techniek drijven en zinken LiV

Drijven en zinken 
1 / 13
next
Slide 1: Slide
TechniekBasisschoolGroep 5-8

This lesson contains 13 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Drijven en zinken 

Slide 1 - Slide

Aan het einde van de les.....
- Weet je waarom dingen zinken of blijven drijven
- Weet je wat ze bedoelen met de dichtheid 

Slide 2 - Slide

Drijven en zinken

Slide 3 - Slide

Aangespoelde spullen

Slide 4 - Slide

Op onderzoek uit
  • Ga op onderzoek met je groepje uit hoe het komt dat sommige dingen blijven drijven en andere dingen zinken.
  • Schrijf op je werkblad op wat je hebt gevonden op internet. 

Slide 5 - Slide

Proefje
  • Onderzoek in groepjes van 4
  • Per groepje: een bak water, een invulblad, potlood, punaise, paperclip, elastiek, klein elastiek en een spons. 
  • Maak een voorspelling, wat blijft drijven en wat gaat zinken?
  • Test het om de beurt uit!

Slide 6 - Slide

Uitvoeren 
Nu je meer hebt opgezocht over drijven en zinken ga je met je groepje proberen om een bootje te maken van aluminiumfolie. Het bootje moet minimaal 2 theelichtjes kunnen houden. Je mag de schaaltjes die voorin de klas staan gebruiken.

Slide 7 - Slide

Resultaten 
  • Bij wie is het gelukt?
  • Wat hebben jullie ontdekt?

Slide 8 - Slide

Uitleg van juf
  • Filmpje: https://schooltv.nl/video-item/prof-dr-testkees-drijven-en-zinkenhoe-werkt-een-vleugel
  • Een voorwerp drijft in het water als de dichtheid van de vloeistof groter is dan de dichtheid van het voorwerp. Als de dichtheid van het voorwerp groter is dan die van de vloeistof, dan zal het voorwerp zinken. Als de dichtheden precies gelijk zijn, zal het voorwerp zweven.

Slide 9 - Slide

Drijven, zinken, zweven
  • Stoffen met een kleinere dichtheid drijven
  • Stoffen met een grotere dichtheid zinken
  • Stoffen met gelijke dichtheid zweven



Slide 10 - Slide

Dichtheid
Dichtheid =  Het vaste gewicht (de massa) van een stof per bepaalde grootte. De dichtheid van een voorwerp heeft te maken hoeveel massa (gewicht) het voorwerp heeft.

                 

Slide 11 - Slide

Uitleg
Hout heeft dus een lagere dichtheid 
dan het water.
Steen heeft dus een hogere dichtheid 
dan het water

Slide 12 - Slide

afsluiting
  • Wat vonden jullie van deze les?

Slide 13 - Slide