CG A1 Unidad 11_lesweek 7 laatste lesweek CG

buenos días
1 / 38
next
Slide 1: Slide
SpaansHBOStudiejaar 1

This lesson contains 38 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 180 min

Items in this lesson

buenos días

Slide 1 - Slide

nr. 5 TB TB p.99
herhaling Unidad 6 p. 62

doe in tweetallen 5a

Slide 2 - Slide

nr. 7 TB TB p.100
Bestudeer zelf p. 129 TB paragraaf 8.5, vul de R&S in op 
pagina 113 WB
lees de tekst 7a TB en maak 7c


Slide 3 - Slide

¿Saber o poder? repaso
SABER = kunnen / weten -> bij vaardigheden en kennis = to know (how)
  •                    ¿Sabes esquiar ?  Kun je skiën? 
  •                    ¿Sabes dónde está la Plaza de España? Weet je waar Plza. ES is?
  •                    ¿Sabes hacer una tarta?  Weet je hoe je een taart  moet maken?
 
PODER = Kunnen -> bij mogelijkheden en toestemming = can, may
  •                    ¿Puedes reservar la pista de tenis Kun je de tennisbaan reserveren?
  •                     ¿Puedo pagar con tarjeta?   Kan ik met pasje betalen? 
  •                     ¿Puedes hacer una tarta?     Kun je een taart maken? 

Slide 4 - Slide

¿Saber o poder? 
Kunnen (mogelijkheid) 
Kunnen (vaardigheid, weten
Kunnen (toestemming) 
¿Puedes reservar la pista de tenis?

Kun je de tennisbaan reserveren?
¿Sabes esquiar ?

 Kun je skiën? 
¿Puedo pagar con tarjeta?

 Kan ik met pasje betalen? 
El martes no puedo, tengo clase de piano 

Dinsdag kan ik niet, ik heb pianoles.
¿Sabes dónde está la Plaza de España? 

Weet je waar Plza. ES is?
¿Puedo venir con mis hijos? 
Kan ik met mijn kinderen komen?
 ¿Puedes hacer una tarta?

Kun je een taart maken? 
¿Sabes hacer una tarta?

Weet je hoe je een taart moet maken?

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

"Otro" en "un poco más" Nr.10a p. 93 TB= bijbestellen
telbaar
ontelbaar
otro cuchillo
otra cuchara
otros tres cafés
otras dos cervezas
Un poco (más) de:

pan, agua, salsa

(een beetje meer..)
Vóór otro/-a en medio/-a komt nooit een onbepaald lidwoord:
                            Me trae una otra cerveza
                                                         opdracht 10b : cadena
"Otro" betekent een andere of nog een. Uit de context is altijd af te leiden om welke betekenis het gaat

Slide 7 - Slide

¿Qué tal la comida?  Nr. 11 p. 93 TB
- als je een mening over je eten geeft gebruik je het ww estar
- als je een eigenschap van je eten geeft gebruik je het ww ser
el gazpacho es una sopa
el gazpacho está caliente
schrijf een zin met ser en een met estar ( met bijv.nw uit je boek) over 'de hamburger"
ser
la hamburguesa es de carne
estar
la hamburguesa está deliciosa

Slide 8 - Slide

R&S Unidad 10
deze gaan we samen doorlopen

Slide 9 - Slide

Unidad 11 : we doen bij de cursus A1 t/m oef. 7 TB Unidad 11.
De rest van Unidad 11 komt bij start cursus A2 (boek zeker bewaren en eerste lessen van A2 nog meenemen)

Deze week ook herhaling eerdere stof
Ahora:  R&S 10
mañana TT de 9 y 10 (zelf maken, zie Canvas)

donderdag: oefentoets heel A1
 

Programa de hoy 

Slide 10 - Slide

repaso : un poco de todo

laatste nieuwe stof: Unidad 11: Casa nueva, vida nueva
Hoy Nr. 1 t/m 4 + 6, mañana 5 y 7 
- Casa nueva, vida nueva
- Meubels en inrichting

-Complimenten maken en er op reageren
Programa :
piso / casa / vivienda

Slide 11 - Slide

Unidad 11 p. 97 TB 
            Casa nueva , vida nueva
  • een woning beschrijven
  • inrichting beschrijven
  • complimenten geven en krijgen
Wat betekenen de woorden op p. 97?
Describe tu casa

Slide 12 - Slide

Inés se va a mudar 
Mudarse de casa P. 98 TB
Hablamos -> Nr. 2 TB  ¿Te has mudado..?
1. opdr. 3a: Combineer de voorwerpen met de nummers ........
luister en maak de sleepvraag op de volgende slide
2.opdr. 3b

Slide 13 - Slide

Inés quiere llevarse.....
el microondas
las camas
la mesa y sillas de la terraza
la nevera
el espejo
el lavaplatos
el escritorio

Slide 14 - Drag question

¿Qué diferencias tiene tu piso..? Nr. 3c TB p. 98
oefenen met vergelijkingen/ontkenning/voca
en parejas
Noteer 5 zinnen

Maak ook 3d
bijv. Veo la tele en el salón
timer
8:00

Slide 15 - Slide

Spanjaarden zijn bescheiden en zwakken een compliment vaak een beetje af.


