Herhaling leerstof WOL Trim 3

Wat is logistiek?
A
Logistiek is het organiseren, plannen, besturen en uitvoeren van de goederenstroom, en de wetenschap hierover.
B
Logistiek is het geheel van technieken die verkopers gebruiken in het verkoopgesprek.
C
Logistiek is een synoniem voor de bedrijfskolom.
D
Logistiek omvat alle documenten van het verkoopproces.
1 / 142
next
Slide 1: Quiz
LogistiekSecundair onderwijs

This lesson contains 142 slides, with interactive quizzes, text slides and 6 videos.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson

Wat is logistiek?
A
Logistiek is het organiseren, plannen, besturen en uitvoeren van de goederenstroom, en de wetenschap hierover.
B
Logistiek is het geheel van technieken die verkopers gebruiken in het verkoopgesprek.
C
Logistiek is een synoniem voor de bedrijfskolom.
D
Logistiek omvat alle documenten van het verkoopproces.

Slide 1 - Quiz

This item has no instructions

Wat valt onder logistiek?
A
Alleen het vervoeren van goederen
B
Het verkopen van producten
C
Het organiseren van goederenstromen
D
Het maken van producten

Slide 2 - Quiz

This item has no instructions

Waarom is nauwkeurig rekenen belangrijk?
A
Om meer producten te verkopen
B
Om sneller te kunnen werken
C
Om fouten in opslag en verzending te vermijden
D
Om minder personeel nodig te hebben

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

Logistiek kan je met 7 J’s omschrijven maar welke hoort hier niet?
A
Juiste kleur
B
Juiste kost
C
Juiste plaats
D
Juiste hoeveelheid

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de logistieke keten?
A
De verkoop van producten aan klanten
B
De opslag van goederen in een magazijn
C
De administratie van een bedrijf
D
De volledige weg van leverancier tot klant

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Wat is logistiek?
A
Alleen het vervoeren van goederen
B
Het maken van producten in een fabriek
C
Het organiseren van transport, opslag en goederenstromen
D
Het verkopen van producten in een winkel

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Binnen de logistiek kun je drie belangrijke stromen onderscheiden
A
documenten-, geld- en informatiestroom
B
goederen-, documenten- en geldstroom
C
goederen-, geld- en informatiestroom
D
geen enkel antwoord is juist

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Logistieke stromen - video
Nu je meer inzicht hebt in logistieke stromen, kijken we nog een filmpje. 
Maak aantekeningen over:
- bedrijfskolom, 
- goederenstroom, 
- informatiestroom, 
- geldstroom.

Slide 8 - Slide

link: https://www.youtube.com/watch?v=kXNFObRQdYY
openen in nieuw venster, kunnen studenten mee typen in lessonup.
Nu studenten meer inzicht hebben in logistieke stromen, kijken we nog een filmje. Laat studenten aantekeningen maken tijdens het kijken.


Slide 9 - Video

This item has no instructions

Wat betekent 'goederenstroom'?
A
Goederenstroom is een verzamelnaam van alle vrachtbrieven die in een magazijn ondertekend worden.
B
Dit is de weg die de goederen afleggen in een magazijn.
C
Dit is de weg de goederen afleggen in de vrachtwagen.

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Welke afdelingen werken niet mee binnen de goederenstroom?
A
Factuur
B
Aankoop
C
Administratie
D
Verkoop

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een informatiestroom in de logistiek?
A
Het doorgeven van info tussen mensen of afdelingen
B
Een fysieke stroom van goederen
C
Het verzenden van facturen
D
Een methode voor voorraadbeheer

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Welke rol speelt technologie in informatiestromen?
A
Vervangt menselijke arbeid volledig
B
Is niet relevant voor logistiek
C
Is alleen voor grote bedrijven
D
Automatiseert en optimaliseert gegevensuitwisseling

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Waarom is informatiestroom belangrijk?
A
Maakt de kosten hoger
B
Verbetert de efficiëntie van processen
C
Beperkt de communicatie
D
Vertraagt de leveringstijden

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Veiligheidsvoorschriften in het magazijn

