Bijeenkomst 2

peerfeedback ophalen brainstorm

- Betekenisvol 

- Passend bij de ontwikkeling 
- Uitdagen tot spelen en onderzoeken 
- Interactiemogelijkheden
- Ruimte voor kennis (wereldoriëntatie) 
- Ruim aanbod taal, rekenen, motoriek 




1 / 20
next
Slide 1: Slide
CommunicatieBasisschoolGroep 1

This lesson contains 20 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 240 min

Items in this lesson

peerfeedback ophalen brainstorm

- Betekenisvol 

- Passend bij de ontwikkeling 
- Uitdagen tot spelen en onderzoeken 
- Interactiemogelijkheden
- Ruimte voor kennis (wereldoriëntatie) 
- Ruim aanbod taal, rekenen, motoriek 




Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

spelobservaties 
kijk nog eens naar je brainstorm, welke vormen van spel komen er aan bod? waar zou je nog iets kunnen toevoegen?

Slide 3 - Slide

spelvormen
- manipuleren: bewegingen herhalen

- combinatiespel: zinvolle verbanden tussen voorwerpen ontdekken en gebruiken
- sensopathisch spel: ontdekken en omgaan met vormloze materialen (zand, water, klei, verf)
-functioneel spel: materiaal wordt gebruikt waar het voor bedoeld is (trein-treinbaan, water-kopje)
- symbolisch spel: ‘doen alsof’ kind geeft een betekenis aan bepaalde voorwerpen. VB: banaan-telefoon
- rollenspel: rolgebonden handelingen -> steeds meer samenhang binnen de ontwikkeling
- constructief spel: met verschillend materiaal en voorwerpen ordening aanbrengen en constructies maken
- regelspel: competitief element, samen met anderen 






Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Bijeenkomst 2
Een opwarmertje, denk even mee...

Wat betekent flarf? 

Schrijf het voor jezelf op

Slide 7 - Slide

prentenboek

Slide 8 - Slide

interactief voorlezen
voor
tijdens 
na 

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

woordselectie
woordfrequentie
nut
context

Slide 11 - Slide

woordselectie
verrekijker
heterdaad
stelen
woedend
medelijden
konijn
stapel
lachen


Slide 12 - Slide

De viertakt
Een didactisch model voor woordenschatonderwijs

1. voorbewerken
2. semantiseren 
3. consolideren
4. controleren

Slide 13 - Slide

stap 1: voorbewerken
Zorg voor een pakkend begin. Introduceer een woord aan de hand van een grapje, een anekdote, een voorwerp, enzovoort.

Slide 14 - Slide

stap 2: semantiseren
De vier uitjes
  • Uitbeelden: gebaren, aanwijzen, voordoen, uitspelen, laten ervaren
  • Uitleggen: vertellen, verduidelijken
  • Uitbreiden: koppelen aan andere woorden die betekenisverbindingen hebben met het woord
  • Uitproberen: basiskennis opbouwen aan de hand van een interactieve activiteit. Stel een actieve verwerkingsvraag.




Slide 15 - Slide

stap 3: consolideren
  • Ga net zolang door met consolideren totdat de kinderen het woord kennen
  • Bij het consolideren zijn de woorden zichtbaar in de klas aanwezig
  • De kern van het consolideren is veel, gevarieerd en speels herhalen
  • Gebruik korte en snelle werkvormen om de woorden te oefenen.

Slide 16 - Slide

stap 4: controleren
  • Houd oren en ogen open om te zien in hoeverre leerlingen de woorden begrijpen (controleren van de passieve woordkennis) en kunnen gebruiken (controleren van actieve woordkennis).
  • Geef kinderen kleine opdrachtjes tussendoor.
  • Taalmethodes voorzien wellicht in een toetsonderdeel.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

zelf aan de slag woordenschatactiviteit 

Slide 19 - Slide

rijke leeromgeving

Slide 20 - Slide