dementie en NAH

dementie
gedrag en aandoeningen 
verschillende vormen
begeleiding 

1 / 34
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 2

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 7 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

dementie
gedrag en aandoeningen 
verschillende vormen
begeleiding 

Slide 1 - Slide

fase 1 het bedreigde ik
dit is de cognitieve fase 
deze fase kan je herkennen aan
vergeetachtigheid, korte termijn geheugen en problemen met dagelijks handelen

Slide 2 - Slide

fase 2 het verdwaalde ik
dit is de emotionele fase
deze fase kun je herkennen aan
korte termijn geheugen, verlies van oriëntatie en tijd en sterke emotionele gevoelens 

Slide 3 - Slide

fase 3 het verborgen ik
dit is de psychomotore fase
deze fase kun je herkennen aan
onverstaanbare geluiden en bewegingen, raakt meer in zichzelf en passief en continue herhalingen 

Slide 4 - Slide

fase 4 het verzonken ik
dit is de zintuigelijke fase
deze fase kun je herkennen aan
basisbehoefte, liggen veel in bed, moeilijk contact 

Slide 5 - Slide

alzheimer
symptomen 
problemen korte/lange termijn geheugen 
gedrag verandert: agressie achterdochtig en terug houdend.      
afasie/agnosie/apraxie
mogelijk aanwezigheid van hallucinaties

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

vasculaire dementie
vasculaire dementie ontstaat door een probleem in de bloed voorziening in de hersenen kenmerken zijn:

geheugen gaat achteruit en oriëntatie problemen
vertraagt denken en handelen/slikproblemen
spraakprobleem/moeite met motoriek 
verandering stemming en verhoogde kans depressie



Slide 8 - Slide

fronto-temporale dementie
kenmerken
ziekte treed op tussen de leeftijd 50 en 60 jaar
 initiatief verlies en gebrek aan emotie
problemen in het plannen 
ontremd gedrag en geen gevolgen herkennen
taal problemen 

 

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

lewy-body dementie
symptomen 
concentratie problemen 
visuele hallucinaties 
spierklachten 
val neigingen 


Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

begeleiding fase 1
ondersteun bij eigenwaarden en begeleiding op reacties van verlies.
praten over positiefs gebeurtenissen van verleden.
ken het levens verhaal van de cliënt.
stimuleer om activiteiten te doen 
 

 


Slide 13 - Slide

begeleiding fase 2
positieven situaties creëren 
leuke gesprekken over vroeger hebben 
herkenbare situaties aan bieden 
benoem emoties die waargenomen worden 

Slide 14 - Slide

begeleiding fase 3
probeer contact te maken door dingen te herhalen van de cliënt die hij heeft gezegd of gedaan.
meedoen met bewegingen die de cliënt doet.
je kan ook gebruik maken van lichamelijk contact en muziek.


Slide 15 - Slide

begeleiding fase 4
de zinteugen zijn extra gevoelig voor prikkels dus probeer deze zo veel mogelijk te stimuleren.
je kan een een bad maken of muziek luisteren of de cliënt masseren.

Slide 16 - Slide

Niet Aangeboren Hersenletsel

Slide 17 - Slide

Wat weet je van de
hersenen?

Slide 18 - Mind map

Slide 19 - Video

Definitie NAH:


Een beschadiging van het hersenweefsel door een hersenaandoening/trauma die op enig moment vanaf de geboorte is ontstaan (Zorg voor Beter, 2018)

Slide 20 - Slide



Traumatisch hersenletsel

Zonder schedelletsel:
(Verkeers)ongeval; val;
zwaar voorwerp tegen het hoofd;
klap tegen het hoofd;
shaken baby-syndroom.
Met schedelletsel:
Binnendringen van botgedeeltes als gevolg van schedelbreuk;
binnendringen van een voorwerp, zoals een kogel, steekwapen of ijzeren voorwerp.

Slide 21 - Slide



Niet traumatisch hersenletsel






Covid19
Cerebro Vasculair Accident (CVA)
Ontsteking hersenen (encefalitis)
Ontsteking                                                                          hersenvliezen(meningitis)
gezwel/tumor
Vergiftiging/intoxicatie
                             (drugs,alcohol)
reanimatie
bijna-verdrinking;
afsluiting luchtpijp, rookvergiftiging
epilepsie

Slide 22 - Slide

Epidemiologie

  • Jaarlijks krijgen in Nederland naar schatting 130.000 tot           140.000 mensen te maken met een vorm van hersenletsel,        hiervan zijn er 19.000 kinderen en jongeren.
  • Jaarlijks houden ongeveer 40.000 mensen blijvende                    beperkingen over aan NAH.

Slide 23 - Slide

feitjes over NAH
  • NAH ontstaat na de geboorte.
  • Het kan ontstaan door verschillende oorzaken.
  • Er ontstaat een breuk in de levenslijn. Door deze breuk is er sprake van een veranderd leven. Er is een tijd van vóór en een tijd na het hersenletsel. 
  • Hersenletsel verandert mensen, bijna niemand wordt weer zoals hij of zij was.
  • NAH is geen diagnose maar een verzamelnaam van allerlei aandoeningen in het brein.

 

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Video

Zichtbare (lichamelijk) gevolgen


  • Hemiplegie
  • Hemiparese
  • Hemianopsie
  • Apraxie
  • Incontinentie
  • Epilepsie



Onzichtbare gevolgen


  • Cognitief: aandacht- en               concentratievermogen, vermoeidheid, geheugenstoornis (agnosie)
  • Communicatief: taal en spraakstoornissen (afasie, dysartrie)
  • Gedragsmatig: geen/verminderd ziekte inzicht, rusteloos, agressief, teruggetrokken
  • Emotioneel: karakterverandering, decorumverlies, verminderd zelfvertrouwen, onzekerheid, depressie

Slide 26 - Slide

Welke gevolgen van NAH
zie jij wel eens?

Slide 27 - Mind map

Gevolgen van NAH

Lichamelijke gevolgen (zichtbare gevolgen)
Cognitieve gevolgen (onzichtbare gevolgen)
Psychische/sociaal-emotionele gevolgen  
Maatschappelijke gevolgen

Slide 28 - Slide

Gevolgen in het dagelijkse leven

- grotere afhankelijkheid van anderen, minder zelfstandig kunnen zijn
- veranderende woonsituatie, bijv. een gedwongen verhuizing
- een kleinere wereld krijgen door minder mobiel zijn of afsluiten van de buitenwereld
- problemen in relaties, zowel met partner, kinderen als met vrienden.
- gevolgen voor naasten (overname deel van de zorg, veranderende relatie)

Slide 29 - Slide

Omgaan met iemand met NAH
omgaan met rouw en verlies
omgaan met veranderd gedrag
begeleiding geven aan mensen met sociale en culturele verschillen
omgaan met de naaste betrokkenen
wet- en regelgeving kennen (indicaties aanvragen)

Slide 30 - Slide

Fasen rouwproces 
Ontkenning (dat gebeurt mij niet)
Boosheid (waarom ik?)
Onderhandelen en vechten (als ik maar gezond leef, dan...)
Verdriet (depressieve gevoelens)
Acceptatie (ik moet ermee leren leven)

Slide 31 - Slide

Behandeling?
(Neuro)revalidatie 
met o.a. neuroloog, neuroverpleegkundige, psycholoog, fysiotherapeut, ergotherapeut, logopedist, gedragskundige, spelactiviteitentherapeut etc.

Hersenz, Interact Contour, NAH professionals
Zeer weinig mensen herstellen volledig na hersenletsel.

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Video

Slide 34 - Video