M&O Week 9 (Les.2) Lessen herhalen

1 / 50
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 69 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
  • Welkom Klas! 
  • Ga allemaal op je plek zitten. 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen

  • Tijdens deze les herhalen we alle leerstof over Mens en Omgeving, zodat ik de begrippen begrijp, voorbeelden kan geven en verbanden kan uitleggen.

Slide 5 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Vuil, schoonmaak, domotica en robotica 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Soorten vuil
Verschillende soorten vuil vereisen verschillende schoonmaakmiddelen en -technieken

  • Droog vuil: zand, hondenharen. 
  • Aangekleefd vuil: modder, limonade, koffievlekken.
  • Onzichtbaar vuil: bacteriën en schimmels in het toilet, douche en keuken. 
  • Micro-organismen: Bacteriën zijn kleine levende wezens die we met het blote oog niet kunnen zien.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Sleep de juiste schoonmaak methode naar het soort vuil
Droog vuil
Aangekleefd vuil
Ontzichbaar vuil
Stofzuigen
Dweilen
Desinfecteren

Slide 8 - Drag question

This item has no instructions

Doel van schoonmaken
1. Reinigen: Vuil verwijderen 
2. Ontkalken: Zorgen dat het kalk verdwijnt
3. Ontvetten: Je hebt hiervoor een product nodig dat kan ontvetten ( zich bind aan het vet).
4. Desinfecteren: Doden van bacteriën

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Reinigen en desinfecteren
Reinigingsmiddelen: Afwasmiddel, allesreiniger
Desinfecterende middelen: chloor, soda


Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Desinfecteren is het
A
schoonmaken met chemicalien
B
verwijderen van zichtbaar vuil
C
ontreinigen van de werkplek
D
chemisch verwijderen van bacterien of sporen

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Reinigen is het verwijderen
A
Van grofvuil door een schoonmaakmiddel
B
Van zichtbaar vuil door een schoonmaakmiddel
C
Van onzichtbaar vuil door desinfectiemiddel
D
Van micro-organismen

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

wat betekenen
de volgende
symbolen ?
A
1=Giftig, 2= bijtend, 3 = schadelijk op lange termijn 1= Milieugevaarlijk, 2= Schadelijk, 3=Oxiderend
B
1 = Ontplofbaar, 2 = giftig, 3= milieugevaarlijk
C
1 = Milieugevaarlijk, 2 = giftig, 3 = oxiderend
D

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Verdeel alle blauwe vakjes over de rode onderdelen!
Zeer giftig
Ontvlambaar
Milieugevaarlijk
Bijtend

Slide 14 - Drag question

This item has no instructions

Hoe noemen we werk dat één keer in de zes weken gedaan wordt?
A
Dagelijkse werkzaamheden
B
Maandelijkse werkzaamheden
C
Wekelijkse werkzaamheden
D
Periodieke werkzaamheden

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Noem een voorbeeld van milieu bewust wassen
A
Wasgoed buiten ophangen
B
Voorwas programma gebruiken
C
Wassen met hoge temperaturen
D
Antwoord A, B en C zijn juist

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Hulpmiddelen
Hulpmiddelen worden ingezet om het welzijn van mensen te vergroten en het werk vaak lichter te maken





Technologische hulmiddelen. 
Tegenwoordig zie je steeds meer technologische ontwikkelingen. 


Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Waar is dit een voorbeeld
van?
A
Domotica
B
Robotica

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Is deze ingang geschikt
voor mensen in een
rolstoel ?
A
Ja
B
Nee

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Wat aan deze keuken kan je
aanpassen voor iemand in een
rolstoel ?

Slide 20 - Open question

This item has no instructions

Arbowet

Werkgevers en werknemers zijn samen verantwoordelijk voor goede werkomstandigheden in een bedrijf.

Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet): hierin staan regels voor werkgevers en werknemers om de gezondheid, veiligheid en welzijn van werknemers te stimuleren.

De arbeidsinspectie controleert dit. Als je toch door je werk ziek wordt kun je een Arboarts raadplegen.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Wat staat er in de Arbowet?

A
De werknemers zijn verantwoordelijk voor goede werkomstandigheden in een bedrijf.
B
De werkgevers zijn verantwoordelijk voor goede werkomstandigheden in een bedrijf.
C
De werkgevers en werknemers zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor goede werkomstandigheden in een bedrijf.
D
De overheid is verantwoordelijk voor goede werkomstandigheden in een bedrijf.

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Wat is Ergonomie?
A
Iets wat met de wetenschap te maken heeft
B
Verstandig met je lichaam omgaan.
C
Je ergert je aan iemand
D
Iets wat met geld te maken heeft

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Domotica
Met domotica maken we gebruik van elektronische aanpassingen in een woning en woonomgeving van een bewoner.
Een aantal voordelen van domitica in de hulpverlening en zorg:
  • Mensen kunnen langer zelfstandig blijven wonen.
  • Minder kosten in de zorg (er is minder personeel nodig).
  • Het zorgt voor vermindering van gevoelens van eenzaamheid.
  • Het biedt ondersteuning voor het personeel.

Nadelen:
Een nadeel van domotica is dat het afhankelijk is van technologie. Dit kan uitvallen.
Het aanschaffen, installeren en onderhouden is kostbaar.



Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Waar is een robot die een oudere man gezelschap houdt een voorbeeld van?
A
Domotica
B
E-Health
C
Ergonomie
D
Robotica

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Veiligheid gaat boven alles. Waar moet je op letten om een zo veilig mogelijke omgeving te hebben?
Noem drie zaken waar je aan moet denken bij het inrichten van een gebouw.

