lesdag 7

lesdag 7
programma
Mens in beeld van Hennie
rouw en verlies
Dementie werking van de hersenen> onbegrepen gedrag
Vertellen van je ontwikkeling als woonzorgassistent 
Afronding.
1 / 71
next
Slide 1: Slide
GezondheidskundeMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 2,3

This lesson contains 71 slides, with interactive quizzes, text slides and 6 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

lesdag 7
programma
Mens in beeld van Hennie
rouw en verlies
Dementie werking van de hersenen> onbegrepen gedrag
Vertellen van je ontwikkeling als woonzorgassistent 
Afronding.

Slide 1 - Slide

Verdriet, Verlies en rouwverwerking
lesdag 13

Slide 2 - Slide

inhoud 
* wat is rouw
* rouwreacties
* fasen van rouw
* rouwtaken
* interventies bij rouw

Slide 3 - Slide

Wat houdt palliatieve zorg in?
Zorg die gegeven wordt aan zorgvragers als er geen genezing van een ziekte meer mogelijk is.
Bijvoorbeeld bij uitbehandelde kanker, dementie, Parkinson, COPD, hartfalen.
Met deze ziektes kun je nog wel weken, maanden, jaren leven.

Slide 4 - Slide

Wat is het verschil tussen palliative en terminale zorg?

Slide 5 - Open question

Slide 6 - Video

Slide 7 - Slide

Verlies 
en 
Rouwverwerking

Slide 8 - Slide

Omschrijf kort in je eigen woorden wat rouw is?

Slide 9 - Open question

Wanneer kan er sprake zijn van rouw?

Slide 10 - Open question

definities van rouw
  • Rouwen is jouw proces om jezelf aan te passen aan die totaal veranderde situatie. 
  • het totaal van gevoelens, gedachten en gedrag dat ontstaat ten gevolge van het permanent missen van iets of iemand dierbaars.
  • een combinatie van emotionele, mentale, lichamelijke, spirituele en gedragsmatige reacties op verlies  

Slide 11 - Slide

wat zijn zaken die de rouwreacties bepalen?

Slide 12 - Mind map

Kenmerken bepalend voor rouwreacties

  • de relatie met de overledene.
  • de leeftijd van de overledene.
  • de vooraf bestaande lichamelijke en geestelijke toestand van de rouwende (zelf ziek zijn, mentale sterkte, etc.)

Slide 13 - Slide

Symptomen en 4 dimensies
Psychisch domein:​

  • Depressie​
  • Angst​
  • Delier
  • Omgang met ziekte




Sociaal domein:
  • Eenzaamheid​
  • Financiële problemen​ 
  • Relationele problemen​ 
  • “Ik ben nog nodig”​
  • Contact met naasten
Fysiek domein:

  • Pijn​
  • Benauwdheid​/kortademigheid
  • Vermagering​
  • Vermoeidheid​
  • Onrust



Verwerkingsdomein:
  • Spiritueel lijden​
  • Zinloosheid​
  • Doodsangst​
  • Afhankelijkheid​
  • “Ik wil niet sterven

Slide 14 - Slide

rouw ondersteuning
Om zeker te weten of iemand in rouw is, in welke fase diegene zit of dat er hulp benodigd is, is het navragen en gedrag vergelijken met de situatie voor het verlies.

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

rouw reactie groepen
emotionele (verdriet, angst, agressie, opluchting, tevredenheid)
mentale (verward, gespannen, hopeloos, zelfmoordgevoelens)
lichamelijke (hoofdpijn, slaapproblemen, eet probleem)
spirituele (eenzaamheid, verlies van levenslust, angst voor eigen  dood)
gedrag (zoekgedrag, nerveus gedrag, opgewonden gedrag)

Slide 17 - Slide

anticiperende rouw
Men ziet het einde aankomen en kan zich voorbereiden.
Voordeel; er is tijd om waardig afscheid te nemen, dit kan de gevoelens verlichten.
Nadeel; bij snel overlijden kan het gevoel van in de steek gelaten worden optreden.

Slide 18 - Slide

rouw model
Er bestaan verschillende manieren (modellen) die aangeven hoe een rouwproces verloopt. 
Deze modellen kunnen aangeven in welke fase men zit en welke zorg misschien nodig is.

Slide 19 - Slide

Kubler Ross model
Elisabeth Kübler-Ross onderscheidde in het rouwproces 5 fasen. Ze beschouwde rouw echter niet als een lineair proces, dat iedereen stap voor stap doorloopt. 
Bij iedereen verloopt het rouwproces anders. Sommige mensen slaan fasen over. Anderen blijven lang in één fase hangen of hernemen een eerdere fase. Ook verlieservaringen uit het verleden bepalen mee hoe iemand vandaag omgaat met rouw.


Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

Rouwtaken
0. Opvoeden in leven en dood 
1. Laten doordringen dat die ander echt dood is.
2.  Omgaan met een wirwar aan gevoelens
3. Verder leven met het gemis
4. Het weefsel van het leven opnieuw weven

Slide 23 - Slide

Model van Stroebe en Schut

Slide 24 - Slide

Modellen
Waar het bij alle modellen op neer komt dat er geen einddoel is.
het leven gaat in aangepaste vorm door na het verlies.

Slide 25 - Slide

gecompliceerde rouw
Als de verschillende fasen worden doorlopen maar iemand blijft lang "hangen"  het proces dan kunnen er complicaties optreden.
hierbij kan je denken aan depressie met alle bijkomende zaken van dien.

Slide 26 - Slide

Interventies bij volwassen
  • verlies vaststellen 
  • stimulering tot uiting van gevoelens
  • begrip tonen
  • ondersteuning bij individuele coping strategieën (waarbij je leert omgaan met de negatieve emoties die bij mentale problemen komen kijken)
  • uitleg geven over de fase van rouw
  • stimulering van spirituele/ culturele/ religieuze uitingen
  • bied een luisterend oor aan

Slide 27 - Slide

....en de zorgverlener?
Als de zorgverleners geen emoties kunnen uiten kan dit leiden tot overbelasting en uiteindelijk tot uitval.
Jarenlang is hier weinig aandacht aan besteed.

Slide 28 - Slide

Belangrijk bij rouw
- Rouw is geen stappenplan 
- Sommige mensen slaan fasen over
- Sommige mensen blijven lang in een fase hangen 


Slide 29 - Slide

 interventies 
  • verlies vaststellen en definiëren
  • stimulering tot uiting van gevoelens
  • begrip tonen
  • ondersteuning bij individuele coping strategieën
  • uitleg geven over de fase van rouw
  • stimulering van spirituele/ culturele/ religieuze uitingen
  • bied een luisterend oor aan

Slide 30 - Slide

Rouw en verlies in verschillende culturen
Rouw reacties zijn niet universeel
Iedere mens/cultuur kijkt anders naar rouw en verlies

- Kennis hebben hierover is belangrijk omdat: 
      je mensen uit verschillende culturen verzorgt
      ieder mens andere rituelen en gebruiken heeft bij dit thema.

Slide 31 - Slide

Rituelen:
  • Bieden houvast
  • Helpen bij afscheid nemen
  • Scheppen ruimte om een nieuwe fase te starten.

Slide 32 - Slide

Rituelen zijn:
  • Handelingen die emoties oproepen.
  • Vertrouwd voor bepaalde mensen
  • Komen vaak voort uit oude tradities
  • Geven aan dat het leven doorgaat. 

Slide 33 - Slide

Rituelen spitsen zich vooral toe op: 
• Het verzorgen van de overledene  
• Het opbaren van de overledenen
• Het rouwbezoek
• Maaltijden voor de rouwbezoekers
• De dodenherdenkingsdagen

Slide 34 - Slide

Culturen en religie
Christendom / Katholicisme 
Christendom
  • Thuis of rouwcentrum
  • Begravenis binnen drie en vijf dagen na overlijden
  • Moment om nog één keer afscheid te nemen
  • Meestal begraven


Katholicisme 
  • Bediend --> gods nabijheid
  • De avond voor de uitvaart een avondwake
  • Cremeren of begraven

Slide 35 - Slide

Wat wordt er afgekeurd in de rooms-katholieke kerk wanneer iemand ernstig ziek is en binnenkort komt te overlijden?
A
Medicijnen
B
Bedienen
C
Euthanasie
D
Hulp van buitenaf (thuiszorg)

Slide 36 - Quiz

Islam + Jodendom
Islam:
  • De overledene wordt eerst gewassen
  • Rein zijn voor Allah
  • Linnen doek 
  • De voeten richting Mekkah
  • Veertig dagen rouwperiode - afsluiting feest

Jodendom:
  • Overledene is met de aarde verbonen (Begrafenis)
  • Zo snel mogelijk de begrafenis
  • Scheur in kleding --> teken van rouw
  • Recht om te leven en recht om te sterven 

Slide 37 - Slide

Rouw ondersteuning
We rouwen allemaal op onze eigen manier.
Om goed aan te kunnen sluiten en de ander te begeleiden is het goed om de ander te kennen, meer over diegene te weten.
Bijvoorbeeld is iemand een prater of juist niet.

Slide 38 - Slide

praten over rouw
Wat kan helpen?

openhartig spel gezamenlijk

Slide 39 - Slide

Slide 40 - Video

Slide 41 - Video

Pauze

Slide 42 - Slide

Anneke van der plaats

Slide 43 - Slide

Slide 44 - Video

afronding opleiding
om beurten neem je ons mee in je leerproces.

