Dans
Beschouwing - les 2
Dans
Beschouwing - les 2
This item has no instructions
Wat weet je nog van vorige week
This item has no instructions
This item has no instructions
1. Wat is geen aspect dat de vrolijkheid van het schilderij weergeeft?
Een donkere kleurenpalet
Er wordt gedanst en gedronken
Er wordt muziek gemaakt
Er is een vlag en veel mensen te zien
Voordat we beginnen met een nieuwe kunstdiscipline, kijken we eerst even terug naar beeldende kunst. Ik heb vijf vragen voor jullie. Het gaat me niet alleen om het goede antwoord, maar vooral om de vraag waarom dat antwoord klopt. Kun je het uitleggen met de begrippen die we vorige week hebben besproken?
2. Welk aspect van de vormgeving geeft geen vrolijkheid weer?
De vele afgebeelde mensen
Symmetrie
Donkere kleuren
Felle kleuren
This item has no instructions
3. Welk van onderstaande is fout mbt. ruimte suggestie?
schaduw en lijnperspectief
kleurperspectief en overlapping
groot-klein verschil en afsnijding
Geen van de antwoorden is juist
This item has no instructions
4. Op welke 2 manieren worden we als kijker betrokken bij het tafereel?
Het schilderij wordt links en rechts afgesneden, waardoor de ruimte doorloopt: er zijn nog meer mensen op het plein, ook naast ons en rondom ons.
Op het grondvlak is geen ruimte vrijgelaten in een soort halve cirkelvorm, dus wij zouden als kijker nergens kunnen staan.
Dit wordt versterkt door het danspaar rechts die het schilderij binnen lijken te lopen (diagonaalcompositie)
Doordat iedereen met elkaar bezig lijkt te zijn.
This item has no instructions
This item has no instructions
5. Op welke manier wordt ruimtesuggestie tegen gegaan?
Het ontbreken van overlapping
Het nagenoeg ontbreken van kleurperspectief: ook op de achtergrond zie je zuivere kleuren.
Het ontbreken van schaduwen waardoor er geen plasticiteit ontstaat.
Het ontbreken van lijnperspectief
This item has no instructions
Dans: wat beschouwen we?
P1 – Kunstbeschouwing: dans
Dans is een kunstvorm waarbij het lichaam en beweging centraal staan.
We onderscheiden onder andere:
Gezelschapsdans en theaterdans
Verschillende dansstijlen
Choreografie: de compositie van bewegingen
Bij dans kijken we niet alleen naar wát er gebeurt, maar vooral naar hóé er bewogen wordt.
Bij beeldende kunst hebben we gekeken naar hoe een kunstenaar vormen, kleuren en materialen gebruikt. Bij dans is het lichaam eigenlijk het belangrijkste middel waarmee de kunstenaar werkt.
We maken onderscheid tussen gezelschapsdans en theaterdans. Gezelschapsdans doe je meestal zelf, bijvoorbeeld op een feest of tijdens een culturele viering. Theaterdans is bedoeld om naar te kijken en wordt voor een publiek uitgevoerd.
Binnen theaterdans bestaan allerlei stijlen, zoals klassiek ballet, moderne dans en hedendaagse dans. Die stijlen verschillen in bewegingen, technieken en uitstraling.
De choreograaf bedenkt en ordent de bewegingen. Dat noemen we de choreografie. Net zoals een beeldend kunstenaar een compositie maakt, maakt een choreograaf dus een compositie van bewegingen.
Vormgeving: ruimte
Hoe gebruiken dansers de ruimte?
Richting: voor, achter, zijwaarts, diagonaal
Hoogtelagen: laag, midden en hoog
Patronen: lijnen, cirkels, diagonalen
Onderlinge afstand: dicht bij elkaar of verspreid
Blikrichting: waar kijken de dansers naartoe?
Ruimtegebruik bepaalt mede hoe een choreografie overkomt.
Bij dans gaat ruimte niet alleen over hoe groot het podium is. Het gaat vooral om hoe dansers die ruimte gebruiken.
Bewegen ze recht naar voren of juist diagonaal? Staan ze allemaal bij elkaar of zijn ze verspreid over het podium?
Ook de hoogtelagen zijn belangrijk. Een danser kan op de grond liggen, rechtop staan of door de lucht springen. Dat maakt verschil in hoe je de beweging ervaart.
