Bedrijf Starten (3e) H5. Verbanden tussen financiële overzichten

Beco-afspraken
  • ik ben stil als de docent, of een andere leerling, aan het woord is
  • als ik iets wil vragen of zeggen in de klas, steek ik mijn vinger op
  • als ik zelfstandig werk, heb ik alleen fluisterend overleg met mijn buurman/vrouw (en niet met mijn achter buurman/vrouw)
1 / 47
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 47 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Beco-afspraken
  • ik ben stil als de docent, of een andere leerling, aan het woord is
  • als ik iets wil vragen of zeggen in de klas, steek ik mijn vinger op
  • als ik zelfstandig werk, heb ik alleen fluisterend overleg met mijn buurman/vrouw (en niet met mijn achter buurman/vrouw)

Slide 1 - Slide

Studiewijzer
Studiewijzer Bedrijfseconomie Havo 4 Periode 4
Duur: 6 weken van week 17 (20 april 2026) t/m week 23 (5 juni 2026)
Aantal lesuren per week: 3

SO Bedrijf starten Hoofdstuk 3-4 op woensdag 27 mei
  • Weging: 1               Minuten: 45              Herkansbaar: NEE

PW Bedrijf Starten Hoofdstuk 1-5 in week  24 (8 - 12 juni)
  • Weging: 3              Minuten: 90              Herkansbaar: NEE

Slide 2 - Slide

Bedrijf Starten
3. De liquiditeitsbegroting
  • ontvangsten
  • uitgaven
4. De exploitatiebegroting
  • opbrengsten
  • kosten
  • privé ontvangsten en uitgaven
5. Verbanden tussen financiële overzichten
  • van openingsbalans naar eindbalans
  • overlopende posten

Slide 3 - Slide

Week 22 (vanaf 25 mei 2026)
Hoofdstuk 5. Verbanden tussen financiële overzichten
  • terugblik vorige lessen (balans, liquidatiebegroting en exploitatiebegroting)
  • leerdoelen
  • instructie (verbanden)
  • opdracht 5.1 klassikaal maken
  • weektaak: opdracht 5.1 t/m 5.6

Slide 4 - Slide

Terugblik
(balans)
De balans is
een financieel overzicht
van alle bezittingen en schulden
van een onderneming
op een bepaald moment.


De bezittingen staan links (debet / activa) en de schulden staan rechts (credit  / passiva) op de balans. 
Let op: de bezittingen en schulden
zijn altijd in balans!

Slide 5 - Slide

Terugblik (liquiditeitsbegroting)
De liquiditeitsbegroting is
een financieel overzicht
van alle verwachte ontvangsten en uitgaven van een onderneming
in een bepaalde periode.

Let op: alle bedragen zijn inclusief BTW!

Slide 6 - Slide

Terugblik
(exploitatiebegroting)
De exploitatiebegroting is
een financieel overzicht
van alle verwachte opbrengsten en kosten
van een onderneming
 in een bepaalde periode
(vaak voor de komende 3 jaar).

Let op: alle bedragen zijn exclusief BTW!

Als we dit overzicht achteraf maken, noemen we dit de winst & verliesrekening.

Slide 7 - Slide

Leerdoelen H5. Verbanden
  • Ik kan de begrippen op pagina 67 omschrijven (zie ook LWEO).
  • Ik kan de gevolgen van financiële feiten voor de winst- en verliesrekening analyseren.
       - inkoop (en ontvangst) en verkoop (en aflevering) van goederen contant en op rekening
       - aflossen van schulden
       - afschrijving op basis van de aanschafwaarde
       - btw-aangifte
       - privé en overige ontvangsten en -uitgaven
  • Ik kan kosten op basis van uitgaven en opbrengsten op basis van ontvangsten berekenen.
  • Ik kan de samenhang uitleggen en berekenen tussen de beginbalans, de exploitatiebegroting, de geprognosticeerde eindbalans en de liquiditeitsbegroting.