Slide 45 - Slide

Reflectievragen
wat is het meest waardevolle wat je hebt geleerd in de cursus?
Welke nieuwe vaardigheden heb je ontwikkelt?
welke uitdagingen ben je tegen gekomen in de cursus?
op welke manier heeft deze cursus je als proffesional veranderd?
wat was je favoriete lesmoment en waarom?
Welke lesaspecten hebben je het meest uitgedaagd?
Wat had je liever anders gezien in de cursus?
Hebben jullie het evaluatieformulier ingeleverd?

Slide 46 - Slide

QUIZ WZA Nijmegen
afsluitende quiz

Slide 47 - Slide

Dementie is een verzamelnaam voor ruim ............ ziektes
A
10
B
15
C
25
D
70

Slide 48 - Quiz

Is Alzheimer het zelfde als dementie?
A
ja
B
nee

Slide 49 - Quiz

Wat is de meest voorkomende vorm van dementie?
A
Alzheimer
B
Vasculaire dementie
C
Lewy body dementie
D
Frontotemporale dementie

Slide 50 - Quiz

Wat is een delier?
A
Een plotseling optredende ernstige dementie.
B
Een plotseling optredende ernstige bloeding.
C
Een plotseling optredende ernstige dorstprikkel.
D
Een plotseling optredende ernstige verwardheid.

Slide 51 - Quiz

Thea is dementerend en steeds opzoek naar ruimtes zoals de WC. Hoe kan Thea daarbij geholpen worden?
A
De inrichting aanpassen
B
Verhuizen
C
Herkenningstekens of pictogrammen plaatsen
D
Alle deuren in huis verwijderen

Slide 52 - Quiz

Elke vorm van dementie begint met vergeetachtigheid
A
waar
B
niet waar

Slide 53 - Quiz

Vasculaire dementie gaat vaak gepaard met depressie
A
waar
B
niet waar
C
weet ik niet

Slide 54 - Quiz

Feedback is altijd negatief
A
Waar
B
Niet waar

Slide 55 - Quiz

de 4 g methode bij feedback geven bestaat ui.
A
gedrag gevoel gevolg en gewenst gedrag
B
gevoel gevolg gewenst gedrag, gewenning
C
gedrag, gevoel, gevolg en gewenning
D
gedrag gevolg, gewenst gedrag en gewenning

Slide 56 - Quiz

Vraag 1: Wat is communicatie?
A
Het overbrengen van informatie van zender naar ontvanger
B
Het overbrengen van informatie van ontvanger naar zender
C
Het overbrengen van informatie van schrijver naar lezer
D
Het overbrengen van informatie van lezer naar schrijver

Slide 57 - Quiz

Wat wordt er afgekeurd in de rooms-katholieke kerk wanneer iemand ernstig ziek is en binnenkort komt te overlijden?
A
Medicijnen
B
Bedienen
C
Euthanasie
D
Hulp van buitenaf (thuiszorg)

Slide 58 - Quiz

Dementie is een palliatieve ziekte
A
juist
B
onjuist

Slide 59 - Quiz

Als WZA mag je geheel zelfstandig de ochtendzorg bij een bewoner doen?
A
juist
B
onjuist

Slide 60 - Quiz

Een hypo wil zeggen een te hoog bloedsuiker gehalte in het bloed
A
waar
B
niet waar

Slide 61 - Quiz

Als iemand een te hoog bloedsuiker gehalte in zijn bloed heeft, is het goed hem extra te laten drinken en bewegen
A
waar
B
niet waar
C
er zijn uitzonderingen

Slide 62 - Quiz

De vriezer moet minimaal staan op
A
-15
B
-17
C
-18
D
-20

Slide 63 - Quiz

De sfeer aan tafel bepaalt voor een groot gedeelte hoeveel een bewoner eet
A
alleen als er een fijne sfeer onderling is
B
alleen als het eten er aantrekkelijk uitziet
C
maakt niks uit
D
A&B samen

Slide 64 - Quiz

Als WZA is het verstandig om te rapporteren?
A
waar
B
niet waar

Slide 65 - Quiz

objectief observeren betekent
A
je beschrijft wat je denkt te zien
B
Je beschrijft wat je denkt te zien en wat je echt ziet
C
je beschrijft wat je echt ziet

Slide 66 - Quiz

Wat is de hamburger methode
A
een communicatie middel
B
een methodiek van feedback geven
C
een methodiek om te bepalen of iemand zorg nodig heeft

Slide 67 - Quiz

een suggestieve vraag is
A
een vraag waarop je ja of nee kan zeggen
B
een vraag waarin al een sturend antwoord zit
C
Een vraag waar je zelf alle kanten mee op kan qua antwoord

Slide 68 - Quiz

het welzijn van mijn bewoner vind ik belangrijker dan het medische

Slide 69 - Open question

Als een bewoner verlamd is aan de linker kant van zijn lichaam, hoe trek je dan een jas aan bij deze persoon, beschrijf dit kort

Slide 70 - Open question

Een idee voor een maaltijd inbrengen is het
A
werk van de WZA
B
werk van het gehele team
C
werk van de bewoner zelf als hij t kan

Slide 71 - Quiz