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Video

This item has no instructions

Waarschuwingsborden: hoe zat het ook alweer?
R19
R16
evacuatie en redding
gevaar
verbod
gebod
brand
rood en vierkant
groen en vierkant
geel en driehoek
blauw en rond
rood en rond

Slide 18 - Drag question

This item has no instructions

verbodsbord: 
gebodsbord: dit is verplicht
waarschuwingsbord: mogelijk gevaar
gevaarsymbool: bv. hoe gevaarlijk is een stof
verpakkingsetiket: hoe moet je een verpakking behandelen

Slide 19 - Drag question

This item has no instructions

Verbodsbord
Gebodsbord
Waarschuwingsbord
Gevaarsymbool

Slide 20 - Drag question

This item has no instructions

Welke waarschuwing geeft dit logo?
A
Bijtend
B
Piraten
C
Giftig

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Herken jij de gevaren?
Tip: er zijn er zeker 7 op de volgende slide

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Gevaren/ risico's
  • Laadklep ligt op vrachtwagen
  • Gat in de vrachtwagen
  • Zicht heftruck 
  • Voetgangers op werkvloer
  • Persoon opheffen met transportmiddel
  • Rommel op de vloer
  • Deksel ligt naast de put
  • ....


Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Ga naar ...
www.youtube.com 
Geef volgende zoekterm in:

  • Groep 1-2: Akzo Nobel: genomineerde Het Veiligste magazijn 2011
  • Groep 3-4: DB Schenker: genomineerde Het Veiligste magazijn 2011
  • Groep 5-7: Schneider: Jurybezoek Prijs Veiligste Magazijn 2015
timer
7:00

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Wat is het nut van beveiliging rond een stelling?

Slide 27 - Open question

This item has no instructions

Wat is een voorbeeld van een PBM?
A
Veiligheidshelm
B
Veiligheidsschoenen
C
Oogbescherming
D
A, B en C zijn PBM's

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Sleep de afbeeldingen en de beschrijving naar het juiste vakje
<div><span style="font-style: italic">Afbeelding</span></div><b>Gebods</b><div><b>bord&nbsp;</b></div>
<div><span style="font-style: italic">Afbeelding</span></div><b>Verbods</b><div><b>bord</b></div>
<div><span style="font-style: italic">Afbeelding</span></div><b>Waarschu<span>wings</span></b><div><span><b>bord</b></span></div>
<div><span style="font-style: italic">Afbeelding</span></div><b>Reddings</b><div><b>bord</b></div>
<span style="color: rgb(0, 0, 0)">Beschrijving gebodsbord:</span>
<span style="color: rgb(0, 0, 0)">Beschrijving reddingsbord:</span>
<span style="color: rgb(0, 0, 0)">Beschrijving verbodsbord:</span>
<span style="color: rgb(0, 0, 0)">Beschrijving waarschuwingsbord:</span>
Iets wat je moet doen.
Iets wat je niet mag doen
Waarschuwt tegen gevaar
Levensreddend materiaal

Slide 29 - Drag question

This item has no instructions

Houdt Ronnie Flex zich aan de regels?
A
Ja, hij heeft een bouwhelm en bril op.
B
Nee. Hij moet ook een mondmasker voor.
C
Nee, hij heeft zijn telefoon in handen
D
Ja, hij mag hier een telefoon gebruiken.

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

goederen lossen (ontvangen)
gebruik van ITM
Interne Transportmiddelen

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Sleepvraag
Laadperron
Laadkuil
Dockleveler

Slide 32 - Drag question

This item has no instructions

Slide 33 - Video

This item has no instructions

Foutje? 

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Hoe voorkomen we dit? 
  • Wielklem
  • Sleutels uit contact
  • Signaal aan chauffeur 

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Wielklem 
Nadelen? 

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Slide 37 - Video

This item has no instructions

Goederen controleren

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

weet je het nog?
Wat na het lossen? 
Herken de stappen in juiste volgorde op de volgende slide

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Weet jij nog de processen in de logistiek?

