1.10 Beleid om voedselzekerheid te vergroten

Paragraaf 1.10
Beleid om voedselzekerheid te vergroten
1 / 16
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Paragraaf 1.10
Beleid om voedselzekerheid te vergroten

Slide 1 - Slide

Voedselzekerheid vergroten
Voedselzekerheid = als er voldoende voedsel van goede kwaliteit is voor iedereen in een land
Ongelijkheid in voedselvoorziening --> wie leeft er in onzekerheid?
Maar we hebben een groeiende wereldbevolking: problemen?!

Slide 2 - Slide

Voedselzekerheid vergroten?
Hoe voeden we 10 miljard monden in 2050?
Wat is ervoor nodig?
Wie moet wat doen?
Zijn de plaatjes ideeën?

Klik verder op de site op de 
volgende slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Link

Slide 5 - Link

Slide 6 - Video

Andere landen helpen?
Noodhulp wordt gegeven in situaties van nood, zoals tijdens een hongersnood
Langduriger:
- projecthulp: een donorland geeft geld met een bepaald doel aan een ontvangend land: donor bepaalt
- programmahulp: donorland geeft geld, ontvangend land kan het geld naar eigen inzicht inzetten 

Slide 7 - Slide

Bepalende factoren voor voedselzekerheid
1. Neerslagregiem: hoe erg varieert de hoeveelheid neerslag die valt gedurende het jaar? --> zijn er droge periodes?
2. Kunnen boeren doen aan droogtelandbouw? --> goed omgaan met droge situaties
3. Is er good governance? --> doet de overheid wat ze belooft en komt het geld bij de juiste mensen terecht?
4. Zijn er territoriale conflicten/onrust in een regio?
5. Hoe ongelijk is het grondbezit verdeeld? Wat betekent dit voor de productiviteit van een land?

Slide 8 - Slide

Voedselhulp is een vorm van …
A
Programmahulp
B
Projecthulp
C
Noodhulp
D
Structurele hulp

Slide 9 - Quiz

Een voorbeeld van structurele hulp is
A
programmahulp
B
noodhulp

Slide 10 - Quiz

Wat is Good Governance?
A
Een corrupte overheid, die denkt aan het milieu
B
Transparante overheid die samenwerkt.
C
Een goed milieu en lage bevolking.
D
Een samenwerking tussen bedrijven

Slide 11 - Quiz

Bij voedselzekerheid moet aan welke voorwaarden voldaan zijn:
A
het voedsel moet genoeg energie leveren
B
het moet aansluiten bij de cultuur
C
het moet veilig zijn
D
het moet voldoende voedingsstoffen bevatten

Slide 12 - Quiz

Waartoe kan een grote voedselzekerheid toe leiden? Meerdere antwoorden zijn goed.
A
Obesitas
B
Kwantitatieve honger
C
Welvaartsziekten
D
Ondervoeding

Slide 13 - Quiz

Welke manier om voedselzekerheid te verbeteren vind jij het beste?
A
afremmen bevolkingsgroei
B
Anders consumeren
C
Beter produceren
D
Anders delen

Slide 14 - Quiz

De voedselzekerheid is het grootst in landen
A
ten noorden van de evenaar
B
ten zuiden van de evenaar

Slide 15 - Quiz

Voedselzekerheid is:
A
Situatie waarbij er onvoldoende eten is.
B
Situatie waarbij er voldoende eten is.
C
Situatie waarbij voedsel goede kwaliteit heeft.

Slide 16 - Quiz