Horeca quiz

Horeca QUIZ!

Ben je er 
klaar voor?
1 / 31
next
Slide 1: Slide
HorecaSpeciaal OnderwijsLeerroute 4

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Horeca QUIZ!

Ben je er 
klaar voor?

Slide 1 - Slide

Waar staat de afkorting HoReCa voor?
A
Hotel, recreatie en café
B
Hof, restaurant en terras
C
Hotel, restaurant en café
D
Hostel, terras en café

Slide 2 - Quiz


A
Gele ui
B
Rode ui
C
Prei
D
Sjalot

Slide 3 - Quiz

Waar zie je een bleekselderij?
A
B
C
D

Slide 4 - Quiz


A
Zeef
B
Garde
C
Spatel
D
Pincet

Slide 5 - Quiz

Wat is het belangrijkste in de keuken?
A
Lekker koken en eten
B
Materialen en ingrediënten
C
Hygiene en veiligheid
D
Messen en snijplanken

Slide 6 - Quiz

Waar staat de afkorting - tl - voor?
A
Theelepel
B
Eetlepel
C
Dessertlepel
D
Koffielepel

Slide 7 - Quiz

1
2
3

Slide 8 - Drag question


A
Broccoli
B
Rode kool
C
Bloemkool
D
Radijs

Slide 9 - Quiz

Hoe noemen we het grootste mes in de keuken?
A
Chefsmes
B
Groot mes
C
Snijmes
D
Koksmes

Slide 10 - Quiz

Wat is een rvs bakje?
A
B
C
D

Slide 11 - Quiz

Wat moet je altijd doen in de keuken?
A
Rustig werken
B
Handen wassen
C
Zorgen dat je kleding goed zit
D
Voorzichtig zijn

Slide 12 - Quiz

Hoe heet de greep die je gebruikt bij snijden?
A
Kattenklauw
B
Poezenklauw
C
Kittenklauw
D
Katerklauw

Slide 13 - Quiz


A
Kookpan
B
Ijzeren pan
C
Soeppan
D
Bakpan

Slide 14 - Quiz

Opdekken & Indekken tafel

  • servetten 
  • peper-en-zoutstel (menage) 
  • twee poleerdoeken 
  • bak heet water

Slide 15 - Slide

Doel van de les
- verschil uitleggen tussen opdekken en indekken
- zelfstandig indekken van een standaard couvert

Slide 16 - Slide

Wat doe je het eerst
bij het tafeldekken
in een restaurant?
Bij het opdekken gebruik je een tafelbedekking, bijvoorbeeld een placemat of tafellaken, bloemen, een kaarsje en servetten 
A
Indekken
B
Opdekken
C
Bestek pakken
D
Glazen neerzetten

Slide 17 - Quiz

De tweede stap is
A
Opdekken
B
Placemat neerleggen
C
Bestek pouleren
D
Indekken

Slide 18 - Quiz


Wanneer ben je goed in tafeldekken?
A
Als je alles uit je hoofd weet
B
Als je je eigen werk checkt
C
Als je netjes werkt
D
Als je snel werkt

Slide 19 - Quiz

Opdracht
In de volgende slide's moet je goed kijken wat niet klopt bij de gedekte tafel van ons restaurant.
Succes!

Slide 20 - Slide


A
De placemat ligt niet goed
B
De dessertlepel moet onder de dessertvork
C
Ik weet het niet
D
De grote vork moet links van de kleine vork

Slide 21 - Quiz

Alles ligt gespiegeld 
Lepel hoort tussen de vork
Het glas hoort rechts te staan

Slide 22 - Drag question


A
Het glas staat niet goed
B
De greep van de dessertvork en lepel liggen naar de verkeerde kant
C
De placemat ligt te dicht op de rand van de tafel
D
Alles ligt goed

Slide 23 - Quiz

Wat klopt hier niet?
De grote vork hoort in de 'hals' van de kleine vork te liggen. De placemat ligt te dicht op de tafelrand.

Slide 24 - Mind map

De kleine vork moet rechts van de grote vork
De dessertlepel hoort onder de dessertvork
De snijkant van het grote mes ligt verkeerd

Slide 25 - Drag question

Wat klopt hier niet?
De snijkanten van de messen liggen de verkeerde kant op. De dessertvork hoort boven de dessertlepel te liggen.

Slide 26 - Mind map


A
Alles ligt goed
B
Het grote mes ligt schuin
C
De placemat ligt schuin
D
De grote vork hoort rechts van de lepel en de kleine links

Slide 27 - Quiz

Het glas hoort niet op de placemat
De dessertlepel hoort onder de dessertvork
Het bestek ligt gespiegeld

Slide 28 - Drag question

Het glas hoort links te staan
Het kleine mes hoort rechts van de lepel en de grote links
De dessertvork hoort boven de dessertlepel

Slide 29 - Drag question

Maak een selfie en laat zien wat je van deze quiz vond.

Slide 30 - Open question

Slide 31 - Slide