Slide 8 - Slide

Verbanden financiële overzichten
Hoe stelt een ondernemer vanuit zijn beginbalans,
winst- en verliesrekening en liquiditeitsoverzicht
de eindbalans van zijn onderneming op?


Op basis van de beginbalans, de exploitatiebegroting en de liquiditeitsbegroting kan hij een verwachte eindbalans opstellen: geprognosticeerde eindbalans

Na afloop van een periode op basis van de beginbalans, de winst- en verliesrekening (gerealiseerde exploitatie) en het liquiditeitsoverzicht kan hij de eindbalans opstellen: gerealiseerde eindbalans

Slide 9 - Slide

Van begin naar eindbalans
Hoe veranderen de liquide middelen en het eigen vermogen ten opzichte van de beginbalans?

Verandering van de liquide middelen door …
  • ontvangsten en uitgaven
  • te zien op de liquiditeitsbegroting (inclusief BTW)

Verandering van het eigen vermogen door …
  • kosten en opbrengsten (winst of verlies)
  • te zien op de exploitatiebegroting (exclusief BTW)

Deze veranderen ten opzichte van de beginbalans resulteert in de eindbalans.

Slide 10 - Slide

Liquide middelen en eigen vermogen
  • Saldo liquiditeitsoverzicht (positief of negatief) = ontvangsten - uitgaven
  • Liquide middelen (eindbalans) = liquide middelen (beginbalans) + saldo liquiditeitsoverzicht

  • Resultaat (winst of verlies) = opbrengsten - kosten (exploitatie)
  • Saldo privé (positief of negatief) = privé ontvangsten - privé uitgaven
  • Eigen vermogen (eindbalans) = eigen vermogen (beginbalans) + resultaat (winst of verlies) + saldo privé


Slide 11 - Slide

Opdracht 5.1 (pagina 57)
1. Bereken de verwachte liquide middelen per 31 december.
  • liquide middelen (beginbalans) = € 1.800 + € 200 = € 2.000
  • ontvangsten = € 80.000
  • uitgaven = € 30.000 + € 18.000 + € 1.000 + € 27.000 = € 76.000
  • liquide middelen (eindbalans) = € 2.000 + € 80.000 - € 76.000 = € 6.000  
2. Bereken het te verwachten eigen vermogen per 31 december.
  • eigen vermogen (beginbalans) = € 21.500
  • omzet = € 80.000
  • kosten = € 24.000 + € 18.000 + € 30.000 = € 72.000
  • eigen vermogen (eindbalans) = € 21.500 + € 80.000 - € 72.000 = € 29.500 
timer
5:00

Slide 12 - Slide

Activa
  • Vaste activa stijgen door investeringen, en dalen door afschrijvingen
  • Voorraden stijgt stijgt door inkopen, en dalen door verkopen (inkoopwaarde van de omzet)
  • Debiteuren stijgen door verkoop op rekening, en dalen door betaling van de klant

Berekeningen:
  • Vaste activa (eindbalans) = vaste activa (beginbalans) - afschrijvingskosten
                                                                 + aanschaf vaste activa - verkoop vaste activa
  • Voorraad (eindbalans) = voorraad (beginbalans)
                                                          + inkopen - verkopen (inkoopwaarde van de omzet)
  • Debiteuren (eindbalans) = debiteuren (beginbalans)
                                                               + verkopen op rekening - ontvangsten van debiteuren


Slide 13 - Slide

Passiva
  • Leningen stijgen door nieuwe leningen, en dalen door aflossingen
  • Crediteuren stijgen door inkoop op rekening, en dalen door betaling van de ondernemer

Berekeningen:
  • Leningen (eindbalans) = leningen (beginbalans) - aflossingen + nieuwe leningen
  • Crediteuren (eindbalans) = crediteuren (beginbalans)
                                                               + inkopen op rekening - betalingen aan crediteuren


Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Les & Weektaak
  • wat: opdracht 5.2 en 5.3 (pagina 58 / 59) in de les
  • hoe: fluisterend overleg met buurman / buurvrouw mag
  • hulp: buurman / buurvrouw of steek je vinger op
  • tijd: tot 1 minuut voor einde les
  • uitkomst: zo ver mogelijk
  • klaar: ga verder je weektaak opdracht 5.1 t/m 5.6

Slide 16 - Slide

Week 23 (vanaf 1 juni 2026)
Hoofdstuk 5. Verbanden tussen financiële overzichten
  • terugblik vorige lessen (verbanden en eindbalans)
  • opdracht 5.2 en 5.3 klassikaal bespreken
  • leerdoelen
  • instructie (verbanden)
  • opdracht 5.8 klassikaal maken
  • weektaak: opdracht 5.7 t/m 5.14

Slide 17 - Slide

Terugblik (verbanden)
Hoe stelt een ondernemer vanuit zijn beginbalans,
winst- en verliesrekening en liquiditeitsoverzicht
de eindbalans van zijn onderneming op?


Op basis van de beginbalans, de exploitatiebegroting en de liquiditeitsbegroting kan hij een verwachte eindbalans opstellen: geprognosticeerde eindbalans

Na afloop van een periode op basis van de beginbalans, de winst- en verliesrekening (gerealiseerde exploitatie) en het liquiditeitsoverzicht kan hij de eindbalans opstellen: gerealiseerde eindbalans

Slide 18 - Slide

Terugblik (van begin naar eindbalans)
Hoe veranderen de liquide middelen en het eigen vermogen ten opzichte van de beginbalans?

Verandering van de liquide middelen door …
  • ontvangsten en uitgaven
  • te zien op de liquiditeitsbegroting (inclusief BTW)

Verandering van het eigen vermogen door …
  • kosten en opbrengsten (winst of verlies)
  • te zien op de exploitatiebegroting (exclusief BTW)

Deze veranderen ten opzichte van de beginbalans resulteert in de eindbalans.

Slide 19 - Slide

Terugblik (eindbalans berekeningen)
  • Liquide middelen (eindbalans) = liquide middelen (beginbalans) +  ontvangsten - uitgaven
  • Eigen vermogen (eindbalans) = eigen vermogen (beginbalans) + (opbrengsten - kosten)
                                                                          + (privé ontvangsten - privé uitgaven) 
  • Vaste activa (eindbalans) = vaste activa (beginbalans) - afschrijvingskosten
                                                                 + aanschaf vaste activa - verkoop vaste activa
  • Voorraad (eindbalans) = voorraad (beginbalans) + inkopen - verkopen (inkoopwaarde!)
  • Debiteuren (eindbalans) = debiteuren (beginbalans) + verkopen op rekening
                                                               - ontvangsten van debiteuren
  • Leningen (eindbalans) = leningen (beginbalans) - aflossingen + nieuwe leningen
  • Crediteuren (eindbalans) = crediteuren (beginbalans) + inkopen op rekening
                                                                 - betalingen aan crediteuren


Slide 20 - Slide

Opdracht 5.2 (pagina 58)
1. Bereken de verwachte liquide middelen per 31 december.
  • liquide middelen (beginbalans) = € 1.000
  • ontvangsten = € 1.800 + € 945 = € 2.745
  • uitgaven = € 1.500 + € 500 + € 25  = € 2.025
  • liquide middelen (eindbalans) = € 1.000 + € 2.745 - € 2.025 = € 1.720  
2. Bereken het te verwachten eigen vermogen per 31 december.
  • eigen vermogen (beginbalans) = € 2.945
  • omzet = € 2.500
  • kosten = € 7 + € 75 + € 25 = € 107
  • privé uitgaven = € 1.500
  • eigen vermogen (eindbalans) = € 2.945 + € 2.500 - € 107 - € 1,500 = € 3.838 
timer
5:00