En let ook eens op de blikrichting. Kijken dansers elkaar aan, kijken ze naar het publiek of juist van elkaar weg? Daarmee kunnen ze bijvoorbeeld verbondenheid, spanning of afstand laten zien.
Vormgeving: tijd
Wanneer en hoe snel bewegen dansers?
Tempo: snel of langzaam
Ritme: regelmaat of afwisseling
Duur: korte of lange bewegingen
Freeze: een beweging plotseling stilzetten
Canon: dezelfde beweging na elkaar uitvoeren
Unisono: tegelijkertijd dezelfde beweging uitvoeren
Tijdgebruik zorgt voor ritme, spanning en afwisseling.
Een choreograaf bepaalt niet alleen welke bewegingen dansers maken, maar ook wanneer ze die uitvoeren.
Dat kan snel of langzaam zijn, met een regelmatig ritme of juist met onverwachte onderbrekingen.
Een freeze is bijvoorbeeld een moment waarop een beweging plotseling wordt stilgezet. Daarmee kun je spanning creëren.
Bij een canon voeren dansers dezelfde beweging na elkaar uit, net zoals bij een canon in de muziek. Bij unisono doen ze juist tegelijkertijd hetzelfde.
Die keuzes hebben allemaal invloed op wat je als toeschouwer ervaart.
Vormgeving: kracht en betekenis
Hoe wordt een beweging uitgevoerd?
Kracht: licht, zwaar, krachtig of voorzichtig
Dynamiek: vloeiend, schokkerig, explosief of beheerst
Expressie: gevoelens en ideeën overbrengen
Ook muziek, kostuums, decor en belichting dragen bij aan de betekenis.
De vormgeving helpt ons de inhoud te begrijpen.
Twee dansers kunnen precies dezelfde beweging maken, maar toch iets heel anders uitstralen.
Denk aan iemand die langzaam en voorzichtig een arm uitstrekt. Vergelijk dat met iemand die dezelfde arm met veel kracht naar voren gooit. De beweging lijkt op elkaar, maar de betekenis kan totaal anders zijn.
Dat heeft te maken met kracht en dynamiek. Bewegingen kunnen vloeiend of schokkerig zijn, licht of zwaar, rustig of explosief.
Daarbij kijken we ook naar de theatervormgeving. Muziek, kostuums, decor en belichting kunnen de betekenis versterken.
Bij een kunstbeschouwing wil ik dat je deze keuzes niet alleen benoemt, maar ook uitlegt welk effect ze hebben.
Welke dingen begrijp je nog niet, of waar wil je meer over weten?
This item has no instructions
Klassieken
oudheid tot en met de vierde eeuw na Christus
This item has no instructions
Waar denk je aan bij de klassieke oudheid?
This item has no instructions
Tragedies en Komedies
De oorsprong van het westerse theater
Ontstaat in de 6e eeuw v.Chr. vanuit religieuze rituelen voor Dionysus.
In Athene worden tijdens festivals tragedies en komedies opgevoerd.
Tragedie: ernstige conflicten, menselijke fouten en het noodlot.
Komedie: humor, satire en kritiek op politiek en maatschappij.
Theater heeft een religieuze én maatschappelijke functie.
Het westerse theater zoals wij dat kennen, vindt zijn oorsprong in het oude Griekenland. In de zesde eeuw voor Christus ontstonden vanuit religieuze rituelen voor Dionysus, de god van onder andere wijn en extase, de eerste theatervoorstellingen.
In Athene groeide dit uit tot grote festivals. Theater was dus niet zomaar vermaak. Het had een religieuze functie, maar bood ook ruimte om na te denken over de samenleving.
Er waren twee belangrijke genres. Bij tragedies ging het om ernstige conflicten, menselijke fouten en de invloed van het noodlot of de goden. Denk aan schrijvers als Aeschylus, Sophocles en Euripides. Een bekend voorbeeld is Oedipus, waarin de hoofdpersoon zonder het te weten zijn vader doodt en met zijn moeder trouwt.
Komedies waren juist humoristisch en konden behoorlijk kritisch zijn. Aristophanes gebruikte bijvoorbeeld satire om politieke en maatschappelijke situaties belachelijk te maken.
Onthoud dus vooral dat theater bij de Grieken zowel een religieuze als een maatschappelijke betekenis had.
Aristoteles en catharsis
Waarom kijken mensen naar tragedies?
