Mensen willen wel het goede doen. Daaraan kun je zien dat de wet goed is. Toch doen mensen steeds het verkeerde. 17Eigenlijk doen ze dat niet zelf, maar het is de zonde die dat doet. Want de zonde heeft macht over hen. 18-19Het goede heeft geen macht over de mensen, het heeft geen macht over hun verkeerde verlangens. Want mensen willen wel het goede doen, maar het lukt ze niet. Ze doen juist de slechte dingen, die ze niet willen doen.