Slide 21 - Slide

Opdracht 5.3 (pagina 59)
1. Bereken de waarde van de inventaris per 31 juli.
  • inventaris (balans 1 juli) = € 12.000
  • afschrijvingskosten inventaris (juli 2023) = € 200
  • inventaris (balans 31 juli ) = € 12.000 - € 200 = € 11.800  

2. Maak de volgende zinnen bedrijfseconomisch juist.
  • voorraad (balans) = exclusief BTW
  • inkopen (liquiditeitsoverzicht) = inclusief BTW
  • inkoopwaarde van de omzet (winst- en verliesrekening) = exclusief BTW
timer
5:00

Slide 22 - Slide

Opdracht 5.3 (pagina 59)
3. Bereken de waarde van de voorraad per 31 juli.
  • voorraad (balans 1 juli) = € 5.500
  • inkopen (juli 2023) = € 3.630 / 121 x 100 = € 3.000
  • verkopen (inkoopwaarde van de omzet juli 2023) = € 2.600
  • voorraad (balans 31 juli ) = € 5.500 + € 3.000 - € 2.600 = € 5.900  

4. Maak de volgende zinnen bedrijfseconomisch juist.
  • debiteuren (balans) = inclusief BTW
  • omzet (winst- en verliesrekening) = exclusief BTW
  • ontvangen van debiteuren (liquiditeitsoverzicht) = inclusief BTW
timer
5:00

Slide 23 - Slide

Opdracht 5.3 (pagina 59)
5. Bereken de toename van de post debiteuren in juli 2023.
  • omzet (juli 2023, 20% op rekening) = € 4.000 x 20% = € 800
  • toename debiteuren (juli 2023) = omzet (inclusief BTW) = € 800 / 100 x 121 = € 968

6. Bereken de waarde van de post debiteuren per 31 juli.
  • debiteuren (balans 1 juli) = € 4.452
  • toename debiteuren (juli 2023) = € 968
  • ontvangsten van debiteuren (liquiditeitsoverzicht juli 2023 ) = € 2.352
  • debiteuren (balans 31 juli) = € 4.452 + € 968 (toename) - € 2.352 (ontvangsten) = € 3.068
timer
5:00

Slide 24 - Slide

Opdracht 5.3 (pagina 60)
7. Bereken de verwachte waarde van de inventaris per 31 augustus.
  • inventaris (balans 1 augustus 2023) = € 11.800
  • aanschaf inventaris (liquiditeitsbegroting) = € 4.961 (inclusief BTW) / 121 x 100 = € 4.100
  • afschrijvingskosten inventaris (augustus 2023) = € 200
  • inventaris (balans 31 augustus 2023) = € 11.800 + € 4.100 - € 200 = € 15.700 

8. Bereken de verwachte waarde van de voorraad per 31 augustus.
  • voorraad (balans 1 augustus) = € 5.900
  • inkopen (augustus 2023) = € 2.904 / 121 x 100 = € 2.400
  • verkopen (inkoopwaarde van de omzet augustus 2023) = € 3.150
  • voorraad (balans 31 juli ) = € 5.900 + € 2.400 - € 3.150 = € 5.150
timer
5:00

Slide 25 - Slide

Opdracht 5.3 (pagina 60)
9. Bereken de waarde van de post debiteuren per 31 augustus.
  • debiteuren (balans 1 augustus) = € 3.068
  • omzet (augustus 2023, 20% op rekening) = € 5.250 x 20% = € 1.050
  • toename debiteuren (augustus 2023) = omzet (inclusief BTW) = € 1.050 / 100 x 121 = € 1.270,50
  • ontvangsten van debiteuren (liquiditeitsoverzicht augustus 2023) = € 2.100
  • debiteuren (balans 31 augustus) = € 3.068 + € 1.270,50 (toename) - € 2.100 (ontvangsten) = € 2.238,50
timer
5:00