Aristoteles beschreef in zijn Poëtica hoe tragedies werken.
De toeschouwer leeft mee met de tragische held.
Het verhaal roept medelijden en angst op.
Deze emoties leiden tot catharsis: emotionele zuivering.
Zijn ideeën beïnvloedden het Europese theater, onder andere in de renaissance.
Aristoteles was een Griekse filosoof die onderzocht waarom tragedies zoveel invloed op mensen hebben.
Volgens hem leef je als toeschouwer mee met de hoofdpersoon. Je ziet hoe iemand door fouten of omstandigheden in een moeilijke situatie terechtkomt. Dat roept emoties op, vooral medelijden en angst.
Aristoteles noemde het effect daarvan catharsis. Dat betekent dat je als toeschouwer als het ware een emotionele zuivering doormaakt.
Dat begrip moeten jullie echt kennen, want het laat zien dat de Grieken ook nadachten over de werking en functie van kunst.
De ideeën van Aristoteles werden later opnieuw belangrijk, bijvoorbeeld in het theater van de renaissance.
Het Griekse en Romeinse theater
Grieken
Gebouwd tegen een natuurlijke helling
Halfronde tribune
Goede akoestiek
Tragedies en komedies
Romeinen
Vrijstaande constructies met bogen en gewelven
Monumentale toneelgebouwen
Theater voor voorstellingen
Amfitheaters voor gladiatorengevechten
Ook de gebouwen vertellen ons iets over hoe belangrijk theater was.
Bij de Grieken werden theaters meestal tegen een heuvel gebouwd. Zo konden ze gebruikmaken van de natuurlijke helling voor de tribunes. Het theater van Epidaurus is daarvan een bekend voorbeeld en staat bekend om zijn akoestiek.
De Romeinen namen het theater over, maar beschikten over andere bouwtechnieken. Door bogen en gewelven konden zij grote, vrijstaande gebouwen maken.
Let ook op het verschil tussen een theater en een amfitheater. Een Romeins theater was bedoeld voor toneelvoorstellingen. Een amfitheater, zoals het Colosseum, was een rondom gesloten arena voor onder andere gladiatorengevechten.
Dit onderscheid is belangrijk, omdat je aan de bouwvorm vaak al kunt herkennen uit welke cultuur een gebouw afkomstig is.
Muziek in de klassieke oudheid
Muziek, goden en wiskunde
Muziek had een belangrijke religieuze en maatschappelijke functie.
Apollo en Dionysus: muziek verbonden met mythologie en rituelen.
Pythagoras: harmonie hangt samen met wiskundige verhoudingen.
De Romeinen namen Griekse invloeden over en gebruikten muziek ook bij militaire ceremonies, theater en publieke evenementen.
Bij de Grieken was muziek nauw verbonden met religie en mythologie. Muziek werd gebruikt tijdens ceremonies en rituelen en werd gekoppeld aan goden als Apollo en Dionysus.
Instrumenten zoals de lier en de aulos, een blaasinstrument, speelden daarbij een belangrijke rol.
Maar muziek werd ook wetenschappelijk onderzocht. Pythagoras ontdekte dat muzikale intervallen samenhangen met wiskundige verhoudingen. Denk bijvoorbeeld aan het octaaf. Daarmee ontstond het idee dat harmonie niet toevallig is, maar volgens bepaalde verhoudingen werkt.
De Romeinen namen veel van de Griekse muziekcultuur over. Zij gebruikten muziek ook bij militaire ceremonies, openbare evenementen, theater en gladiatorengevechten.
Wat ik wil dat jullie onthouden, is dat muziek in de klassieke oudheid veel meer was dan amusement: ze had een religieuze, maatschappelijke én theoretische betekenis.
Griekse beeldhouwkunst
Het ideale mensbeeld
Aandacht voor anatomie, harmonie en ideale lichaamsverhoudingen.
In de klassieke periode worden houdingen natuurlijker en dynamischer.
In de hellenistische periode meer emotie, beweging en dramatiek.
Veelvoorkomende onderwerpen: goden, atleten en helden.
De Grieken waren sterk geïnteresseerd in het menselijk lichaam. In hun beeldhouwkunst zie je hoe zij steeds beter werden in het weergeven van anatomie en beweging.
De vroegste beelden, zoals de kourosbeelden, waren nog vrij stijf en symmetrisch. In de klassieke periode veranderde dat. Beeldhouwers streefden naar ideale lichaamsverhoudingen en natuurlijke houdingen.
