Signaalwoorden

Structuurwoorden
  • Uitleg
  • Opsomming
  • Reden
  • Gevolg
  • Samenvatting
  • Tegenstelling
  • Voorwaarde
  • Conclusie 
  • Tijd
1 / 15
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min
Report this lesson

Items in this lesson

Structuurwoorden
  • Uitleg
  • Opsomming
  • Reden
  • Gevolg
  • Samenvatting
  • Tegenstelling
  • Voorwaarde
  • Conclusie 
  • Tijd

Slide 1 - Slide

Welke Spaanse structuurwoorden ken je?

Slide 2 - Mind map

Het doel van structuurwoorden
Om je tekst beter leesbaar te maken

Voorbeelden
y / o / por eso / después / además / primero / segundo / al final / cuando / como / entonces / luego / también / tampoco / pero / por fin / porque / sino / si / para (que) / por tanto

Slide 3 - Slide

Tipos de conectores
de causa
geven oorzaak/reden aan
de tiempo
geven aan wanneer iets gebeurt
de consecuencia
geven een gevolg (consequentie) aan
de argumento
geven een verduidelijking van wat er in de zin staat
de oposición
geven een tegenstelling aan

Slide 4 - Slide

           conectores de causa
                 Structuurwoorden  

    


Ayer Juan comió una manzana en la escuela, porque tenía hambre. 

Hemos ganado el partido gracias a un gran gol de Messi.

  •     a causa de - door
  •     como - doordat
  •     debido a - door
  •     gracias a - dankzij
  •     por culpa de - door toedoen van
  •     porque - omdat, doordat
  •     ya que = omdat
geven oorzaak/reden aan
geven oorzaak/reden aan

Slide 5 - Slide




Yo estudiaba en la biblioteca mientras escuchaba música.

Yo no sabía qué hacer cuando vi la noticia
conectores de tiempo
      Structuurwoorden  
  • después de (que) - na 
  •  cuando - wanneer, toen, als
  • luego - daarna
  • mientras (que) - terwijl
  • antes de (que) - voor(dat)
  • finalmente - uiteindelijk 
geven aan wanneer iets gebeurt
geven aan wanneer iets gebeurt

Slide 6 - Slide

           conectores de consecuencia 
                 Structuurwoorden  

    


No me sentía bien, por eso/ por consiguiente decidí quedarme en casa.


Este libro es para aprender a cocinar.
  • así que - zodat
  • para (inf) - om
  • por eso - daarom
  • por lo tanto - daarom
  • de manera que - op die manier dat
  • por consiguiente - dus  
geven een gevolg (consequentie) aan
geven een gevolg (consequentie) aan

Slide 7 - Slide




Ella canta como una profesional.

Me gustan los deportes de equipo, por ejemplo, el fútbol y el baloncesto.
conectores de argumento
      Structuurwoorden  


además - bovendien
a saber - te weten 
en cuanto a - wat betreft
es decir - dat wil zeggen
como - zoals
por ejemplo - bijvoorbeeld 
geven een verduidelijking van wat er in de zin staat
geven een verduidelijking van wat er in de zin staat

Slide 8 - Slide

           conectores de consecuencia 
                 Structuurwoorden  

    
  • a pesar de (que) - ondanks (dat)
  • aunque - hoewel
  • sin embargo - toch
  • pero - maar
  • en cambio - daarentegen
  • no obstante - desondanks 
Estaba lloviendo, sin embargo, decidimos salir a caminar.



Yo prefiero el verano, en cambio, mi hermano prefiere el invierno.
geven een tegenstelling aan

Slide 9 - Slide

tegenstelling
reden
toevoeging&nbsp;<div>opsomming</div>
sin embargo
porque
entre otras
aunque
ya que
por ejemplo
pero
como
también

Slide 10 - Drag question

además
A
zodat
B
daarom
C
echter
D
bovendien

Slide 11 - Quiz

por lo tanto
A
nauwelijks
B
daardoor
C
daarom, dus
D
in feite

Slide 12 - Quiz

a menos que
A
tenzij
B
minder dan
C
bijvoorbeeld
D
toch

Slide 13 - Quiz

¡Practicamos!

https://www.bookwidgets.com/play/N57TDk-T-iQAFF6PqzgAAA/3GPZ33L/signaalwoorden?teacher_id=5762646504636416

Slide 14 - Slide

¡Practicamos más!
libro de trabajo pág.97: 
ejercicio 7 a+b


Slide 15 - Slide