Nr. 6a TB Llegan visitas:
Luister en geef aan of de beweringen bij A  juist zijn. Je mag meelezen met de transcriptie
op pagina 143 TB 
¡Qué mesa tan bonita!
¿Tú crees?
¡Tienes un salón muy grande!
¿Te parece?
¡Qué práctico!
¿Te gusta?
6b. luister nogmaals en combineer commentaar met reactie

Slide 16 - Slide

Dale un cumplido a tu compañero/a
Qué casa más bonita tienes, Naomi

¿Cómo reacciona Naomi?

- ¿Tú crees? ...
- ¿Te parece?...
- ¿Te gusta?...


Slide 17 - Slide

Este es el coche de Julian

Slide 18 - Slide

werkblok
werk aan de opdrachten 1 t/m 10 WB Unidad 11

timer
10:00

Slide 19 - Slide

a practicar 
un poco de todo

Slide 20 - Slide

overzicht Canvas A1
zie pdf

Slide 21 - Slide

CG A1 herhaling diverse thema's

Slide 22 - Slide

¿De qué tienes ganas hoy?
zin hebben in/om
TENER + GANAS DE + hele werkwoord
Voorbeeld:
Tengo ganas de quedar con mis amigos en el bar
Tengo ganas de quedarme en casa
quedar= afspreken
quedarse = blijven 

Slide 23 - Slide

vamos a repasar varios temas
Haz grupos de 4 (máximo) y pon las mesas así

steeds 7 (check) minuten per onderdeel
Maak aantekeningen
timer
7:00

Slide 24 - Slide

Voer samen een gesprek zoals hieronder
  • elkaar begroeten
  • voorstellen
  • leeftijd vragen en zeggen
  • vragen waar de ander woont
  • vragen waar de ander vandaan komt
  • vraag en zeg wat je leuk vindt
  • reageer op de ander

Slide 25 - Slide

werkbladen en dobbelen
4 personas por grupo

verschillende (spreek-)opdrachten

Slide 26 - Slide

En el restaurante

1. Dime una frase para pedir algo en un restaurante. 
2. ¿Cómo se pide algo más?
3. ¿Cómo se valora la comida?
4. ¿Qué verbo utilizar para preguntarle al camarero sobre los ingredientes?   
      (Wat voor ingredienten bevat de maaltijd)

Slide 27 - Slide

2xrollenspel: ober/gast

Slide 28 - Slide

¿ Quién es quién?
Om personen te beschrijven; zoek de vocabulaire 

Vervolgens spelen jullie het spel  ¿Quién es quién? 
Beschrijf iemand uit de klas
stel vragen als : draagt hij/zij een bril; is het een man; heeft hij kort haar, etc.

Slide 29 - Slide

Stel elkaar vragen als :
¿ Cómo se llama el padre de tu padre?
¿y su mujer?
¿ Tienes hermanos?
¿Cómo se llaman?
¿Tienes tíos?
¿Cómo se llaman tus primos?



                                   De stamboom 

Slide 30 - Slide

Me despierto- me levanto- me ducho- me baño- me lavo el pelo- me afeito- me peino- me cepillo los dientes- me visto- desayuno- me maquillo- escucho la radio- veo la tele- leo el periódico- me voy .

Slide 31 - Slide

Panamericana Ecuador
Zoek de volgende zinnen op in de tekst, vertaal en schrijf op:
 
 
 



TB blz. 71
4. Ik denk dat het een heel goed idee is om tijd in de natuur door te brengen.
5. Ik vind het heel leuk
om mijn land aan jullie
te presenteren. 
2. Het zijn traditionele huizen waar je kan slapen en ook de mogelijkheid hebt om excursies te doen.

 3. Daar kun je geweldige dieren observeren zoals leguanen en schildpadden. 
1. Een andere plek die ik heel leuk vind is het uitkijkpunt van Catequilla. 

Slide 32 - Slide

Panamericana Ecuador
input -> output
¿Qué se puede hacer en Ecuador?

Maak 4 zinnen in het Spaans met de 'se impersonal' die antwoord geven op de vraag hierboven. Baseer je op de tekst van p. 71.

Slide 33 - Slide

en una tienda
maak een dialoog m.b.v. stencil
noteer alles

Slide 34 - Slide

Hoy lleva..
https://www.profe-de-espanol.de/2015/05/26/que-ropa-llevas/
maak oefening "i"
practica unos minutos y después ..
"Hoy lleva.. "

Slide 35 - Slide

op de volgende slide

Slide 36 - Slide

¿Qué hay? pag. 98
Maak tweetallen.
Beschrijf om de beurt aan elkaar
een ruimte in het huis en geef zo veel mogelijk 
details.

Slide 37 - Slide

deberes
Maak opdracht 1 t/m 6, 9+10 uit WB Unidad 11

zorg dat je voorbereid bent voor de TT van morgen en de oefentoets van donderdag
herkansen/inhalen vocabulario's: 7 april 9-15 online

Slide 38 - Slide