Een bekend voorbeeld is de Diskobolos, de discuswerper van Myron. Je ziet een lichaam dat midden in een beweging is vastgelegd, maar toch harmonieus en uitgebalanceerd blijft.
Later, in de hellenistische periode, werden beelden expressiever. Er kwam meer aandacht voor emotie, dramatiek en krachtige beweging.
Het belangrijkste is dat je de ontwikkeling herkent: van een vrij stijve weergave naar idealisering en vervolgens meer dramatiek en expressie.
Romeinse beeldhouwkunst
Kunst als macht en propaganda
Romeinen namen veel over van de Grieken.
Meer aandacht voor herkenbare personen en portretten.
Beelden van keizers benadrukten hun macht en status.
Idealisering werd gebruikt om leiders als sterk en gezaghebbend te tonen.
De Romeinen bewonderden de Griekse beeldhouwkunst en maakten er veel kopieën van. Maar ze gebruikten beelden ook voor andere doeleinden.
Een belangrijk verschil is dat Romeinse portretten vaak herkenbare individuele kenmerken laten zien. Tegelijkertijd konden beelden van keizers juist sterk geïdealiseerd worden.
Kijk bijvoorbeeld naar Augustus van Prima Porta. Augustus wordt hier afgebeeld als een jonge, krachtige leider. Zijn houding, kleding en de versieringen op zijn harnas benadrukken zijn gezag.
Dat is geen toevallige keuze. Het beeld heeft ook een politieke functie: het laat zien hoe de keizer gezien wil worden.
Bij het SE moet je dus niet alleen kunnen beschrijven hoe het beeld eruitziet, maar ook kunnen uitleggen welke functie die vormgeving heeft.
This item has no instructions
Griekse architectuur
Tempels, zuilen en harmonie
Monumentale tempelbouw voor de goden.
Nadruk op symmetrie, verhoudingen en harmonie.
Dorisch: sober en stevig.
Ionisch: sierlijk, met voluten.
Korinthisch: rijk versierd met acanthusbladeren.
De Grieken bouwden indrukwekkende tempels voor hun goden. Net als bij hun beeldhouwkunst speelden harmonie en ideale verhoudingen een belangrijke rol.
Het Parthenon in Athene is daarvan een bekend voorbeeld.
We onderscheiden drie belangrijke zuilenorden. De Dorische zuil is vrij sober en stevig. De Ionische herken je aan de krullen, de voluten, bovenaan. De Korinthische is het meest versierd, met bladeren die lijken op die van de acanthusplant.
Deze drie zuilenorden moet je visueel kunnen herkennen. Ze zijn bovendien later in de Europese architectuur steeds opnieuw gebruikt.
This item has no instructions
Dorische zuil
Ionische zuil
Korintische zuil
This item has no instructions
Romeinse bouwkunst en de overgang naar het christendom
Van Romeinse bouwtechniek naar christelijke architectuur
Romeinen gebruikten beton, baksteen, bogen en gewelven.
Daardoor konden zij grote, vrijstaande gebouwen realiseren.
Voorbeelden: theaters, amfitheaters en openbare gebouwen.
Vanaf de 4e eeuw kreeg het christendom meer invloed.
Romeinse bouwvormen, zoals de basilica, werden aangepast voor christelijk gebruik.
De Romeinen namen veel over van de Grieken, maar ontwikkelden ook nieuwe bouwtechnieken.
Door beton en baksteen te gebruiken en constructies met bogen en gewelven te bouwen, konden ze veel grotere gebouwen realiseren. Denk aan het Colosseum, maar ook aan theaters en andere openbare gebouwen.
Vanaf de vierde eeuw veranderde de positie van het christendom in het Romeinse Rijk. Het christendom kreeg steeds meer invloed op de samenleving en daarmee ook op de kunst en architectuur.
Bestaande Romeinse bouwvormen werden aangepast aan de behoeften van de christelijke gemeenschap. Een belangrijk voorbeeld is de basilica, die als basis ging dienen voor kerkgebouwen.
Daarmee zien we ook de overgang naar de volgende periode die we gaan behandelen: de cultuur van de middeleeuwen.
Welke klassieke elementen zie jij om je heen?
This item has no instructions
Deze vragen heb ik nog
This item has no instructions
Hoe was deze les voor jou?
This item has no instructions