4.1 Kritiek en idealen: De Verlichting

1 / 44
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 44 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon is thuis/kluis (of in het Zakkie in de schooltas)
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Tijd van Pruiken en Revoluties

Slide 3 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Terugblik-opdracht
1. Lees de tekst eerst voor jezelf. 








2. Schrijf voor jezelf op past deze bron bij Pruik of Revolutie?

Slide 4 - Slide

This item has no instructions


Schrijf nu een gezamenlijk antwoord op. Past deze bron bij Pruik of Revolutie?
Terugblik-opdracht

Slide 5 - Open question

This item has no instructions

Terugblik-opdracht
1. Lees de tekst eerst voor jezelf. 








2. Schrijf voor jezelf op past deze bron bij Pruik of Revolutie?

Slide 6 - Slide

This item has no instructions


Schrijf nu een gezamenlijk antwoord op. Past deze bron bij Pruik of Revolutie?
Terugblik-opdracht

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon is thuis/kluis (of in het Zakkie in de schooltas)
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

4.3 Kritiek en idealen: De Verlichting

Welke kritiek hadden de verlichtingsfilosofen op de absolute heersers?

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de volgende begrippen: ‘rationalisme’, ‘Trias Politica’ en ‘Verlichting’, verlicht absolutisme (R)
  2. Je kunt uitleggen hoe de (denkwijze van de) wetenschappelijke revolutie leidde tot de Verlichting. (T1)
  3. Je kunt verschillende voorbeelden noemen van verlicht denken op cultureel (religieus), politiek, sociaal en economisch gebied. (T2)
  4. Je kunt de ideeën van de filosofen Locke, Montesquieu en Rousseau toelichten en uitleggen waarom dit Verlichte denkers waren. (T1)
  5. Je kan uitleggen waarom de ideeën van de Verlichting vooral in Frankrijk veel aanhang kregen. (I)

Slide 10 - Slide

This item has no instructions


Welk begrip past het best bij de manier van regeren van Lodewijk XIV?
A
Absolutisme
B
Democratie
C
Monarchie

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions


Wat is geen kenmerk van het absolutisme onder Lodewijk XIV?
A
Er komen hervormingen in de economie
B
Het Edict van Nantes wordt ingetrokken
C
De adel komt in Versailles wonen
D
Er werden weinig oorlogen gevoerd

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions


Waarom liet Lodewijk XIV alle adel bij hem in Versailles wonen?
A
Hij wilde veel mensen om zich heen hebben omdat hij zich anders eenzaam voelde.
B
Hij wilde dat alle adel samen was zodat ze zich konden verdedigen tegen de revolutie.
C
Hij vertrouwde de adel niet en wilde ze goed in de gaten kunnen houden.

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Absolutisme
Kenmerken:
  • Trouwe edelen werden beloond met speciale taken en mooie baantjes = voorrechten (= privileges)
  • De ambtenaren moesten precies doen wat de koning wilde
  • Het gewone volk had niets te vertellen
  • Mensen mogen geen kritiek hebben
  • De koning, geestelijken en de ambtenaren leefden in grote rijkdom


Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Lodewijk XIV
Lodewijk XIV ging rare dingen doen : 
  • Eigen bijnaam: le Roi Soleil ("De Zonnekoning").
  • Bouwen van een gigantisch paleis (Versailles)
  • Hij bepaalde de godsdienst van Frankrijk: katholicisme.
  • Al het geld ging naar de eigen spaarpot toe.
  • Economie ging slecht: giga-jaloers op Nederland! Daarom bedacht hij het Mercantilisme

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Ideeën van de Verlichting

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Ancien Régime
Frankrijk in de 18e eeuw: Ancien Régime
  • Absolute vorst
  • Standenmaatschappij
  • Privileges

Pak je smartphone of tablet en klik op de <a href="https://youtu.be/A1fVOw5nmC8">link</a> om het paleis van Versailles van binnen te bekijken!