Slide 40 - Open question

This item has no instructions

Goederen ontvangen
Goederen controleren
goederen intern transporteren 
goederen opslaan

Slide 41 - Drag question

This item has no instructions

Wat bedoelen we met opslag van goederen?
A
Het vervoeren van goederen.
B
Het stockeren van goederen.
C
Het versturen van goederen.
D
Het labelen van goederen.

Slide 42 - Quiz

This item has no instructions

weet je het nog?
Welke controles zijn er

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Er kunnen verschillende soorten controles op de goederen uitgevoerd worden: slechts enkele dozen openen en controleren
A
visuele controle
B
integrale controle
C
steekproef
D
staalafname

Slide 44 - Quiz

This item has no instructions

Wat controleer je bij een kwantitatieve controle van de geleverde goederen?
A
De inhoud van de verpakking
B
De prijs van de artikelen
C
Het aantal colli
D
Alles

Slide 45 - Quiz

This item has no instructions

Wat betekent een kwantitatieve goederencontrole?
A
Dat je bij de ontvangst kijkt of er goederen kapot zijn
B
Dat je bij de ontvangst kijkt of je wel de juiste goederen hebt ontvangen
C
Dat je controleert op hoeveelheid

Slide 46 - Quiz

This item has no instructions

Wat controleer je bij een kwantitatieve controle?
A
De prijs van de goederen
B
De hoeveelheid van de goederen
C
De kwaliteit van de goederen
D
De verpakking van de goederen

Slide 47 - Quiz

This item has no instructions

Wat controleer je bij een kwantitatieve controle?
A
De prijs van de goederen
B
De hoeveelheid van de goederen
C
De kwaliteit van de goederen
D
De verpakking van de goederen

Slide 48 - Quiz

This item has no instructions

Wat doe je als de goederen niet compleet zijn bij ontvangst?
A
Je signaleert dit en dit er verder niks mee
B
Je koopt zelf nieuwe producten om de zending aan te vullen
C
Je noteert het op de vrachtbrief
D
Je noteert het in je kladblokje

Slide 49 - Quiz

This item has no instructions

Wat betekent een kwantitatieve goederencontrole?
A
Dat je bij de ontvangst kijkt of er goederen kapot zijn
B
Dat je bij de ontvangst kijkt of je wel de juiste goederen hebt ontvangen
C
Dat je controleert op hoeveelheid

Slide 50 - Quiz

This item has no instructions

Wat controleer je bij een kwantitatieve controle van de geleverde goederen?
A
De inhoud van de verpakking
B
De prijs van de artikelen
C
Het aantal colli
D
Alles

Slide 51 - Quiz

This item has no instructions

Vindt in een Distributiecentrum (DC) controle op goederen plaats?
A
nee
B
ja

Slide 52 - Quiz

This item has no instructions

GOEDERENONTVANGST
Bij ontvangst van goederen voer je 4 controles uit:

1. kwantitatieve controle met vrachtbrief: je checkt de artikelnummers,  of de aantallen op vrachtbrief hetzelfde zijn als wat er besteld is en of aantallen van geleverde producten hetzelfde zijn als wat er op de vrachtbrief staat. Akkoord? ondertekenen
Eerste kwalitatieve controle van levering: Zijn verpakkingen beschadigd, gebroken of gescheurd?
Kijk hoe zending is vervoerd. Controleer de inhoud. Voor onverpakte en/of gekoelde leveringen zijn extra controles nodig: op een hygiënische manier vervoerd? Bij juiste temperatuur vervoerd?
Kwantitatieve controle adhv pakbon: meer gegevens dan vrachtbrief: aantal producten per soort. Controleer aantallen, aantekenen bij tekorten. 
Tweede kwalitiatieve controle: 1. THT/TGT 2. Etiketten: goed leesbaar, volledig? Her is wetgeving over
3. Versheid, kleur, structuur van producten: welke kwaliteit mg je verwachten van leverancier. 

Slide 53 - Slide

This item has no instructions

Vrachtbon + 1e kwantitatieve controle

Slide 54 - Slide

This item has no instructions

Pakbon

Slide 55 - Slide

This item has no instructions

pakbon informatie
• Naam en adres van de leverancier;
• Naam en adres van het bedrijf waaraan wordt geleverd;
• Aantal producten per soort;
• Soort producten;
• Omschrijving van de producten.