Slide 26 - Slide

Opdracht 5.4 (pagina 60)
1. Bereken met welk bedrag de hypotheek op de balans van 31 maart 2022 staat.
  • 165.000 (beginbalans 1 januari) - 2.750 (aflossing 1e kwartaal) = € 162.250
2. Maak de volgende zinnen bedrijfseconomisch juist:
  • crediteuren op de balans = inclusief BTW
  • betaald aan crediteuren op het liquiditeitsoverzicht = inclusief BTW
3. Bereken het bedrag waarmee de post crediteuren voorkomt op de balans van 31 maart 2022.
  • 208.000 (beginbalans) - 260.790 (betaald aan crediteuren) + 52.790 + 50.800 + 52.400 (inkopen) = € 103.200
timer
5:00

Slide 27 - Slide

Opdracht 5.5 (pagina 61)
1. Machines per 31 december 2021.
  • 20.000 (beginbalans) + 5.000 (aankoop machine) - 2.000 (afschrijving) = € 23.000
2. Voorraad per 31 december 2021.
  • 10.000 (beginbalans) + 35.000 (inkopen) - 40.000 (inkoopwaarde van de omzet) = € 5.000
3. Debiteuren per 31 december 2021.
  • 7.500 (beginbalans) - 132.000 (ontvangsten) + 128.000 (omzet op rekening) = € 3.500
4. Kas per 31 december 2021.
  • liquide middelen (beginbalans) = 5.000 (kas) - 4.000 (bank) = € 1.000
  • liquide middelen (eindbalans) = € 1.000 (beginbalans) + € 2.000 (verandering) = € 3.000
  • kas (eindbalans) = € 3.000 (liquide middelen) + € 3.000 (bank) = € 6.000
timer
10:00

Slide 28 - Slide

Opdracht 5.5 (pagina 61)
5. Eigen vermogen per 31 december 2021.
  • 20.000 (beginbalans) - 20.000 (privé) + 25.000 (resultaat) = € 25.000
6. 6% lening per 31 december 2021.
  • 10.000 (beginbalans) - 2.000 (aflossing) = € 8.000
7. Crediteuren per 31 december 2021.
  • 8.500 (beginbalans) - 42.000 (uitgaven) + 35.000 (inkopen op rekening) = € 1.500

Slide 29 - Slide

Opdracht 5.6 (pagina 62)
1. Bereken de te vorderen BTW i.v.m. de bestelbus en voorraad per 31 januari 2020.
  • BTW bestelbus = € 72.600 (inclusief BTW) / 121 x 21 = € 12.600
  • BTW voorraad = € 50.000 (exclusief BTW) / 100 x 21 = € 10.500
  • te vorderen BTW = € 12.600 + € 10.500 = € 23.100
2. Bereken de balanspost crediteuren per 1 januari 2020.
  • crediteuren = € 50.000 / 100 x 121 = € 60.500
3. Vul de balans per 1 januari verder in.
  • balanstotaal (1 januari 2020) = € 60.000 (bestelbus) + € 50.000 (voorraad) + € 23.100 (te vorderen BTW) + € 5.000 (kas) = € 138.100
  • bank = € 138.100 (balanstotaal) - 50.000 (eigen vermogen) - 60.500 (crediteuren) = € 27.600
timer
10:00

Slide 30 - Slide

Opdracht 5.6 (pagina 62)
4. Toon aan dat de inkoopwaarde van de omzet over het 1e kwartaal € 160.000 bedraagt.
  • inkoopwaarde van de omzet = € 50.000 (voorraad beginbalans + 181.500 (inclusief BTW) / 121 x 100 (inkopen) - € 40.000 (voorraad eindbalans) = € 160.000
5. Vul de liquiditeitsbegroting (1e kwartaal 2020) verder in.
  • BTW = € 23.100 (te vorderen BTW per 1 januari 2020)
  • totale ontvangsten = € 139.150 + € 23.100 = € 162.250
  • betaald aan crediteuren = € 60.500 + € 181.500 x 1⁄3 = € 121.000
  • totale uitgaven = € 121.000 + € 5.000 = € 126.000
  • verandering liquide middelen = € 162.250 - € 126.000 = € 36.250
timer
10:00

