1C 10 en 11 december

1C - donderdag 10 december
Ga rustig zitten en pak je spullen. 
1 / 18
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 18 slides, with text slides.

Items in this lesson

1C - donderdag 10 december
Ga rustig zitten en pak je spullen. 

Slide 1 - Slide

Planning
1. woordenschatschrift / herkansing Giovanni, Marwan, Hamdija, Ersin 
2. Begrijpend lezen: klassikale oefening
3. Aan de slag! 
4. Afsluiting

Lesdoel: Aan het einde van de les heb je geoefend met begrijpend lezen. 

Slide 2 - Slide

Woordenschatschrift
https://nos.nl/artikel/2359954-premier-rutte-kerstshoppen-wordt-zo-veel-mogelijk-ontmoedigd.html

Schrijf op: ontmoedigen 

Slide 3 - Slide

Ontmoedigen
het enthousiasme/de durf (van iemand) sterk laten afnemen. 

Bijvoorbeeld: Ik wilde gaan studeren, maar de leraar heeft mij ontmoedigd.

Slide 4 - Slide

Begrijpend lezen: klassikaal
1. Ga allemaal naar de Google Classroom
2. Klik op 'donderdag 10 december begrijpend lezen'
3. Lees goed mee! 

https://www.youtube.com/watch?v=ih_AkSGw5E8

Slide 5 - Slide

Flyer maken! 
WAT: H3 schrijven - opdracht 2 (over het Suikerfeest) 

HOE: Pak een leeg, wit blaadje en maak een flyer. 
--> beantwoord eerst de 5xw+h vragen!! 

Maak een serieuze, mooie, aantrekkelijke flyer. 
Doe je best! 


Slide 6 - Slide

Afsluiting
Huiswerk voor morgen: flyer meenemen --> morgen nog even tijd om af te maken + te beoordelen van elkaar. 

LET OP: Je moet een leesboek bij je hebben. 

Slide 7 - Slide

1C - vrijdag 11 december
Ga rustig zitten en pak je leesboek. 

Slide 8 - Slide

Planning
1. 10 minuten in stilte lezen
2. H3 woordenschat
pauze
4. Flyer maken 
5. Afsluiting

Lesdoel: Aan het einde vd les kun je de betekenis van een onbekend woord vinden door voorbeelden.

Slide 9 - Slide

Woordraadstrategieën
H1: Synoniem 
H2: Een omschrijving zoeken 
H3: Een voorbeeld zoeken 
H4: Een tegenstelling zoeken
H5: Een bekend woorddeel zoeken

Slide 10 - Slide

H3. een voorbeeld zoeken

Jongeren die iets hebben vernield, krijgen soms een taakstraf, zoals papier prikken of onkruid weghalen. 

Ken je de betekenis van een woord niet? --> Kijk of er voorbeelden in de tekst staan!! 

Slide 11 - Slide

Voorbeeld gebruiken 



'We gingen naar de opticien om een nieuwe bril uit
te zoeken. In de brillenwinkel was er veel keuze.'




Slide 12 - Slide

Opdracht 1 klassikaal

Slide 13 - Slide

Aan de slag!
WAT: Opdracht 2+3
HOE: Alleen of samenwerken, fluisteren
HOE LANG: Tot de pauze
HULP: Ik loop rond voor vragen
KLAAR: Leesboek zoeken, kruiswoordpuzzel

Slide 14 - Slide

Letterlijk of figuurlijk?
Veronique draagt een prachtige gouden ring.

Slide 15 - Slide

Letterlijk of figuurlijk?
Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.

Slide 16 - Slide

Letterlijk en figuurlijk taalgebruik (opdracht 3)

Letterlijk = het staat er precies zoals het is.

Figuurlijk = Als een zin figuurlijk is bedoeld, dan betekent het dat er iets anders wordt bedoeld dan er staat. Spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegdes zijn figuurlijk taalgebruik. 

Slide 17 - Slide

Flyer maken/kerstkaart
DRIE mogelijkheden
Optie 1: H3 schrijven opdracht 2 (Suikerfeest)
Optie 2: Flyer maken voor het kerstfeest klas 1 + klas 2 
--> Kunnen we ophangen in de school!

Optie 3: kerstkaart voor ouderen in bejaardentehuis schrijven

Slide 18 - Slide