Slide 56 - Slide

This item has no instructions

2e kwantitatieve contr.
Pakbon 
Opdracht:
- Werk in duo's
- Je krijgt 2 pakbonnen
- Vergelijk deze met elkaar
- Wat komt overeen? (standard informatie)
- Wat verschilt?
- Maak nu een eigen fictieve pakbon waarin je de 
informatie van je leerbedrijf gebruikt en een 
fictieve klant en 3 verschillende producten
- zorg dat je je aan de verplichte onderdelen houdt

Slide 57 - Slide

This item has no instructions

2 kwalitatieve controle

Slide 58 - Slide

This item has no instructions

2e kwalitatieve controle

Slide 59 - Slide

This item has no instructions

Afwijkingen?
Melden!

Slide 60 - Slide

This item has no instructions

weet je het nog?
Welke documenten zijn nodig bij de eerste snelle controle

Slide 61 - Slide

This item has no instructions

Ontvangstproces
Opstuurproces
Orderpicking
Opslagproces
Hier worden goederen ontvangen en gecontroleerd.
Hier krijgt men het CMR document.
De goederen worden in het magazijn opgeslagen in rekken of op de grond.
de goederen worden verzonden naar de klant
Hier worden de goederen verzameld.

Slide 62 - Drag question

This item has no instructions

Welk officieel document gebruik je bij goederen ontvangst
A
(Elektronische) Vrachtbrief
B
Inkoopfactuur
C
Pakbon
D
Alle drie zijn juist

Slide 63 - Quiz

This item has no instructions

Een vrachtbrief is een document dat een chauffeur altijd bij zich heeft
A
juist
B
onjuist

Slide 64 - Quiz

This item has no instructions

Wat doe je als een vrachtbrief niet klopt?
A
Niks
B
Zeuren bij een collega dat er weer een fout is gemaakt
C
Verbeteren en aan je leidinggevende vertellen
D
Verbeteren

Slide 65 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een vrachtbrief?
A
vervoersdocument
B
factuurbon
C
pakbon
D
het transportbedrijf

Slide 66 - Quiz

This item has no instructions

Wie maakt de vrachtbrief op?
A
Ontvanger
B
Afzender

Slide 67 - Quiz

This item has no instructions

Een Pakbon en vrachtbrief zijn voorbeelden van:
A
Verkoopdocumenten
B
Voorraaddocumenten
C
Inkoopdocumenten
D
Geleidedocumenten

Slide 68 - Quiz

This item has no instructions

Alleen de leidinggevende mag tekenen voor ontvangst van goederen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 69 - Quiz

This item has no instructions

Je werkt in een magazijn en bent verantwoordelijk voor de ontvangst en sortering van goederen. Welke informatie is NIET van belang?
A
De aard van de goederen (vast, vloeibaar, gas)
B
De verkoopprijs van de goederen
C
Het transportmiddel dat nodig is om de goederen op te staan
D
De locatie van opslag (binnen of buiten)

Slide 70 - Quiz

This item has no instructions

Geef een ander woord voor CMR.
A
Vrachtbrief
B
Ontvangstbrief
C
Creditnota
D
Debetnota

Slide 71 - Quiz

This item has no instructions

Slide 72 - Video

This item has no instructions

In hoeveel exemplaren bestaat een vrachtbrief?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 73 - Quiz

This item has no instructions

CMR
Nummer van de factuur
Plaats waar de goederen geleverd worden
Brutogewicht
Btw nummer
Aantal colli
Naam vervoerder
Naam ontvanger
Factuur

Slide 74 - Drag question

This item has no instructions

Synoniem leveringsbon
A
Bestelbon
B
Pakbon
C
CMR
D
Orderbevestiging

Slide 75 - Quiz

This item has no instructions

Het bewijs voor de chauffeur dat een levering geleverd is, noemen we:
A
Een pakbon
B
Een vrachtbrief

