Ouderenzorg 3

Ouderenzorg 3
We spelen individueel. 
Kan jij de oudere zorgvrager goed inschatten?
Veel succes!
1 / 23
next
Slide 1: Slide
VerpleegkundeHoger onderwijs

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Ouderenzorg 3
We spelen individueel. 
Kan jij de oudere zorgvrager goed inschatten?
Veel succes!

Slide 1 - Slide

Welke drempels ken je nog waar allochtone ouderen mogelijks op kunnen botsen?

Slide 2 - Mind map

Welke uitspraak is NIET juist?
Ouderen met migratieachtergrond
A
Hebben meer risico op beroepsziekten
B
Hebben meer last van psychosomatische klachten
C
Hebben soms problemen met hun gezondheid door een onaangepast dieet (gebrek aan beweging, andere voedingsgewoontes,...)
D
Voelen zich minder snel oud.

Slide 3 - Quiz

Welke tips en tricks ken je in het algemeen voor het cultuursensitief werken binnen de zorg

Slide 4 - Open question

Slide 5 - Video

Goed of fout
Ouderen met migratieachtergrond onthouden het best de taal die ze als laatste hebben aangeleerd.
A
Goed
B
Fout

Slide 6 - Quiz

Sexual teaching is:
A
Het informeren over mogelijke gevolgen van ziekte en behandeling.
B
Het geven van voorlichting rond de menselijke voortplanting en de veranderingen aan het lichaam bij het ouder worden.
C
Informeren hoe om te gaan met mogelijke gevolgen op seksualiteit bij ziektes allerhande.
D
Het informeren over EN het omgaan met de invloed van bepaalde ziektes op het seksueel functioneren.

Slide 7 - Quiz

Welke informatie en tips zou jij geven als verpleegkundige aan de patiënten en/of hun partners na een prostatectomie?

Slide 8 - Mind map

Wat bemoeilijkt seksualiteit en intimiteit in het WZC?

Slide 9 - Open question

Hypertone dehydratatie is:
A
Het waterverlies is groter dan het zoutverlies
B
Het zouterverlies is groter dan het waterverlies
C
Er is een evenredig verlies van water en zout
D
Er is opstapeling van vocht onder de huid

Slide 10 - Quiz

Wat zijn mogelijke gevolgen van dehydratatie?

Slide 11 - Mind map

Wat zijn observationele schalen om pijn te meten (bij ouderen)?
A
Verbaal numerieke schaal
B
De Painaid
C
De MNA
D
De pacslac

Slide 12 - Quiz

De drie meest voorkomende oorzaken van pijn bij ouderen zijn:
A
Osteo-arthrose, lage rugpijn en dementie
B
Dementie, osteo-arthrose en constipatie
C
Decubitus, osteo-arthrose en lage rugpijn
D
Lage rugpijn, osteo-arthrose en osteoporose

Slide 13 - Quiz

Waar of niet waar?
Pijn bij ouderen wil meestal wel zeggen dat de ziekte erger wordt
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quiz

Wat is geen observationele pijnschaal voor ouderen?
A
Colored analoge scale
B
PAINAD
C
Doloplus
D
PACSLAC

Slide 15 - Quiz

Wat zijn aandachtspunten bij het gebruik van NSAID's?

Slide 16 - Mind map

Een gewrichtsaandoening die gekenmerkt wordt door veranderingen in het gewrichtskraakbeen noemt men
A
Jicht
B
Reumatoïde artritis
C
Artrose
D
Osteoporose

Slide 17 - Quiz

Slide 18 - Slide

Welk ziektebeeld zie je hier afgebeeld?
A
Artrose
B
Reumatoïde artritis
C
Osteoporose
D
Jicht

Slide 19 - Quiz

Slide 20 - Slide

Van welk ziektebeeld is voorgaande foto een symptoom
A
Artrose
B
Reumatoïde artritis
C
Osteoporose
D
Jicht

Slide 21 - Quiz

Wat is je bijgebleven van de lessen ouderenzorg 3? Wat vond je boeiend en wat heb je gemist?

Slide 22 - Open question

Hoe vond je dat de lessen van ouderenzorg 3 gebracht werden?

Slide 23 - Mind map