Slide 31 - Slide

Opdracht 5.6 (pagina 62)
6. Leg uit waarom de liquiditeitsbegroting meer inzicht geeft in de liquide middelen van een onderneming dan een balans.
  • een liquiditeitsbegroting geeft inzicht in de ontwikkeling van de liquide middelen
  • de balans geeft alleen de situatie op een bepaald moment weer
7. Vul de geprognosticeerde balans per 31 maart 2020 verder in.
  • bestelbus (EB) = € 60.000 (BB) - € 2.500 (afschrijving) = € 57.500
  • debiteuren (EB) = € 0 (BB)  - 139.150 (ontvangen) + € 172.500 / 100 x 121 = € 69.575
  • totaal (EB) = € 57.500 + € 40.000 + € 69.575 + € 31.500 + € 8.650 + € 5.000 = € 212.225
  • eigen vermogen (EB) = € 50.000 (BB) + (€ 172.500 - € 167.500) = € 55.000
  • te betalen BTW  (EB) = € 172.500 (omzet) / 100 x 121 = € 36.225
  • totaal (EB) = 212.225
timer
10:00

Slide 32 - Slide

Proefwerk
Wat: Bedrijf Starten hoofdstuk 1 t/m 5
Wanneer: woensdag 10 juni 2026 om 13:30 - 15:00 uur (papier) 
Inhoud: 18 open vragen (46 punten)
Opgaven (onderwerpen):
  1. rechtsvormen
  2. balans en liquiditeitsbegroting opstellen
  3. uitgaven en kosten
  4. afschrijvingskosten, boekwaarde, resultaat verkoop, interest en aflossing
  5. omzet en exploitatiebegroting opstellen
  6. eindbalans opstellen

Slide 33 - Slide

Leerdoelen H5. Verbanden
  • Ik kan de begrippen op pagina 67 omschrijven (zie ook LWEO).
  • Ik kan de gevolgen van financiële feiten voor de winst- en verliesrekening analyseren.
       - inkoop (en ontvangst) en verkoop (en aflevering) van goederen contant en op rekening
       - aflossen van schulden
       - afschrijving op basis van de aanschafwaarde
       - btw-aangifte
       - privé en overige ontvangsten en -uitgaven
  • Ik kan kosten op basis van uitgaven en opbrengsten op basis van ontvangsten berekenen.
  • Ik kan de samenhang uitleggen en berekenen tussen de beginbalans, de exploitatiebegroting, de geprognosticeerde eindbalans en de liquiditeitsbegroting.

Slide 34 - Slide

Overlopende posten
Overlopende posten (transitorische posten) zijn balansposten waarbij het moment van de ontvangsten (of uitgaven) afwijkt van het moment waarop de opbrengsten (of kosten) worden geboekt. Je hebt 4 soorten overlopende posten:

Debet (bezit):
  • nog te ontvangen bedragen (dienst geleverd, nog niet betaald)
  • vooruitbetaalde bedragen (dienst nog niet ontvangen, al wel betaald)

Credit (schuld):
  • nog te betalen bedragen (dienst ontvangen, nog niet betaald)
  • vooruit ontvangen bedragen (dienst nog niet geleverd, al wel betaald)

Slide 35 - Slide

Overlopende posten (berekeningen)
Debet (bezit):
  • Nog te ontvangen bedragen (eindbalans) = nog te ontvangen bedragen (beginbalans)
  •                                                                                              + opbrengsten - ontvangsten
  • Vooruitbetaalde bedragen (eindbalans) = vooruitbetaalde bedragen (beginbalans)
                                                                                              + uitgaven - kosten

