Les 2 - H9.2 _ Reactiewarmte


H9.2 - Reactiewarmte
1 / 48
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson


H9.2 - Reactiewarmte

Slide 1 - Slide

Planning
  • Ophalen voorkennis - Energie en reactie

  • Uitleg 5.2 Reactiewarmte

  • Maken opgaven

Slide 2 - Slide

Aan het einde van deze les:
  • kan ik het energie-effect van een reactie weergeven in een energiediagram en uit een energiediagram het energie-effect aflezen.
  • kan ik de reactiewarmte van een chemische reactie berekenen met behulp van de vormingswarmte.

Slide 3 - Slide

Ophalen voorkennis

Slide 4 - Slide

Bij een endotherme reactie...

A
komt er energie vrij
B
is even energie nodig om de reactie te starten
C
is continu energie nodig
D
komt continu energie vrij

Slide 5 - Quiz

Exotherm of endotherm?

Het verdampen van water
A
Exotherm
B
Endotherm

Slide 6 - Quiz

Exotherm of endotherm?

Smelten van chocolade
A
Exotherm
B
Endotherm

Slide 7 - Quiz

Exotherm of endotherm?

Stollen van chocolade
A
Exotherm
B
Endotherm

Slide 8 - Quiz

Exotherm of endotherm?

Het branden van een kaars
A
Exotherm
B
Endotherm

Slide 9 - Quiz

Exotherm of endotherm?

Bakken van een ei
A
Exotherm
B
Endotherm

Slide 10 - Quiz

Exotherm of endotherm?

Verdampen van gas.
A
Exotherm
B
Endotherm

Slide 11 - Quiz

Dit is een endotherm
of exotherm proces
A
Endotherm
B
Exotherm
C
Geen van beide
D
Allebei

Slide 12 - Quiz

Is het een
exotherme of endotherm
reactie?
A
endotherm want product staat lager
B
Exotherm want product staat lager
C
exotherm, het is een verbranding
D
endotherm, het is ontleding

Slide 13 - Quiz

Exotherme en endotherme reacties
  • Tijdens elke chemische reactie worden bindingen verbroken én gevormd.
  • Exotherme reacties: energie wordt afgestaan aan de omgeving.
  • Bij een exotherme reactie levert het vormen van bindingen méér energie op dan het verbreken kost..
  • Verbrandingsreacties zijn bijna altijd exotherm.
  • Endotherme reacties: energie wordt opgenomen tijdens de reactie.
  • Voorbeeld: Fotosynthese → zonlicht levert energie om glucose en zuurstof te vormen.

Slide 14 - Slide

Energiediagram

  • Het energie-effect van een reactie wordt weergegeven in een energiediagram.

  • Het verloop van de reactie wordt van links naar rechts weergegeven:
  • - Beginstoffen staan links.
  • - Reactieproducten staan rechts.

  • Energiediagrammen zijn schematisch, er is geen schaalverdeling nodig.

Slide 15 - Slide

Energiediagram & 
reactiewarmte

  • ΔE: de reactiewarmte

  • Het verschil in energieniveau is de reactiewarmte (ΔE):
  • Eenheid: joule per mol (J mol⁻¹).
  • Δ𝐸=𝐸chem(reactieproducten)−𝐸chem(beginstoffen)

Slide 16 - Slide

Exotherme reactie
endotherme reactie

Slide 17 - Slide

Aan het einde van deze les:
  • kan ik het energie-effect van een reactie weergeven in een energiediagram en uit een energiediagram het energie-effect aflezen.
  • kan ik de reactiewarmte van een chemische reactie berekenen met behulp van de vormingswarmte.

Slide 18 - Slide

Vormingswarmte (Ev)
  • Vormingswarmte (Ev) is de energie die vrijkomt of nodig is bij het vormen van 1 mol van een verbinding uit de elementen.

  • Eenheid: Joule per mol (J mol⁻¹).
  • Vormingswarmte van elementen (niet-ontleedbare stoffen) is per definitie 0 J mol⁻¹.

Slide 19 - Slide

Vormingswarmte (Ev)

  • Bijvoorbeeld: vorming van NaCl

  • Reactievergelijking: 2 Na(s) +  Cl₂(g) → 2 NaCl(s).
  • Ev = −4,11∙10⁵ J mol⁻¹ (negatief, dus exotherm).
  • Exotherme reactie: energie komt vrij, beginstoffen hebben een hoger energieniveau dan de producten.

