FR_P3_MYP3 - Cours 5 20260508

1 / 42
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 42 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
Enlevez votre manteau. 
Mettez votre téléphone portable dans votre sac à dos.
Écouteurs dans vos sacs à dos.
Posez vos sacs à dos par terre.
Mettez votre ordinateur portable fermé sur la table. 
Mettez votre matériel scolaire sur la table.
timer
5:00

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Welkom bij VAK
Unit 3: What do you like doing?
Qu'est-ce que tu aimes faire?
Learner Profile: ....
Communicators/ Communicator
ATL: ....
Communication/Collaboration/Organisation
Related concepts: ....
<span style="font-weight:700">Form, models</span>
Key concept: ....
<b>Culture</b>
Statement of Inquiry : Through language and its models we can express the personal and cultural influences on our hobbies and passions
Global context: ....
<span style="font-weight:700">Identities &amp; Relationships</span><br><div><br></div>

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Toets - Periode 3 - MYP3

Toets – speaking

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Programma
  • Terugblikopdracht/ Exercice de révision
  • Leerdoelen opstellen/ Objectifs d’apprentissage
  • Instructie/ Instructions
  • Aan de slag/ Connaissance d'aujourd'hui
  • Reflectie en leerdoelen check/ Réflexion et vérification des objectifs d'apprentissage

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
  • Je sais décrire une habitude./ Ik kan een gewoonte beschrijven.
  • Je sais dire ce que quelqu'un vient de faire./ Ik kan zeggen wat iemand net heeft gedaan.
 
 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

L'IMPARFAIT

(Onvoltooid verleden tijd)

In het Nederlands is de o.v.t. bijvoorbeeld:

lopen >> ik liep 

hebben >> ik had

gaan >> ik ging

en ga zo maar door

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

L'imparfait 
Les terminaisons de l'imparfait
Onderwerp 
Uitgang 
Voorbeeld 
Je
- ais
Je parlais 
Tu 
- ais
Tu parlais
Il / Elle / On 
- ait
Elle parlait
Nous
- ions
Nous parlions  
Vous 
- iez
Vous parliez 
Ils / Elles
- aient
Ils parlaient 

Slide 9 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Wanneer gebruik je de IMPARFAIT?
On utilise l’imparfait pour décrire une habitude ou un état dans le passé.
Je gebruikt de imparfait om een gewoonte of toestand in het verleden te beschrijven.

Gewoonte:
Tous les jours, j'allais chez ma grand-mère. (Ik ging)
Toestand:
Patrick était vraiment malade. (Patrick was)

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Video

This item has no instructions

Let op
De imparfait van het werkwoord "être" is onregelmatig. Van 'nous sommes' kun je namelijk geen 'ons' afhalen...
Hier gebruik je een vaste stam : ét
Ik was = j'étais
ais is de uitgang bij "je"
Exemple:
Nous étions
Er was: c'était

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Maintenant/ Now

Ouvrez votre ordinateur.
Open your laptop.
Open je computer.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Vervoeg in de imparfait
Il .... (faire)

Slide 14 - Open question

This item has no instructions

Vervoeg in de imparfait
Vous.... (aller)

Slide 15 - Open question

This item has no instructions

Vervoeg in de imparfait
J'.... (être)

Slide 16 - Open question

This item has no instructions

Vervoeg in de imparfait
Nous.... (avoir)

Slide 17 - Open question

This item has no instructions

Qu’est-ce que tu aimais faire quand tu étais petit?/ Wat deed je graag toen je klein was?

Slide 18 - Open question

This item has no instructions

"

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Je sais décrire une habitude.
Ik kan een gewoonte beschrijven.
😒🙁😐🙂😃

Slide 20 - Poll

This item has no instructions

Passé récent
Je viens de nager. 
Ils viennent de manger. 

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Comment former le passé récent?
A
venir + infinitif
B
aller + infinitif
C
venir + de + infinitif
D
aller + de + infinitif

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

https://acupoffrench.com/french-grammar/recent-past/?v=1a13105b7e4e

Slide 24 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Slide 25 - Link

This item has no instructions

Le futur proche et le passé récent
Bij de futur proche en passé récent staat het wederkerend voornaamwoord VOOR het infinitief.
Het wederkerend voornaamwoord wordt AANGEPAST aan het onderwerp.

                     Ik ga me douchen                                    Je vais me doucher

Hij heeft zich net geschoren                                    Il vient de se raser

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Traduis: Hij gaat zich concentreren.

Slide 27 - Open question

This item has no instructions

Traduis: Wij zijn net gestopt.

Slide 28 - Open question

This item has no instructions

Traduis: Jullie gaan jullie klaarmaken.

Slide 29 - Open question

This item has no instructions

Traduis: Jij hebt je zonet gekwetst.

Slide 30 - Open question

This item has no instructions

Je sais dire ce que quelqu'un vient de faire.
Ik kan zeggen wat iemand net heeft gedaan.
😒🙁😐🙂😃

Slide 31 - Poll

This item has no instructions



On révise le verbe "prendre"

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Je ... du pain.
A
prend
B
prends
C
prendre
D
prenne

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Marie et Nathan ... du café.
A
prenez
B
prendent
C
prennent
D
prenent

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

Monsieur Macron, vous ... gâteau au chocolat?
A
prenez
B
prennez
C
prends
D
prennent

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

Nous ... un jus d'orange.

Slide 36 - Open question

This item has no instructions

Tu ... un verre de lait?

Slide 37 - Open question

This item has no instructions

Lucie ... des fraises.

Slide 38 - Open question

This item has no instructions

Aan de slag

timer
3:00

Slide 39 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Aan de slag

Slide 40 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Reflectie
  • Je sais décrire une habitude./ Ik kan een gewoonte beschrijven.
  • Je sais dire ce que quelqu'un vient de faire./ Ik kan zeggen wat iemand net heeft gedaan.


Slide 41 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende Unit. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag op basis van het Learner Profile en de ATL-skills. Dit wordt vastgelegd in Toddle. Samen blikken docent en leerlingen vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Slide 42 - Slide

This item has no instructions