Slide 76 - Quiz

This item has no instructions

Welke gegevens vind je op een vrachtbrief niet?
A
Aantal colli
B
Artikelnummers
C
Gegevens van vervoerbedrijf
D
Artikelomschrijving

Slide 77 - Quiz

This item has no instructions

Vrachtbrief
Op de vrachtbrief staat:
- Naam en adres afzender (=leverancier)
- Gegevens vervoerbedrijf
- Naam en adres ontvanger (= klant)
- Aantal colli

Slide 78 - Slide

This item has no instructions

Wat is een colli?
A
Een colli is een exotisch dier.
B
Een colli is een verzameling van goederen.
C
Een colli is een soort vrachtwagen.
D
Een colli is een vorm van betaling.

Slide 79 - Quiz

This item has no instructions

colli
colli = 1 stuks

zit het samen in een doos of verpakking = tray


1 tray = ook 1 colli
1 doos met 4 perforators = 1 colli

Slide 80 - Slide

This item has no instructions

Dit is geleverd.
Op de vrachtbrief staat dat er 4 colli besteld zijn.

Teken je de vrachtbrief?
A
Ja
B
Nee

Slide 81 - Quiz

Er zijn teveel colli geleverd. Op het plaatje tel je er 7 terwijl dit er 4 moeten zijn. Het kan zijn dat deze levering voor een andere klant bestemd is. 
Een chauffeur levert 3 pallets met op iedere pallet een wasmachine.
Hoeveel colli levert de chauffeur?
A
0
B
1
C
2
D
3

Slide 82 - Quiz

This item has no instructions

Een chauffeur levert 6 pallets met op iedere pallet 8 dozen. Iedere doos wordt los in het magazijn opgeslagen.
Hoeveel colli levert deze chauffeur?
A
6
B
8
C
14
D
48

Slide 83 - Quiz

This item has no instructions

Uit hoeveel
colli bestaat
deze bestelling?
A
9
B
7
C
5
D
3

Slide 84 - Quiz

This item has no instructions

Hoeveel collo of colli is 3 kratten met 6 flessen?
A
1
B
3
C
6
D
18

Slide 85 - Quiz

This item has no instructions

Uit hoeveel colli bestaat deze levering?
A
1
B
9
C
12
D
18

Slide 86 - Quiz

This item has no instructions

hoeveel colli is het?
A
1
B
5
C
10
D
15

Slide 87 - Quiz

This item has no instructions

hoeveel colli is het?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 88 - Quiz

This item has no instructions

Bij de order zit een tray met 8 flessen cola. Bij controle zijn 2 flessen beschadigd. Je haalt deze 2 eruit en legt ze apart. Hoeveel flessen moet er nu bijgehaald worden om de order compleet te maken?
A
2
B
4
C
6
D
8

Slide 89 - Quiz

This item has no instructions

Yara heeft een technische voorraad van 350 colli in het magazijn. Ze krijgt deze week nog 80 colli binnen. Er staan 90 colli klaar om te verzenden, deze zijn verkocht en worden deze week afgeleverd. In een collo zitten 6 stuks.
Bereken de economische voorraad in colli.
A
360 colli
B
520 colli
C
340 colli
D
180 colli

Slide 90 - Quiz

This item has no instructions

Yara heeft een technische voorraad van 350 colli in het magazijn. Ze krijgt deze week nog 80 colli binnen. Er staan 90 colli klaar om te verzenden, deze zijn verkocht en worden deze week afgeleverd. In een collo zitten 6 stuks.
Bereken de economische voorraad in stuks.
A
340
B
2040
C
360
D
2160

Slide 91 - Quiz

This item has no instructions

Boudewijn heeft een groothandel in planten. In zijn magazijn staan 1100 trays violen. er staan 350 trays apart voor een klant. Ze zijn al betaald. Boudewijn krijgt nog een party van 300 trays binnen. In een tray zitten 8 violen. Bereken de economische voorraad in trays en in stuks.
A
1150 trays, 8800 stuks
B
1050 trays, 8400 stuks
C
1050 trays, 8800 stuks
D
1150 trays, 8400 stuks

Slide 92 - Quiz

This item has no instructions

Pakbon
De pakbon zit op of in de goederen die worden geleverd.

