D2H1 Basisvaardigheden

Deel 2 – Tekstverwerking

Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden


Deze presentatie ook zo opslaan in je OneDrive, op de juiste locatie!

1 / 35
next
Slide 1: Slide
New lesson editorToegepaste informaticaSecundair onderwijsBeroepssecundair onderwijsLeerjaar 3,4

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min
Report this lesson

Items in this lesson

Deel 2 – Tekstverwerking

Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden


Deze presentatie ook zo opslaan in je OneDrive, op de juiste locatie!

Leerdoelen

  • Document openen en opslaan

  • Cursor verplaatsen en tekst selecteren

  • Kopiëren, knippen, plakken

  • Speciale en onzichtbare tekens

  • Lint, groepen en statusbalk

  • Document afdrukken en extensies

  • Sneltoetsen toepassen

1. MS Word document openen

1

2

3

2. Bestanden opslaan

A. Opslaan (Ctrl+S): wijzigingen bewaren

B. Opslaan als: nieuwe naam, locatie of formaat

Wat is het verschil tussen 'Opslaan' & 'Opslaan Als'

2. Bestanden opslaan

A. Opslaan (Ctrl+S): wijzigingen bewaren (Is al opgeslagen op een locatie)

B. Opslaan als: nieuwe locatie

3. Cursorbeweging

  • Pijltjestoetsen: per teken/regel

  • Ctrl + pijlen: per woord

  • Ctrl + Home/End: begin/einde document

  • Shift + pijlen: selecteren

  • Ctrl + shift + end

  • Ctrl + shift + pijl

CTRL +

CTRL +

SHIFT +

Wat is de functie van Ctrl + pijltjes?

CTRL +

A

Verplaatst de cursor per zin.

B

Verplaatst de cursor per woord.

C

Verplaatst de cursor naar het begin.

D

Verplaatst de cursor naar het einde.

Wat doet Ctrl + Home?

CTRL +

A

Verplaatst de cursor naar links.

B

Verplaatst de cursor naar het einde.

C

Verplaatst de cursor naar beneden.

D

Verplaatst de cursor naar het begin.

Wat doet Shift + pijltjes?

SHIFT +

A

Verplaatst de cursor zonder selectie.

B

Selecteert tekst terwijl je beweegt.

C

Verplaatst de cursor naar het begin.

D

Verplaatst de cursor naar het einde.

Wat doet Ctrl + End?

CTRL +

A

Verplaatst de cursor naar beneden.

B

Verplaatst de cursor naar boven.

C

Verplaatst de cursor naar het begin.

D

Verplaatst de cursor naar het einde.

4. Speciale tekens

€ - * - & - é - # - à - è - () - ' - " - @


4. Speciale tekens

€ - * - & - é - # - à - è - () - ' - " - @ - ? - ! - $ - % - []


Sneltoets voor: 1) knippen- 2) kopiëren - 3) plakken

5. Kopiëren, knippen, plakken

  • Ctrl+C: Kopiëren

  • Ctrl+X: Knippen

  • Ctrl+V: Plakken

  • Plakopties: Opmaak behouden / Alleen tekst

6. Lint en statusbalk

  • Lint (bovenaan) = bovenste balk met tabbladen

  • Groepen / rubrieken = bv. Klembord, Lettertype, Alinea, Stijlen, Bewerken, ...

  • Via het pijltje van groep/rubriek ga je altijd naar instellingen van die groep/rubriek

  • Statusbalk (onderaan) toont paginanr., woorden, zoom

6. Lint en statusbalk

  • Lint (bovenaan) = bovenste balk met tabbladen

  • Groepen / rubrieken = bv. Klembord, Lettertype, Alinea, Stijlen, Bewerken, ...

  • Via het pijltje van groep/rubriek ga je altijd naar instellingen van die groep/rubriek

  • Statusbalk (onderaan) toont paginanr., woorden, zoom

6. Lint en statusbalk

  • Lint (bovenaan) = bovenste balk met tabbladen

  • Groepen / rubrieken = bv. Klembord, Lettertype, Alinea, Stijlen, Bewerken, ...

  • Via het pijltje van groep/rubriek ga je altijd naar instellingen van die groep/rubriek

  • Statusbalk (onderaan) toont paginanr., woorden, zoom

Welke groep bevat opmaakopties?

A

De groep 'Tabellen'

B

De groep 'Afbeeldingen'

C

De groep 'Lettertype'

D

De groep 'Alinea'

Waar vind je de knop 'Opslaan'?

A

In het tabblad 'Bestand'

B

In het tabblad 'Beeld'

C

In het tabblad 'Indeling'

D

In het tabblad 'Controleren'

Wat vind je in de groep 'Alinea'?

A

Opties voor lettertypen

B

Opties voor afbeeldingen

C

Opties voor uitlijning

D

Opties voor tabellen

In welke rubriek vind je stijlen?

A

De rubriek 'Afbeeldingen'

B

De rubriek 'Opschriften'

C

De rubriek 'Stijlen'

D

De rubriek 'Invoegen'

In het lint kan je navigeren door verschillende.....

A

Groepen

B

Afbeeldingen

C

Tabbladen

D

Symbolen

7. Benaming document

MS Word bestand noemen we altijd "een document".

8. Afdrukken

In het lint , op welke tabblad moet je klikken om bij 'afdrukken' te geraken?

8. Afdrukken

  • Ctrl+P of Bestand > Afdrukken

  • Printer, kopieën, paginabereik, marges

9. Extensies

  • .docx – Word document

  • .pdf – pdf bestand

  • .txt– tekstbestand


10. Tekst selecteren

  • Dubbelklik: woord

10. Tekst selecteren

  • Klik in marge: regel

10. Tekst selecteren

  • Drievoudige klik: alinea

10. Tekst selecteren

  • Ctrl+A: alles selecteren

11. Onzichtbare tekens

  • ¶ = alinea-einde (Enter)

  • ↵ = zachte regeleinde (Shift+Enter)

  • • = spatie,

  • → = tab

  • Ctrl+Shift+8 om te tonen/verbergen

11. Onzichtbare tekens


12. Sneltoetsen

  • Ctrl+N: Nieuw document

  • Ctrl+O: Openen, Ctrl+S: Opslaan

  • Ctrl+C/X/V: Kopiëren, knippen, plakken

  • Ctrl+Z/Y: Ongedaan maken, opnieuw

  • Ctrl+Enter: Nieuwe pagina