§5.1 Handel en de opkomst van steden

§5.1 Handel en de opkomst van steden



Welkom G1a!


blz. 68 t/m 75
1 / 14
next
Slide 1: Slide
Geschiedenis

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

§5.1 Handel en de opkomst van steden



Welkom G1a!


blz. 68 t/m 75

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
- Je kunt oorzaken noemen van de opkomst van steden in de late middeleeuwen
- Je kunt uitleggen dat er weer een geldeconomie ontstond
- Je kunt aan de hand van een voorbeeld van een middeleeuws netwerk tussen handelssteden uitleggen waarom samenwerking voordelig was
- Je kunt uitleggen hoe de Europese cultuur zich in de late middeleeuwen ontwikkelde

Slide 2 - Slide

Opkomst van de steden
Grotere landbouwopbrengsten

drieslagstelsel

ontginnen

Slide 3 - Slide

Tussen 1800 en 1900 ontstaat er een nieuwe samenleving. Hoe noemen we die nieuwe samenleving?
A
de agrarische maatschappij
B
de agrarisch stedelijke samenleving
C
de pré-agrarische samenleving
D
de industriële samenleving

Slide 4 - Quiz

Wat klopt NIET?

De opleving van de agrarisch stedelijke samenleving was te danken aan
A
Het opnieuw gebruiken van muntgeld
B
extra ontginning van woeste gronden
C
De overgang naar het drieslagstelsel
D
De Kruistochten

Slide 5 - Quiz

Er komt meer geld in omloop
Belangrijke verandering: ontstaan geldeconomie als vervanging van ruilhandel

Pacht betalen

Handelaren en handelskapitaal

De eerste banken
Dubbele groot, geslagen in Hasselt ca. 1400.

Slide 6 - Slide

Wat is pacht?

Slide 7 - Open question

Handelsnetwerken
Handelssteden

Hanzesteden

Bescherming, tol en afspraken

Slide 8 - Slide

Langs welke rivier lagen de Nederlandse Hanzesteden?
A
De Rijn
B
De Maas
C
De Lek
D
De IJssel

Slide 9 - Quiz

Sleep de Hanzesteden naar de juiste plek
WEL Hanzesteden
GEEN Hanzesteden
Wierden
Zutphen
Almelo
Enschede
Rome
Kampen
Amsterdam
Zwolle
Deventer
Utrecht

Slide 10 - Drag question

West-Europese cultuur
Van de Romaanse stijl naar de Gotiek





Kunst in de steden

Slide 11 - Slide

Wat hoort bij welk raam?
A
1.=gotisch, 2=middeleeuws
B
1=romaans 2= middeleeuws
C
1=romaans 2=gotisch
D
1=gotisch 2=romaans

Slide 12 - Quiz

Romaans
Gotiek

Slide 13 - Drag question

Opdrachten
Voor deze les kun je bezig met opdracht 4, 7, 8, 11 & 16



Eerder klaar? Beantwoord de leerdoelen van vandaag

Slide 14 - Slide