Credit (schuld):
  • Nog te betalen bedragen (eindbalans) = nog te betalen bedragen (beginbalans)
                                                                                            + kosten - uitgaven
  • Vooruitbetaalde bedragen (eindbalans) = vooruitbetaalde bedragen (beginbalans)
                                                                                               + ontvangsten - opbrengsten


Slide 36 - Slide

Opdracht 5.8 (pagina 63)
1. Bereken de nog te betalen interest over 2021 en de interestkosten over 2022.
  • 2.000 (nog te betalen interest 2021) + 3.600 (interestkosten 2022) = € 5.600 
2. Bepaal welk bedrag de ondernemer daadwerkelijk aan interest betaalde in 2022.
  • € 3.800 (betaalde interest op liquiditeitsoverzicht 2022)
3. Bereken het bedrag van de post 'nog te betalen interest' per 31 december 2022
  • 2.000 (nog te betalen interest 2021) - 3.800 (betaalde interest 2022) + 3.600 (interestkosten 2022) = € 1.800
timer
5:00

Slide 37 - Slide

Opdracht 5.8 (pagina 63)
4. Bereken welk bedrag aan verzekeringskosten 2022 nog in 2022 betaald moet gaan worden.
  • 840 (verzekeringskosten 2022) - 400 (vooruitbetaalde verzekeringspremie 2022 = € 440
5. Bepaal welk bedrag de ondernemer daadwerkelijk aan verzekeringspremie betaalde in 2022.
  • € 924 (betaalde verzekeringspremie op liquiditeitsoverzicht 2022)
6. Bereken het bedrag van de post 'vooruitbetaalde verzekeringspremie' per 31 december 2022.
  • 400 (vooruitbetaalde verzekeringspremie 2022) + 924 (betaalde verzekeringspremie 2022) - 840 (verzekeringskosten 2022) = € 484
timer
5:00

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Slide

Les & Weektaak
  • wat: opdracht 5.9 en 5.10 (pagina 58 / 59) in de les
  • hoe: fluisterend overleg met buurman / buurvrouw mag
  • hulp: buurman / buurvrouw of steek je vinger op
  • tijd: tot 1 minuut voor einde les
  • uitkomst: zo ver mogelijk
  • klaar: ga verder je weektaak opdracht 5.7 t/m 5.14

Slide 40 - Slide

Opdracht 5.9 (pagina 64)
1. Bereken de nog te ontvangen huur over 2021 en de huuropbrengst over 2022.
  • 2.400 (nog te ontvangen huur 2021) + 10.800 (huuropbrengsten 2022) = € 13.200 
2. Bepaal welk bedrag Owen daadwerkelijk aan huur ontving in 2022.
  • € 10.500 (ontvangsten huur op liquiditeitsoverzicht 2022)
3. Bereken het bedrag van de post 'nog te ontvangen huur' per 31 december 2022
  • 2.400 (nog te ontvangen huur 2021) - 10.500 (ontvangen huur 2022) + 10.800 (huuropbrengsten 2022) = € 2.700
timer
5:00

Slide 41 - Slide

Opdracht 5.9 (pagina 64)
4. Bereken welk bedrag aan cursusopbrengsten 2022 in 2022 nog ontvangen moet worden.
  • 21.000 (opbrengst cursussen 2022) - 1.750 (vooruitontvangen cursusgeld 2022 = € 19.250
5. Bepaal welk bedrag Owen daadwerkelijk aan cursusgelden ontving in 2022.
  • € 22.500 (ontvangen cursusgeld op liquiditeitsoverzicht 2022)
6. Bereken het bedrag van de post 'vooruitontvangen cursusgeld' per 31 december 2022.
  • 1.750 (vooruitontvangen cursusgeld 2022) + 22.500 (ontvangen cursusgeld) - 21.000 (opbrengst cursussen 2022) = € 3.250
timer
5:00

