H4 - vraag & aanbod (4.1 t/m 4.6)

Welkom
4 vwo ECONOMIE  ||  2025-2026
1 / 19
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Welkom
4 vwo ECONOMIE  ||  2025-2026

Slide 1 - Slide

Programma
  • Leerdoelen
  • Theorie
  • Leerdoelen
  • Aan de slag

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
Voorbeelden geven van negatieve en positieve externe effecten. 
Het verband tussen externe effecten en en maatschappelijke kosten uitleggen. 
Uitleggen dat mvo kan bijdragen aan minder negatieve externe effecten.
Uitleggen dat bedrijven bij mvo rekening houden met people, profit en planet.
Uitleggen dat heffingen en subsidies een bijdrage kunnen leveren aan het internaliseren van externe effecten. 
De aanbodfunctie herschrijven als er een heffing of subsidie wordt ingesteld.
Berekenen hoeveel procent wordt afgewenteld van een subsidieheffing.

Slide 3 - Slide

Duurzaamheid

Slide 4 - Mind map

Externe effecten
Extern effect
effect als gevolg van 
productie en consumptie --> 
Niet bij de prijs inbegrepen.

Negatieve externe effecten &  
positieve externe effecten

Slide 5 - Slide

Externe effecten
Extern effect: gevolgen van consumptie en productie die niet in de prijs worden meegenomen maar wel de welvaart van andere beïnvloeden.

Negatieve externe effecten: Een extern effect waarbij de welvaart van de maatschappij afneemt.

Positieve externe effecten: Een extern effect waarbij de welvaart van de maatschappij toeneemt. 

Slide 6 - Slide

Positief extern effect 
Positief extern effect 
Negatief extern effect 
Negatief extern effect 

Slide 7 - Drag question

Wat is geen voorbeeld van een extern effect?
A
Rommel na het concert in de ZiggoDome
B
Bouw van een nieuw stadsplein
C
Rommel na een wedstrijd van FCT buiten het stadion
D
Uitstoot van de fabriek van Tata-steel

Slide 8 - Quiz

MVO
This video is no longer available
explain

Slide 9 - Slide

Circulaire economie 

Slide 10 - Slide

Circulaire economie
In 2050 moet NL een circulaire economie zijn
In circulaire economie bestaat geen afval, 
net zoals in de natuur: 

Slide 11 - Slide

Heffingen en subsidies
Via heffingen, zoals BTW, accijns en subsidies, beïnvloedt de overheid de prijzen.
Heffingen: schadelijke producten worden belast met een heffing (accijns); een kostenverhogende belasting.
Subsidies: hiermee wil de overheid de prijzen verlagen zodat het product meer gekocht wordt.

Slide 12 - Slide

Afwentelen
Het afwentelingspercentage geeft aan hoeveel procent van de heffing wordt afgewenteld op de consument.

Slide 13 - Slide

Aanbodfunctie
Qa = 0,2P -2 
De heffing is 10 euro voor de producent.
Qa = 0,2(P - 10 ) -2
Qa = 0,2P - 2 -2
Qa = 0,2P -4

Vanuit hier komt er dan een andere evenwichtsprijs. 

Slide 14 - Slide

Afwentelen 
Door de verandering in de aanbodlijn komt er nu een andere evenwichtsprijs. De consument moet meer betalen. 
Dit is niet de volledige 10 euro. Je kijkt met het afwentelingspercentage hoeveel procent van de totale heffing nu door de consument betaald wordt. 

Slide 15 - Slide

Evenwichtsprijs voor heffing = €50
Heffing = €10
Evenwichtsprijs na heffing = €55
Afwentelingspercentage = ...?
A
10%
B
33%
C
50%
D
100%

Slide 16 - Quiz


Qv = -2p + 120
Qa = 2,5p - 15 Er komt een heffing van 10 De nieuwe aanbodfucntie:
Qa = 2,5p - 40
Hoeveel is het afwentelingspercentage op de consument?

A
29%
B
55,6%
C
29,4%
D
55,4%

Slide 17 - Quiz

Leerdoelen
Voorbeelden geven van negatieve en positieve externe effecten. 
Het verband tussen externe effecten en en maatschappelijke kosten uitleggen. 
Uitleggen dat mvo kan bijdragen aan minder negatieve externe effecten.
Uitleggen dat bedrijven bij mvo rekening houden met people, profit en planet.
Uitleggen dat heffingen en subsidies een bijdrage kunnen leveren aan het internaliseren van externe effecten. 
De aanbodfunctie herschrijven als er een heffing of subsidie wordt ingesteld.
Berekenen hoeveel procent wordt afgewenteld van een subsidieheffing.

Slide 18 - Slide

Aan het werk
Maken t/m 4.6 --> 4.6 bespreken. 
Nakijken
  • Wat heb je goed gedaan?
  • Wat kun je beter doen?
Lees de tekst
  • Onderstrepen
  • Samenvatten

Slide 19 - Slide