Op de pakbon staan:
- Naam en adres van de leverancier
- Naam en adres van de klant: de winkel
- Artikelnummers en omschrijvingen van de artikelen
- Aantal van elk artikel.

Slide 93 - Slide

This item has no instructions

Slide 94 - Slide

This item has no instructions

Samenvattend
Stap 1
  • Met een vrachtbrief doe je een snelle vluchige controle
  • De vrachtbrief is het bewijs van de chauffeur dat de levering geleverd is.
Stap 2
  • Met een pakbon controleer je de kwaliteit en de hoeveelheid (integrale controle)

Slide 95 - Slide

This item has no instructions

Wat is de formule om het aantal colli snel te berekenen bij controle met leveringsbon of vrachtbrief?
A
Aantal pallets - colli per pallet
B
Aantal pallets x colli per pallet
C
Aantal pallets / colli per pallet
D
Aantal pallets + colli per pallet

Slide 96 - Quiz

This item has no instructions

Samenvattend
  • Een collo is een verpakkingseenheid zoals een doos, krat of pallet. 
  • Een doos met 12 artikelen = 1 collo
  • Het meervoud van collo is colli

Slide 97 - Slide

This item has no instructions

Als je een vrachtbrief controleert, tel je dan het aantal goederen of colli?
A
Alleen het aantal goederen
B
Alleen het aantal colli
C
Allebei
D
Geen van beide

Slide 98 - Quiz

This item has no instructions

Het aantal colli staat op het volgende document:
A
Pakbon
B
Vrachtbrief
C
Bestelling
D
Retourbon

Slide 99 - Quiz

This item has no instructions

De afkorting MBT in de MBT lijst staat voor:
A
Meer, Breekbaar, Teveel
B
Manco, Breuk, Teveel
C
Manco, Breuk, Tekort
D
Meer, Breekbaar, Tekort

Slide 100 - Quiz

This item has no instructions

Manco - Breuk - Teveel

Slide 101 - Slide

This item has no instructions

In plaats van 26, zoals op de pakbon aangeeft, zitten er maar 20 vazen in de verpakking. Wat is dit?
A
Manco
B
Breuk
C
Teveel

Slide 102 - Quiz

Manco betekent tekort of gebrek

De verpakking om de geleverde wasmachine is beschadigd en op de wasmachine zit een kras. Manco, breuk of teveel?
A
Manco
B
Breuk
C
Teveel

Slide 103 - Quiz

This item has no instructions

Er zijn 6 colli in plaats van de bestelde vier geleverd.
A
Manco
B
Breuk
C
Teveel

Slide 104 - Quiz

This item has no instructions

Samenvattend
Bij een levering kan er sprake zin van Manco, Breuk of Teveel
  • Manco = tekort
  • Breuk = iets is beschadigd of kapot 
  • Teveel = er is teveel geleverd

Je noteert dit op de pakbon/leveringsbon

Slide 105 - Slide

This item has no instructions

Na controle: labelen

Slide 106 - Slide

This item has no instructions

Labelen is goederen voorzien van een sticker of etiket met een code en/of informatie over het product.
A
Dat is waar
B
Dat is niet waar

Slide 107 - Quiz

This item has no instructions

 en goederen verplaatsen

Slide 108 - Slide

This item has no instructions

Ben je er klaar voor??

Slide 109 - Slide

This item has no instructions

Welk soort pallet is dit? Sleep alle juiste antwoorden naar de pallet. Let op. Er zijn dus meerdere antwoorden goed.
Europallet
Blokpallet
Tweewegspallet
Enkeldekspallet
100 x 120 cm
Vierwegspallet
80 x 120 cm

Slide 110 - Drag question

This item has no instructions


De afmeting van een EURO-pallet =
A
80 x 120 cm
B
1200 x 800 mm
C
8 x 12 meter
D
100 x 80 cm

Slide 111 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een europallet?
A
Een pallet die je alleen in euro's kan betalen.
B
Een pallet die in de EU in logistiek wordt gebruikt.
C
Een pallet speciaal voor een Euroheftruck.
D
Een pallet van Europees dennenhout.