Slide 42 - Slide

Opdracht 5.10 (pagina 64)
1. Inventaris per 31 december 2020.
  • 9.950 (beginbalans) + 940 (aanschaf inventaris) - 600 (afschrijvingskosten) = € 10.290
2. Vooruitbetaalde huur per 31 december 2020.
  • 450 (beginbalans) + 1.860 (betaalde huur) - 1.800 (huurkosten) = € 510
3. Onderhandse lening per 31 december 2020.
  • 9.000 (beginbalans) - 600 (aflossing) = € 8.400
4. Nog te betalen interest per 31 december 2020.
  • 135 (beginbalans) - 540 (betaalde interest) + 531 (interestkosten) = € 126
timer
5:00

Slide 43 - Slide

Opdracht 5.13 (pagina 65)
1. Bereken het bedrag van de balanspost Kleding (A) per 31 december 2022.
  • 300.000 (beginbalans kleding) - 45.700 (afschrijvingskosten kleding) + 51.400 (aankoop kleding) = € 305.700
2. Bereken de opbrengsten uit abonnementen (B) in 2022.
  • 45.000 (vooruitontvangen abonnementen 2021) + 97.100 (ontvangen abonnementen 2022) - 51.500 (vooruitontvangen abonnementen 2022) = € 90.600
3. Bereken het bedrag dat Dress Up in 2022 aan te-laat-gelden (C) heeft ontvangen.
  • 2.130 (nog te ontvangen te-laat-gelden 2021) + 8.900 (opbrengst te-laat-gelden) - 2.850 (nog te ontvangen te-laat-gelden 2022) = € 8.180
timer
5:00

Slide 44 - Slide

Opdracht 5.14 (pagina 66)
1. Ontvangen huren 2021.
  • VOB EB = VOB BB + ontvangsten - opbrengsten
  • 24.000 (vooruitontvangen huur EB) = 24.000 (vooruitontvangen huur BB) + ontvangen huren 2021 - 72.000 (omzet huren) → ontvangen huren 2021 = € 72.000 
2. Te betalen interest 2021.
  • NTB EB = NTB BB + kosten - uitgaven 
  • 85 (te betalen interest EB) = 95 (te betalen interest BB) + 1.100 (interestkosten) - te betalen interest 2021 → te betalen interest 2021 = € 1.110
3. Afschrijving auto 2021.
  • 40.000 (auto BB) - 32.000 (auto EB) = € 8.000
timer
10:00

Slide 45 - Slide

Opdracht 5.14 (pagina 66)
4. Huurkosten 2021.
  • NTB EB = NTB BB + kosten - uitgaven 
  • 26.400 (nog te betalen huur EB) = 20.000 (nog te betalen huur BB) + huurkosten 2021 - 48.000 (betaalde huren 2021) → huurkosten 2021 = € 54.400
5. 6%-lening per 31 december 2021.
  • 19.000 (beginbalans) - 2.000 (aflossing 6%-lening) = € 17.000
6. Eigen vermogen per 1 januari 2021.
  • EB EB = EV BB + resultaat + privé ontvangsten - privé uitgaven
  • 1.500 (EV EB) = EV BB + 3.500 (resultaat) - 12.000 (privé-uitgave) → EV BB = € 10.000
timer
10:00

Slide 46 - Slide

Opdracht 5.14 (pagina 66)
7. Kas per 1 januari 2021
  • 73.095 (totaal BB) - 40.000 (auto BB) - 20.000 (bank BB) = € 13.095
8. Bank per 31 december 2021.
  • LM EB = LM BB + saldo liquiditeitsoverzicht 
  • LM EB = 20.000 (bank BB) + 13.095 (kas BB) + 3.890 (saldo liquiditeitsoverzicht) = € 36.985
  • Bank EB = 36.985 - 18.985 (kas EB) = € 18.000

timer
5:00

Slide 47 - Slide