Slide 17 - Slide

This item has no instructions


Standenmaatschappij

  • Sinds de middeleeuwen was de Franse samenleving verdeeld in 3 standen: 'bidders, strijders en werkers'
  • Over deze verdeling kon niet worden getwijfeld: God had dit zo bepaald.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Standensamenleving

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon is thuis/kluis (of in het Zakkie in de schooltas)
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

4.3 Kritiek en idealen: De Verlichting

Welke kritiek hadden de verlichtingsfilosofen op de absolute heersers?

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Terugblik
Wat is de boodschap van de tekenaar?

Slide 22 - Open question

This item has no instructions

           Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de volgende begrippen: ‘rationalisme’, ‘Trias Politica’ en ‘Verlichting’, verlicht absolutisme (R)
  2. Je kunt uitleggen hoe de (denkwijze van de) wetenschappelijke revolutie leidde tot de Verlichting. (T1)
  3. Je kunt verschillende voorbeelden noemen van verlicht denken op cultureel (religieus), politiek, sociaal en economisch gebied. (T2)
  4. Je kunt de ideeën van de filosofen Locke, Montesquieu en Rousseau toelichten en uitleggen waarom dit Verlichte denkers waren. (T1)
  5. Je kan uitleggen waarom de ideeën van de Verlichting vooral in Frankrijk veel aanhang kregen. (I)

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Hoe bereik je het volk?
  • Niet iedereen kon lezen, zeker niet in de 3e stand. 
  • Maar spotprenten? Die begreep iedereen!

  • Deze spotprenten werden meestal gemaakt door de bourgeoisie.
Geestelijkheid
De 1e stand
Adel
De 2e stand
De 3e stand
Alle mensen die niet bij de 1e of 2e stand horen.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Ideeën van de Verlichting

Slide 25 - Slide

This item has no instructions


De Verlichting
vanaf ±1700



  • Een periode waarin mensen hun kennis (willen) vergroten, door steeds meer uit te gaan van het verstand (rede, ratio)

  • Hierdoor krijgen mensen ook meer kritiek op de koning, de kerk en de adel.

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Een nieuwe manier van denken

Slide 27 - Slide

Dit nieuwe denken werd eerst alleen toegepast op de natuur, maar werd na verloop van tijd ook toegepast op de mens en de maatschappij
Er ontstonden dan vragen zoals: Wie mag het land besturen en hoe moet dat eerlijk gebeuren?
Er kwam kritiek op het absolutisme
Nieuwe manier van denken
Kenmerken van de nieuwe manier van denken:
  • Observeren: zelf waarnemen.
  • Experimenteren: zelf doen, uitproberen.
  • Redeneren: zelf nadenken, zelf conclusies trekken na onderzoek.

Slide 28 - Slide

René Descartes 1596 – 1650. Descartes kwam uit Frankrijk, maar woonde ook lange tijd in de Republiek
Eén van de oorzaken van de wetenschappelijke revolutie is dat de mens door de ontdekkingsreizen veel meer van de wereld zag. Er werden nieuwe werelddelen ontdekt, met andere volken en kennis. Hoe de mens over de wereld dacht moest wel veranderen.
Ook de toenemende welvaart was belangrijk voor het ontstaan van de wetenschappelijke revolutie. Geleerden werkten ook samen, zij gingen verder met onderzoek dat al eerder gedaan was.

Verlichting
= Een denkstroming uit de 17e en 18e eeuw, waarin het gebruik van het eigen verstand centraal stond.

De Verlichting draait om tolerantie
vrijheid, gelijkheid en broederschap.

Slide 29 - Slide

Dit nieuwe denken werd eerst alleen toegepast op de natuur, maar werd na verloop van tijd ook toegepast op de mens en de maatschappij
Er ontstonden dan vragen zoals: Wie mag het land besturen en hoe moet dat eerlijk gebeuren?
Er kwam kritiek op het absolutisme
Aan de slag
Lees de tekst. Het is een tekst van de filosoof Spinoza.