Slide 112 - Quiz

This item has no instructions

Een magazijnmedewerker heeft een grote hoeveelheid kleine doosjes op een pallet gestapeld. De pallet moet in een stelling worden opgeslagen. Hoe voorkomt de magazijnmedewerker dat er doosjes van de pallet afvallen?
A
door heel voorzichtig te rijden met de pallet
B
door de doosjes niet te hoog te stapelen
C
door de pallet in te pakken met wikkelfolie
D
Door achteruit te rijden

Slide 113 - Quiz

This item has no instructions

2. Je moet 15 pallets in een vrachtwagen laden. Je plaatst steeds drie pallets in de breedte naast elkaar. Op welke plekken plaats je de zwaarste pallets?
A
zwaarste pallet in het midden
B
zwaarste pallets afwisselend links en rechts
C
zwaarste pallets in het midden van de vrachtwagen
D
zwaarste pallets dicht tegen de cabine aanzetten

Slide 114 - Quiz

This item has no instructions

Kosten van een pallet met statiegeld zijn:
A
Emballagekosten (verpakkingskosten)
B
Kosten van derden
C
Kosten van belasting

Slide 115 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de standaardmaat van een europallet?
A
1,10 x 0,80 meter
B
1,20 x 0,80 meter
C
1,20 x 1,00 meter
D
1,20 x 0,85 meter

Slide 116 - Quiz

This item has no instructions

Stapelaar                      = 

Magazijnwagen          = 

Trogtransporteur        = 

AGV                                 =

SBA                                  = 

Orderverzameltruck   = 
Welk transportmiddel is horizontaal of verticaal. 
Sleepvraag:
Horizontaal
Verticaal
Horizontaal & Verticaal
Horizontaal
Verticaal
Verticaal

Slide 117 - Drag question

This item has no instructions

Wat zijn de afmetingen van een europallet?
A
120 x 80 cm
B
80 x 60 cm
C
120 x 100 cm
D
114 x 114 cm

Slide 118 - Quiz

This item has no instructions

Welk transportmiddel zien wij hier?
A
Stapelaar
B
EPT
C
AGV
D
Orderverzameltruck

Slide 119 - Quiz

This item has no instructions

Handpalettruck
Motorpalettruck
Steekwagen

Slide 120 - Drag question

This item has no instructions

Wat is een ladingdrager?
A
Is een toestel die opmeet hoeveel alle weegt.
B
Is een voorwerp waar de lading op staat of ligt.
C
Hier bedoelen ze dat je zelf de lading draagt.
D
Hiermee wordt de lading gecontroleerd

Slide 121 - Quiz

This item has no instructions

Slide 122 - Slide

This item has no instructions

1

Slide 123 - Video

This item has no instructions

<span style="font-weight: bold">Magazijnbediende.</span><div>Invoer van leveringen</div><div>administratie</div><div>controle voorraad magazijn</div><div>....</div>
<span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">Lader/losser</span><div>Goederen lossen of laden</div><div>Vastzetten van goederen</div><div>Goederen in de juiste volgorde meegeven</div>
<span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">Orderpicker</span><div>Bestellingen verzamelen</div><div>Goederen naar packing brengen</div><div><br></div>
<div><b style="color: rgb(236, 72, 77)">Bestuurder reachtruck.</b></div>Verplaatsen van goederen in een magazijn.<div>Paletten stapelen op stellingen.</div><div>Ophalen lege paletten.</div><div><br></div>
<span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">Bestuurder heftruck.</span><div><span style="color: rgb(0, 0, 0)">Goederen picken met heftruck.</span></div><div><span style="color: rgb(0, 0, 0)">Lossen van goederen</span></div><div><span style="color: rgb(0, 0, 0)">laden van goederen</span></div>
<span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">Magazijnmedewerker.</span><div>Lossen van goederen</div><div>Laden van goederen</div><div>Veel communiceren</div>