Slide 20 - Slide

Vormingswarmte (Ev)
  • Omgekeerde reactie: Ontleding van NaCl

  • Reactie: 2 NaCl(s) → 2 Na(s) + Cl₂(g).
  • Endotherme reactie: energie moet worden toegevoegd.
  • Wet van behoud van energie: benodigde energie = vrijgekomen energie bij vorming. Ev = +4,11∙10⁵ J mol⁻¹

Slide 21 - Slide

vorming van NaCl      ontleding van NaCl

Slide 22 - Slide

Vormingswarmte (Ev) in binas
Binas tabel 57
  • Binas tabel 57A: vormingswarmten van anorganische stoffen.
  • Binas tabel 57B: vormingswarmten van organische stoffen.

  • Vormingswarmte van elementen is per definitie 0 J mol⁻¹.
  • uitzondering!! Sommige elementen hebben verschillende vormen (bijv. koolstof: grafiet en diamant). (voetnoot 57A)
  • C (s) grafiet → C (s) diamant: vereist 0,019∙10⁵ J mol⁻¹ energie.

Slide 23 - Slide

Vormingswarmte van CO2
Negatief = er komt energie vrij = exotherm

Slide 24 - Slide

Vormingswarmte (Ev
Let op: Verschil tussen vloeibaar en gasvormig water (57A)
  • H₂O(l): Ev = −2,86∙10⁵ J mol⁻¹.
  • H₂O(g): Ev = −2,42∙10⁵ J mol⁻¹.
  • Minder energie komt vrij bij de vorming van H₂O(g) dan H₂O(l) → extra energie nodig voor verdamping.

  • Bij berekeningen: let op of water als vloeistof of gas vrijkomt.

Slide 25 - Slide

Reactiewarmte ΔE berekenen
  •  ΔE = Ev(reactieproducten) − Ev(beginstoffen).

  • Vormingswarmte moet worden vermenigvuldigd met de coëfficiënt uit de reactievergelijking.
  • Neem ook de + en - over!!

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Stappenplan
  • Stap 1: Stel de reactievergelijking op.
  • Stap 2: Zoek van de beginstoffen en de reactieproducten de vormingswarmten op in Binas tabel 57. 
  • Stap 3: Vermenigvuldig de vormingswarmten met de (aangepaste) coëfficiënten in de reactievergelijking (let op wat er gevraagd wordt!!)
  • Stap 4: Vul de formule voor het berekenen van de reactiewarmte in, houd hierbij rekening met min en plus (en gebruik haakjes!!).

Slide 28 - Slide

Let op!
  • Vergeet niet het juiste teken over te nemen (+ of -).
  • Let op de fase van de stoffen, bijv. waterdamp of vloeibaar water.
  • Vergeet niet de factor 105 in de berekening / bij je antwoord.
  • Kijk naar de coëfficiënten in de reactievergelijking of je de reactiewarmte voor 1 mol hebt berekend of meer.
  • Gebruik haakjes bij het uitrekenen met je rekenmachine.

Slide 29 - Slide

Voorbeeldopdracht 1 
Bereken de reactiewarmte voor de ontleding van 1 mol kaliumchloraat (KClO3).Hierbij ontstaat vast kaliumchloride en zuurstofgas.

Slide 30 - Slide

Voorbeeldopdracht 1 - Antwoord
  • Reactievergelijking: 2 KClO3(s) → 2 KCl(s) + 3 O2(g)
  • Ev(KClO3) = -3,98∙105 J mol−1        (Binas tabel 57A)
  • Ev(KCl) = -4,37∙105 J mol−1              (Binas tabel 57A)
  • Ev(O2) = 0 J mol−1                                 (O2 is een element)
  • ΔE = (2 × -4,37∙105+ 3×0)  − (2 × -3,98∙105) =  -0,78∙105 J per 2 mol KClO3
  • Per mol KClO3 is de reactiewarmte dus: -0,78∙105 : 2= -0,39∙105 J mol−1
  • Het teken voor de reactiewarmte is negatief. Dus een exotherme reactie.

Slide 31 - Slide

Of

Slide 32 - Slide

Voorbeeldopdracht 2
Bereken de totale reactiewarmte voor de ontleding van zwaveltrioxide, in J mol−1. Hierbij komt zwavel, S8 (s), en zuurstofgas vrij. 
Geef ook aan of de reactie endotherm of exotherm is.

