Persoonlijke voornaamwoorden & lidwoorden in het Engels

English lesson


1 / 28
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBeroepsoriëntatieBasisschoolGroep 3

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

English lesson




Persoonlijke voornaamwoorden & lidwoorden

Wat weet je al over Engelse voornaamwoorden en het gebruik van the, a en an?

Leerdoelen

Aan het eind van de les weet je wanneer je de persoonlijke voornaamwoorden in het Engels gebruikt (ik, mij, mijn, hij, zij, hem, haar, ons, hen, ons, jij, het) én wanneer je the, a en an gebruikt.

Wat zijn persoonlijke voornaamwoorden?

Persoonlijke voornaamwoorden vervangen namen van personen of dingen in een zin. Bijvoorbeeld: ik, hij, zij, wij, jullie, het.

Vertaling van persoonlijke voornaamwoorden

I, me, my, he, she, him, her, us, them, our, you, it

ik, mij, mijn, hij, zij, hem, haar, ons, hen, ons, jij, het

Engels

Nederlands

Gebruik van 'the', 'a' en 'an'

The gebruik je als je in het Nederlands 'de' of 'het' gebruikt. A of an gebruik je voor 'een' in het Nederlands. An gebruik je wanneer het volgende woord met een klinkerklank begint (a, e, i, o, u).

Voorbeelden met the, a, an

The book is on the table. The president gave a speech. She has an apple. He bought a car. It is an hour.

......... is eating an apple.

A

He

B

I

C

She

D

You

........... are going to the park.

A

She

B

We

C

It

D

He

........... is my best friend.

A

I

B

You

C

She

D

They

__ old man

A

A

B

An

C

Answer C

D

Answer D

__ field

A

A

B

An

C

Answer C

D

Answer D

__ accident

A

A

B

An

C

Answer C

D

Answer D

__ knife

A

A

B

An

C

Answer C

D

Answer D

__ orange

A

A

B

An

C

Answer C

D

Answer D

__ hospital

A

A

B

An

C

Answer C

D

Answer D

__ hour

A

A

B

An

C

Answer C

D

Answer D

__ union

A

A

B

An

C

Answer C

D

Answer D

__ university

A

A

B

An

C

Answer C

D

Answer D

Aan de slag!

Maak: werkblad ''personal pronouns''


Klaar? maak exercise 3A/B en 4 op bladzijde 7 in je werkboek.


Huiswerk:

Woensdag 23 september 1ste lesuur

Zoek op wat ''has'' en ''have'' is in het Engels en wat hun doel is in een zin.

15

minute

00

second

Questions?


Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd

Aan het eind van de les weet je wanneer je de persoonlijke voornaamwoorden in het Engels gebruikt (ik, mij, mijn, hij, zij, hem, haar, ons, hen, ons, jij, het) én wanneer je the, a en an gebruikt.

Leerdoel van deze les

Hoeveel sterren geef je jezelf?

Minimaal 1 ster, maximaal 5 sterren




Vertaalopdracht: voornaamwoorden

Koppel de Nederlandse persoonlijke voornaamwoorden aan de juiste Engelse vertaling. Bijvoorbeeld: ik = I, haar = her, ons = us.

Oefening: vul in

Vul het juiste Engelse voornaamwoord in: 1. ___ am happy. 2. Give it to ___. 3. ___ car is blue. 4. ___ is sitting there. 5. We see ___ every day.

Werkboek: maak opdracht 2 tm 5 in je werkboek

klaar? Engelse woorden kleuren (werkblad)