  1. Wat doet een filosoof?
  2. Over welke onderwerpen schreef Spinoza? Noem minimaal twee onderwerpen.
  3. Waarom vluchtten veel buitenlandse geleerden in de Gouden Eeuw naar de Republiek?

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Belangrijke Verlichtingsfilosofen
John Locke (Eng. 1632-1704)
Het volk geeft de koning/ regering zijn macht 

Charles de Montesquieu (Fr. 1689-1755)
Trias Politica, de scheiding der machten

Jean Jacques Rousseau (Fr. 1712-1778)
Volksvertegenwoordiging doet wat het volk wil.

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
1. Lees de tekst eerst voor jezelf. 








2. Schrijf voor jezelf op welke verlichtingsideeën je terug kunt lezen in de bron?

Slide 32 - Slide

This item has no instructions


Welke verlichtingsideeën kun je teruglezen in de bron?
Aan de slag:

Slide 33 - Open question

This item has no instructions

Aan de slag
Aan de slag met de Filosofenopdracht:
Vul het kwadrant op de juiste manier in. Welke filosoof hoort aan de kant van de absolute macht of juist aan de kant gedeelde macht? Welke filosoof is verlicht of juist religieus?

Het gaat om de volgende filosofen:
A. Locke
B. Montesquieu
C. Rousseau

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Belangrijke Verlichtingsfilosofen
John Locke (Eng. 1632-1704)
Het volk geeft de koning/ regering zijn macht 

Charles de Montesquieu (Fr. 1689-1755)
Trias Politica, de scheiding der machten

Jean Jacques Rousseau (Fr. 1712-1778)
Volksvertegenwoordiging doet wat het volk wil.

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Verlicht Absolutisme
Sommige vorsten namen zich voor om de ideeën van de Verlichting te combineren met het absolutisme.

De vorst heeft nog wel alle macht, maar hij nam zich voor naar de wil van het volk te luisteren.

Slide 36 - Slide

Hij maakte een microscoop bekeek dingen en schreef op wat hij zag.

Frederik de Grote staat bekend als een Verlicht absolute vorst. Bewijs dit met behulp van de bron.

Slide 37 - Open question

This item has no instructions

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Aan de slag met de Filosofenopdracht:
Vul het kwadrant op de juiste manier in. Welke filosoof hoort aan de kant van de absolute macht of juist aan de kant gedeelde macht? Welke filosoof is verlicht of juist religieus?

Het gaat om de volgende filosofen:
A. Locke
B. Montesquieu
C. Rousseau

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Absolutisme
Verlicht absolutisme

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Absolutisme
Verlicht absolutisme
droit divin
geen droit divin
vorst dient alleen zichzelf,  het volk telt niet
vorst dient het volk: nieuwe ideeën, vrijheid/gelijkheid 
volk geen inspraak
volk geen inspraak
geen godsdienstvrijheid
wel godsdiensttolerantie
1 persoon, de vorst, beslist
ruimte voor overleg (min, ambten)
standensamenleving
ancien régime
standensamenleving
ancien régime
slogan verlicht absolutisme : alles voor het volk, niets door het volk !!

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

           Begrippen
           uit deze les
  • Rationalisme
  • Trias Politica
  • Empirisme
  • Verlichting
  • Verlicht Absolutisme

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Terugkijken 
op de leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de volgende begrippen: ‘rationalisme’, ‘Trias Politica’ en ‘Verlichting’, verlicht absolutisme (R)
  2. Je kunt uitleggen hoe de (denkwijze van de) wetenschappelijke revolutie leidde tot de Verlichting. (T1)
  3. Je kunt verschillende voorbeelden noemen van verlicht denken op cultureel (religieus), politiek, sociaal en economisch gebied. (T2)
  4. Je kunt de ideeën van de filosofen Locke, Montesquieu en Rousseau toelichten en uitleggen waarom dit Verlichte denkers waren. (T1)
  5. Je kan uitleggen waarom de ideeën van de Verlichting vooral in Frankrijk veel aanhang kregen. (I)

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Slide 44 - Video

This item has no instructions