Slide 33 - Slide

Voorbeeldopdracht 2 - Antwoord
  • Reactievergelijking: 8 SO3(g) → S8(s) + 12 O2(g)
  • Ev(S8) = 0 J mol−1                           (S8 is een element)
  • Ev(O2) = 0 J mol−1                            (O2 is een element)
  • Ev(SO3) = −3,96∙105 J mol−1        (Binas tabel 57A)
  • ΔE = (1×0 + 12×0) − (8 × −3,96∙105) = +31,84∙105 J mol−1
  • Het teken voor de reactiewarmte is positief. Het is dus een endotherme reactie.

Slide 34 - Slide

Voorbeeldopdracht 3
Bereken de reactiewarmte voor de verbranding van 1 mol diwaterstofsulfide, H2S (g), in J mol−1
Er komt waterdamp, H2O (g), en zwaveldioxide, SO2 (g), vrij. 
Geef ook aan of de reactie endotherm of exotherm is.

Slide 35 - Slide

Voorbeeldopdracht 3 - Antwoord
  • Reactievergelijking: 2 H2S (g) + 3 O2 (g) → 2 SO(g) + 2 H2O(g)
  • Ev(H2S) = -0,206∙105 J mol−1         (Binas tabel 57A)
  • Ev(O2) = 0 J mol−1                               (O2 is een element)
  • Ev(SO2) = -2,97∙105 J mol−1           (Binas tabel 57A)
  • Ev(H2O) = -2,42∙105 J mol−1           (Binas tabel 57A)
  • ΔE = (2×-2,97∙105 + 2×-2,42∙105) − (2 × -0,206∙105 + 3x0) = -10,368⋅105 J mol−1
  • Per mol H2S = -10,368⋅105 / 2 = 5,184⋅105 J mol−1
  • Het teken voor de reactiewarmte is negatief. Het is dus een exotherme reactie.

Slide 36 - Slide

Voorbeeldopdracht 4
Bereken de reactiewarmte voor de verbranding van 1 mol ethaan (C2H6) in J mol−1.
Geef ook aan of de reactie endotherm of exotherm is.

Slide 37 - Slide

Voorbeeldopdracht 4 - Antwoord
  • Reactievergelijking: 2 C2H6(g) + 7 O2(g) → 4 CO2(g) + 6 H2O(l)
  • Ev(CO2) = -3,935∙105 J mol−1                (Binas tabel 57A)
  • Ev(H2O) = -2,86∙105 J mol−1                   (Binas tabel 57A)
  • Ev(C2H6) = -0,84∙105 J mol−1                (Binas tabel 57B)
  • Ev(O2) = 0 J mol−1                                        (O2 is een element)

Slide 38 - Slide

Voorbeeldopdracht 4 - Antwoord
  • Reactievergelijking: 2 C2H6(g) + 7 O2(g) → 4 CO2(g) + 6 H2O(l)
  • ΔE = (4 · Ev(CO2) + 6 · Ev(H2O(l))) − (2 · Ev(C2H6) + 7 · Ev(O2))
  • ΔE = (4 × -3,935∙105 + 6 × -2,86∙105) − (2 × -0,84∙105 + 7 × 0)
  • ΔE = −31,22∙105 J (per 2 mol ethaan)
  • dus: ΔE = −31,22∙105 : 2= −15,61∙105 J mol−1 ethaan
  • Het teken voor de reactiewarmte is negatief. Het is dus een exotherme reactie.

Slide 39 - Slide

Aan de slag 

  • Doorlezen §9.2
  • Maken:
      * §9.1 => opdr. 3, 6, 8, 9
      * §9.2 => opdr. 12, 14, 16
    



  • Eerste 5 minuten in stilte
  • Daarna fluisterend overleggen met buur of werken met muziek

  • Vraag? Steek je hand op
  • Af? => Geen huiswerk

Slide 40 - Slide

Bereken de vormingswarmte van 1 mol FeCl2 wanneer de
reactiewarmte -0,504 .105 J bedraagt.

Slide 41 - Slide

Slide 42 - Slide

Filmpje 1
Energie-effect en Energiediagrammen
Endotherm en Exotherm

Slide 43 - Slide

Slide 44 - Video

Filmpje 2
Vormingswarmte: BiNaS T.57

Slide 45 - Slide

Slide 46 - Video

Filmpje 3
Reactie-energie berekenen 
(met BiNaS T.57)

Slide 47 - Slide

Slide 48 - Video