Slide 124 - Drag question

This item has no instructions

goederen behandelen

Slide 125 - Slide

This item has no instructions

Breekbaar
Deze zijde boven
Droog houden
Niet in snijden

Slide 126 - Drag question

This item has no instructions

sleepvraag
Behandelingsetiket
milieukenmerk
CE - markering
Gevarenetiket
Kringlooplogo

Slide 127 - Drag question

This item has no instructions

Slide 128 - Slide

This item has no instructions

Wat betekent voorgaand pictogram?
A
Kringloop
B
recycleerbaar

Slide 129 - Quiz

This item has no instructions

Slide 130 - Slide

This item has no instructions

Wat betekent voorgaand pictogram?
A
Afval in de vuilbak gooien
B
Afval sorteren

Slide 131 - Quiz

This item has no instructions

Wat betekent het glas als pictogram op een behandelingsetiket?
A
Breekbaar
B
Servies
C
Niet laten vallen
D
Voorzichtig behandelen

Slide 132 - Quiz

This item has no instructions

De levensmiddelengroothandel ontvangt een levering. Op de verpakkingen staan verschillende pictogrammen.
Wat is de betekenis van dit pictogram op een verpakking?
A
Niet stapelen
B
Rechtop houden
C
Voorzichtig behandelen

Slide 133 - Quiz

This item has no instructions

Welk behandelingsetiket plaats je op meel?
A
breekbaar
B
fragile
C
Beschermen tegen vocht

Slide 134 - Quiz

This item has no instructions

Retourgoederen zijn artikelen die je terugstuurt naar de leverancier. Waar of niet waar
A
Waar
B
Niet waar

Slide 135 - Quiz

This item has no instructions

Verpakkingsmateriaal waar statiegeld op zit.
A
Retourgoederen
B
Pallet
C
Emballage
D
Kledingrek

Slide 136 - Quiz

This item has no instructions

DERVING
Is het verlies van geld of goederen, 
waardoor die niet verkocht kunnen worden
en er omzet misgelopen wordt

2 soorten derving, weet jij welke?

Slide 137 - Slide

This item has no instructions

DERVING: verlies geld/goederen
Economische derving
Verschil tussen werkelijke en administratieve voorraad. 

Criminele derving
Door stelen van goederen. Moedwillige beschadiging. Frauderen.




Slide 138 - Slide

This item has no instructions

Economische derving
• Pakbon niet goed genoeg vergelijken met de bestelling
• Maken van invoer of rekenfouten
• Niet goed geteld of genoteerd bij de voorraadopname
• Geleverde colli niet goed vergelijken met de begeleidingsdocumenten
• Ontvangen kwaliteit of kwantiteit niet goed genoeg vergelijken met de kwaliteit en
kwantiteit die op de pakbon vermeld staat
• Goederen in het magazijn vergeten
• Goederen op meerdere plekken opgeslagen hebben
• Beschadigen van de goederen bij in-en uitpakken, intern transport en opslag
• Niet toepassen van het FIFO-systeem (first in, first out), gevolg producten over de
houdbaarheidsdatum

Slide 139 - Slide

This item has no instructions

Criminele derving
- Door klanten
- Door personeel
- Door derden (leverancier)

Diefstal, beschadiging, fraude

Slide 140 - Slide

This item has no instructions

Hoe voorkom je derving?
- Geef producten een vaste plaats
- Zorg voor een nette opslagruimte
- FIFO: first in first out
- Administratie: neem de voorraad regelmatig op
- Let op wat er uit de vriezer komt
- Wees alert op verdachte situaties en meld ze
- voor waardevolle producten: beveiligde opslagruimte

Slide 141 - Slide

This item has no instructions

Logistiek en HACCP 
HACCP houdt onder andere in dat je (dagelijks) controleert of:
 • De temperatuur goed is
• De verpakking goed is
• De producten geen verschijnselen hebben van bederf of ziekte
• De THT-datum klopt
• De producten onbeschadigd en (indien van toepassing) volgroeid zijn
• De producten schoon en droog zijn
• De kleur en de geur van de producten goed zijn.

En… Let op dat de koelketen niet onderbroken wordt!

Slide 142 - Slide

This item has no instructions