Slide 26 - Open question

This item has no instructions

Robotica
Robotica in de zorg houdt in dat steeds meer menselijke handelingen en taken worden overgenomen door robots. Dit is in volle ontwikkeling. Robots in de zorg kunnen voor allerlei doelen worden ingezet.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Objectief en subjectief

Objectief waarnemen:
Feiten


Subjectief:
Mening

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Objectief
Subjectief
Melk bevat calcium.
 Je hebt 1.800 calorieën verbruikt.
Uw excuus is erg wantrouwend voor mij.
Het lijkt erop dat je een geest hebt gezien.
De oogsttijd van de vijgen is herfst.
Bijna 80% van de meer dan 1 miljard rokers in de wereld woont in lage- of middeninkomenslanden.

Slide 29 - Drag question

This item has no instructions

Formeel en informeel
  • Formeel: Zakelijk gesprek
  • Informeel: Vriendschappelijk gesprek

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

<span style="font-weight:bold">Formeel taalgebruik</span>
<span style="font-weight:bold">Informeel taalgebruik</span>
Hey mam, wat eten we vanavond?
Deze brief betreft mijn sollicitatie. 
Geachte lezer, ik mail u naar aanleiding van...
Yes! We hebben een voldoende voor onze presentatie! Hij ging echt super goed.

Slide 31 - Drag question

This item has no instructions

Je spreekt iemand aan met 'je' of 'jij'.
Je spreekt iemand aan met 'u'.
Je noemt diegene bij de achternaam en zegt 'meneer/mevrouw'.
Je noemt diegene bij de voornaam.
Je mag straattaal of jongerentaal gebruiken.
Je taalgebruik is netjes.
Formeel taalgebruik
Informeel taalgebruik

Slide 32 - Drag question

This item has no instructions

Open en gesloten vragen
  • Open vraag → uitgebreid antwoord

  • Gesloten vraag → kort antwoord (ja/nee)

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Open vragen
Gesloten vragen
Kan ik u helpen?
Wat kan ik voor u doen?
Hoe kan ik u helpen?
Heeft u hulp nodig?
Waarmee kan ik u helpen?
Wilt u rode of blauw schoenen?
Hoeveel heeft u er nodig?

Slide 34 - Drag question

This item has no instructions

Basisvaardigheden van actief luisteren zijn?

Slide 35 - Open question

This item has no instructions

In de huishoudelijke dienst moet je ergonomisch werken. Beschrijf wat ergonomisch werken betekent en noem twee voorbeelden.

Slide 36 - Open question

This item has no instructions

Wat is de functie van kleding? Noem twee functies.

Slide 37 - Open question

This item has no instructions

Wat betekent het wassymbool op de foto?

Slide 38 - Open question

This item has no instructions

Wat betekent dit wassymbool?

Slide 39 - Open question

This item has no instructions

Wat betekent het wassymbool?

Slide 40 - Open question

This item has no instructions

Een baliemedewerker moet representatief zijn. Wat betekent ‘representatief’?
A
Dat je altijd aardig en klantvriendelijk bent tegen gasten en zorgvragers.
B
Dat je de regels in het bedrijf en alle medewerkers goed kent.
C
Dat je de omgangsregels die in een bedrijf gelden kunt toepassen.
D
Dat je met je uiterlijk en gedrag laat zien dat je bij het bedrijf hoort.

Slide 41 - Quiz

This item has no instructions

Noem drie basisvaardigheden die te maken hebben met actief luisteren.

Slide 42 - Open question

This item has no instructions

Er belt een vrouw die meneer Teunis wil spreken. Meneer Teunis is vandaag niet aanwezig. Wat vertel of vraag je de vrouw?

A
Is het mogelijk dat u op een later tijdstip terugbelt?
B
Kan ik een bericht voor u aannemen?

Slide 43 - Quiz

This item has no instructions

1
2
3
4
5

Slide 44 - Drag question

This item has no instructions

stap 1<div><br></div>
stap 2<div><br></div>
stap 3
stap 4
stap 5
stap 6
stap 7<div><br></div>
Strijk de kraag
Strijk de schouderstukken 
Strijk de mouwen
Strijk het voorpand, het rugpand en het andere voorpand
strijk de dubbele delen
Controleer de temperatuur en het water
Ruim alles op

Slide 45 - Drag question

This item has no instructions

Opdracht 
  1. Maak een samenvatting voor je toets.
  2. Maak toets vragen voor jezelf.
timer
40:00

Slide 46 - Slide

Is je klas te snel klaar? Pak een oud examen en oefen samen.

Neem de tijd om dingen uit te leggen en rekenopdrachten te maken.

Je kunt ook nog een SO geven.
Einde van de les
🔹 Denk goed aan je samenvatting
🔹 Lees alles nog een keer rustig door
🔹 Bekijk de LessonUps opnieuw
🔹 Oefen met de belangrijkste begrippen


✨ Jij kunt dit! Zet ‘m op! ✨

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Slide 48 - Video

This item has no instructions

Praktijkopdracht stofwissen
Je gaat samen met een klasgenoot een ruimte stofwissen. Bekijk eerst de video. 
Je gaat de stappen nu zelf uitvoeren. Lees op de leskaarten eerst de stappen door voor het stofwissen. Na het uitvoeren van de opdracht vul je zelf het beoordelingsschema in.

Je hebt de volgende materialen nodig:
  • stofwisframe
  • stofwisdoek
  • stoffer en blik
  • werkdoek

Slide 49 - Slide

This item has no instructions

Instructiekaart stofwissen

Slide 50 - Slide

This item has no instructions