week 42 Gerundio y el tiempo 26/27

Bienvenidos
¿Qué vamos a hacer?
  • El gerundio
  • vocabulario
  • los deberes
Semana 42
1 / 35
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min
Report this lesson

Items in this lesson

Bienvenidos
¿Qué vamos a hacer?
  • El gerundio
  • vocabulario
  • los deberes
Semana 42

Slide 1 - Slide

Gerundio
Om te vertellen wat je op dit moment aan het doen bent of 
wat er aan de gang is gebruik je de gerundio. 

 + gerundio vorm. 
ESTAR
estoy estás está estamos estáis están
Leerdoel 1: Ik kan zeggen wat iemand aan het doen is.
Librito
p. 38-39

Slide 2 - Slide

estoy
estás
está
estamos
estáis
están
hablar   --> hablando
comer   --> comiendo
escribir  --> escribiendo
Ik ben aan het luisteren.
Hij is aan het voetballen.
Zij zijn aan het praten. 
Estoy escuchando.
Está jugando al fútbol.
Están hablando.
Leerdoel 1: Ik kan zeggen wat iemand aan het doen is.

Slide 3 - Slide

Uitzonderingen
Een aantal werkwoorden heeft een onregelmatige gerundio-vorm
Leerdoel 1: Ik kan zeggen wat iemand aan het doen is.

Slide 4 - Slide

Plaats van persoonlijk vnw.
Bij wederkerende werkwoorden zoals "ducharse" komt het persoonlijk voornaamwoord (vorm van 'se'):
  • Voor de persoonsvorm (vorm van estar)
                    Me estoy duchando.
  • Achter de gerundiovorm vast geschreven.
                    Estoy duchándome.
Leerdoel 1: Ik kan zeggen wat iemand aan het doen is.

Slide 5 - Slide

Khé?
Luister naar het liedje en vul de juiste vorm van de gerundio in.
RAUW ALEJANDRO
Y 
ROMEO SANTOS

Slide 6 - Slide

¿Qué están haciendo?
Hacer: Maak opdracht 1 TM 5
timer
1:00
¿Listo? Klaar? Leer de gerundio en de nieuwe woordjes van 2.1 en 2.2
Leerdoel 1: Ik kan zeggen wat iemand aan het doen is.

Slide 7 - Slide

Leerdoelen
  • Ik kan beschrijven wat ik of 
  iemand anders op dit moment aan 
  het doen is.

Slide 8 - Slide

Hoe vervoeg je estar?

Slide 9 - Open question

Wat is de gerundio-vorm van hablar?

Slide 10 - Open question

Wat is de gerundiovorm van comer?

Slide 11 - Open question

Wat is de gerundiovorm van escribir?

Slide 12 - Open question

Waar komt het persoonlijk voornaamwoord te staan?

Slide 13 - Open question

comer - tú - gerundio

Slide 14 - Open question

Gerundio:
beber - él

Slide 15 - Open question

trabajar, nosotros (gerundio)

Slide 16 - Open question

Gerundio
bailar - ustedes

Slide 17 - Open question

Zet in de gerundio:
pedir*

Slide 18 - Open question

leer, tú (gerundio)

Slide 19 - Open question

dormir, ellos (gerundio)

Slide 20 - Open question

Vocabulario 2.1 
de handschoenen
aanraden
wat gaaf
het weekend
betalen
pakken/nemen
coger
¡Que guay!
el finde
los guantes
aconsejar
pagar

Slide 21 - Drag question

Vocabulario 2.1 
pagar
¡Que guay!
la montaña
los guantes
aconsejar
coger

Slide 22 - Drag question

Leerdoelen

  • Ik kan praten over het weer en het klimaat

Slide 23 - Slide

Hablar del tiempo
Woordenlijst 2.2
Vamos a leer el vocabulario nuevo

Slide 24 - Slide

¿Qué tiempo hace?

Slide 25 - Slide

Hablar sobre el tiempo
Maak de volgende sleepvraag zonder in je woordenlijst te kijken. 
Leerdoel: praten over het weer

Slide 26 - Slide

Hace calor
Hace frío
Hace viento
Hay niebla
Nieva
Hace sol
llueve
hay tormenta

Slide 27 - Drag question

¿Qué tiempo hace?
A
Hace sol
B
Hace frío
C
Está lloviendo
D
Hace viento

Slide 28 - Quiz

¿Qué tiempo hace?
A
Hace calor.
B
Hace 25 °C.
C
Hay niebla.
D
Llueve.

Slide 29 - Quiz

¿Qué tiempo hace?
A
hace sol
B
hace frío
C
hace nube
D
hace viento

Slide 30 - Quiz

¿Qué tiempo hace?
A
hace invierno
B
hace nieve
C
hace frío
D
hace fresco

Slide 31 - Quiz

Hace frío
Hace calor
Hace viento
¿Qúe tiempo hace?
Hace buen tiempo
Hace mal tiempo
het is koud
wat voor weer is het?
Het is warm
Het waait
Het is goed weer
Het is slecht weer

Slide 32 - Drag question

A practicar y escuchar
Haz Libro de alumno pág. 34 y 35 ej. 1-2-4-5
pista 12
Leerdoel: praten over het weer
ejercicio 2
ejercicio 5
Pista 13

Slide 33 - Slide

Vamos a hablar
LA: pág. 35 ej. 6
¿Qué tiempo hace en.......?
Leerdoel: praten over het weer
timer
5:00

Slide 34 - Slide

Deberes - apunta en la agenda
Week 49 :
Maak: LA p. 86 ej. 4 y 5
Maak: LE 5.6 TM 5.8
                     
Leren woorden 1 en Gerundio

Slide 35 - Slide