Parkinson

1 / 16
next
Slide 1: Video
VerzorgendeMBOBeroepsopleidingStudiejaar 2

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

Items in this lesson

Slide 1 - Video

Verschijnselen.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Welk antwoord is fout?
Een cliënt met de ziekte van Parkinson
A
heeft een tekort aan dopamine
B
heeft vaak last van een tremor
C
heeft soms een maskergelaat
D
heeft teveel dopamine

Slide 4 - Quiz

Is ziekte van Parkinson een chronische ziekte?
A
JA
B
Nee

Slide 5 - Quiz

Parkinson wordt veroorzaakt door het ontbreken van een bepaalde neurotransmitter. Welke?
A
Glutamaat
B
Dopamine
C
Adrenaline
D
GABA

Slide 6 - Quiz

depressie is een veel voorkomende complicatie bij Parkinson
A
waar
B
niet waar

Slide 7 - Quiz

Slide 8 - Video

Slide 9 - Video

Met welke vorm van dementie heeft de Ziekte van Parkinson veel overeenkomsten?
A
De ziekte van Alzheimer
B
Vasculaire dementie
C
Lewy Body dementie
D
Frontotemporale dementie

Slide 10 - Quiz

Je komt bij Dhr. Jansen, hij heeft Parkinson en was doordat hij zijn rollator vergeten was te laat bij het toilet. Dit is:
A
Stress-incontinentie
B
Overloop-incontinentie
C
Urge-incontinentie
D
Functionele incontinentie

Slide 11 - Quiz

Wanneer wordt het beven bij de ziekte van Parkinson erger?
A
Het wordt erger als de cliënt gespannen is
B
Het wordt erger op het moment dat de cliënt iets vastpakt.
C
Als het buiten kouder is
D
Als het aan 1 kant van het lichaam begint.

Slide 12 - Quiz

Hoe heet de meest voorkomende vorm van dementie
A
Parkinson
B
Obesitas
C
Alzheimer
D
Ms

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Slide

Wat is Parkinson?
A
Stoornissen in je hersenen
B
Je hebt een geestelijke aandoening
C
Stoornissen in beweging
D
ADHD

Slide 15 - Quiz

0

Slide 16 - Video