5.3 Adsorberen en chromatograferen

Wat blijft er achter in het filter?
1 / 17
next
Slide 1: Open question
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Wat blijft er achter in het filter?

Slide 1 - Open question

Wat zit er in de reageerbuis?

Slide 2 - Open question

Wat blijft er achter in het indampschaaltje?

Slide 3 - Open question

5.3 Adsorberen en chromatograferen
Je leert:

1. wat adsorberen is en hoe je het toepast
2. wat chromatograferen is en hoe je het toepast 

Slide 4 - Slide

Adsorberen
Adsorberen = aanhechten. 

zoals een sticker hecht aan het oppervlak kan een adsorptiemiddel ook dingen aan zich hechten. 

bv. kleurstoffen, geurstoffen, schadelijke gassen

Slide 5 - Slide

Adsorptiemiddel
Een voorbeeld van een adsorptiemiddel is actieve kool. (norit)


Slide 6 - Slide

De scheidingsmethode adsorberen gebeurt op basis van een verschil in stofeigenschap. Welke?
A
oplosbaarheid
B
dichtheid
C
aanhechting
D
deeltjesgrootte

Slide 7 - Quiz

waarom is norit zo'n goed adsorptiemiddel?

Slide 8 - Open question

Chromatograferen
bij chromatograferen maak je gebruik van oplosbaarheid en aanhechting.


Slide 9 - Slide

Uitleg chromatograferen
Het water is het oplosmiddel.
De kleurstoffen lossen wel of niet op in het oplosmiddel.
Het water trekt door het papier naar boven en neemt de opgeloste kleurstoffen mee. 
de ene kleurstof hecht eerder aan het papier dan de andere. 

Slide 10 - Slide

Chromatogram
De gescheiden stippen op het papier noem je een chromatogram.  Hiermee kun je de 
RF waarde berekenen.

Iedere stof heeft zijn eigen RF waarde, op die
manier kun je uitrekenen om welke stof het
gaat.

Slide 11 - Slide

Op welk verschil in eigenschappen berust chromatograferen?

Slide 12 - Open question

Je hebt twee soorten snoepjes die allemaal blauw zijn. Hoe kun je onderzoeken of beide soorten snoepjes dezelfde blauwe kleurstof bevatten?

Slide 13 - Open question

Bij een grotere Rf-waarde komt de stof hoger op het chromatogram.
A
waar
B
niet waar

Slide 14 - Quiz

De Rf-waarde is altijd een getal tussen 0 en 1.
A
waar
B
niet waar

Slide 15 - Quiz

Aan de slag

Maak de vragen van paragraaf 5.3 

20, 21, 23, 25, 28 en 29a

Slide 16 - Slide

Opdrachten afmaken van 5.3

Heb je dat af?
Dan lees je paragraaf 5.4 oplossingen en maak je opdacht 32 tm 36

Slide 17 - Slide