3. A virgin (een maagd) - j. een maagd
4. Pregnant (zwanger) - e. zwanger
5. A basket (een mand) - h. een mand
6. She-wolf (wolvin) - g. wolvin
7. A shepherd (een herder) - a. een herder
8. To found (stichten) - b. stichten
9. An argument (een ruzie) - c. een ruzie
10. dawn (opkomst) - i. opkomst