This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
1.1 sporen van de eerste mensen
Verleden, heden en toekomst
Slide 1 - Slide
De tien tijdvakken
Tijdvak staat voor een periode uit de geschiedenis.<br>Elk tijdvak heeft een:<br>- Naam (Tijd van ...)<br>- Icoontje<br>- Jaartallen<br>- Periode<br>- Kenmerkende aspecten<br><br>
Slide 2 - Slide
De tijd van jagers en boeren
tot 3000 v.Chr.
Slide 3 - Slide
- Je kunt het verschil uitleggen tussen de prehistorie en historie.
- Je weet wat geschreven en ongeschreven bronnen zijn.
- Je weet wat direct/primaire en indirect/secundaire bronnen zijn.
- Je kunt bronnen indelen op basis van bovenstaande kenmerken.
Slide 4 - Slide
Prehistorie = de voorgeschiedenis
Historie = de geschiedenis
Slide 5 - Slide
1. Sleep de woorden naar het juiste vak.
Tijd zonder geschreven bronnen
Tijd met geschreven bronnen
Slide 6 - Drag question
Bronnen
(Overblijfselen) sporen uit het verleden. OF Geven informatie over het verleden.
Slide 7 - Slide
Geschreven
Ongeschreven
Slide 8 - Slide
Direct/primair: komt uit die tijd
Indirect/secundair: komt uit een latere tijd
Slide 9 - Slide
Oefenen
We gaan nu oefenen met de vaardigheid: Bronnen Beantwoord de volgende vragen.
Slide 10 - Slide
Stelling: Jager-verzamelaars hebben vooral geschreven bronnen nagelaten.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 11 - Quiz
De periode waarover geen geschreven bronnen bestaan, noemen we?
Slide 12 - Open question
Het tegenovergestelde van de prehistorie is de historie. Welke bronnen kom je tegen in de historie?