Hoofdstuk 8 Economie 8.1 en 8.2

1 / 37
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar 
Rustig lokaal binnen komen.
JAS uit, oortjes af.  
Telefoon in je zakkie en in je tas.
Boek, laptop, rekenmachine heb je altijd bij je.
Wc bezoek alleen tijdens leswissel.  

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Hoofdstuk 8
Economie 
K3 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen 8.1
Je kunt uitleggen waarom Nederland producten importeert.

Je kunt uitleggen waarom Nederland producten exporteert.
Je kunt met de invoerwaarde en uitvoerwaarde berekenen wat het saldo op de betalingsbalans is.
Je kunt berekenen hoe groot de import en export zijn in verhouding tot het nationaal inkomen.


Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Redenen om te importeren

Slide 5 - Mind map

This item has no instructions

Redenen om te exporteren

Slide 6 - Mind map

This item has no instructions

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Wat is wederuitvoer?
A
goederen aan een ander land verkopen
B
goederen importeren en dan doorverkopen aan het buitenland
C
Een protectiemaatregel om import tegen te gaan
D
Goederen verkopen aan het buitenland die in Nederland gemaakt zijn

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Wat staat er op een betalingsbalans?

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

België verkoopt goederen aan het buitenland. Daarmee verdient België 210 miljard euro.
België koopt ook veel goederen en diensten van het buitenland: ongeveer 100 miljard euro..
A
Handelstekort
B
Handelsoverschot

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Dit jaar voerde Nederland 375 miljoen t-shirts in. De gemiddelde prijs van een t-shirt bedroeg € 2,95.
Bereken de invoerwaarde.

Slide 14 - Open question

This item has no instructions

Er worden 250.000 avocado's geïmporteerd. De prijs per eenheid is €1,25. Bereken de invoerwaarde.

Slide 15 - Open question

This item has no instructions

Nederland importeert per jaar 3,8 miljoen kilo aan bananen. Deze bananen kosten € 1,12 per kilo. Bereken de invoerwaarde

Slide 16 - Open question

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Open of gesloten economie?

Kies in onderstaande tekst de juiste woorden.
Nederland heeft een ...1... (gesloten/open) economie, want ons land heeft naar verhouding ...2... (veel/weinig) import en export.
...1...
...2...
gesloten
open
veel
weinig

Slide 19 - Drag question

This item has no instructions

Het nationaal inkomen van België is in een jaar €495 miljard. De invoerwaarde is €214 miljard. Bereken het importpercentage

Slide 20 - Open question

This item has no instructions

NL heeft een nationaal inkomen van €818 miljard. De waarde van de invoer is dat jaar €402 miljard. Bereken het importpercentage.

Slide 21 - Open question

This item has no instructions

Het nationaal inkomen van Duitsland bedraagt in een jaar € 2.400 miljard. De totale invoerwaarde van Duitsland is dat jaar € 1.650 miljard. De totale uitvoerwaarde is € 1.940 miljard.

Bereken voor Duitsland het importpercentage.

Slide 22 - Open question

€ 1.650 miljard : € 2.400 miljard x 100 = 68,8%

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen 8.2
Je kunt uitleggen hoe een land zijn internationale concurrentiepositie kan versterken.

Je kunt uitleggen waarom internationale arbeidsverdeling goed is voor de welvaart.
Je kunt uitleggen wat globalisering is.
Je kunt uitleggen waarom landen protectiemaatregelen nemen.
Je kunt vier protectiemaatregelen noemen en beschrijven.



Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Internationale arbeidsverdeling is:
A
Elk land produceert waar hij goed en goedkoop in is.
B
Elk land produceert hetzelfde product
C
er komen steeds meer gastarbeiders
D
de werkeloosheid neemt toe

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Wat is globalisering?
A
De groei van de totale wereldhandel
B
De verplaatsing van de wereldhandel
C
Steeds meer landen in de wereld die onderling gaan handelen
D
Dat alles meer globaal wordt in de wereld

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Welke vier protectiemaatregelen zijn er?

Zoek ze in paragraaf en leg ze uit. 
Schrijf je antwoorden op een wisbordje.

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Bepaalde goederen mogen helemaal niet worden ingevoerd.
Maatregelen om de productie en werkgelegenheid in het eigen land te beschermen tegen concurrentie uit andere landen.
Hoe een land in staat is beter en/of goedkoper te produceren dan andere landen.
Internationale  concurrentiepositie
Invoerverbod
Protectiemaatregelen

Slide 34 - Drag question

This item has no instructions

Protectiemaatregelen
Importbeperkende maatregelen
Exportbevorderende maatregelen
Invoerverbod
Contigentering
Importheffingen
Exportsubsidie

Slide 35 - Drag question

This item has no instructions

Maatregelen om de productie en werkgelegenheid bij bedrijven in het eigen land te beschermen tegen concurrentie uit andere landen.
De overheid geeft subsidie aan exporterende bedrijven, waardoor die hun producten goedkoper aan het buitenland kunnen verkopen.
Importheffingen, douanerechten. Belasting op ingevoerde producten.
Protectiemaatregelen.
Exportsubsidie
Invoerrechten

Slide 36 - Drag question

This item has no instructions

Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde. Dit laat zien wat de gevolgen zijn als een land protectiemaatregelen neemt.
1
2
3
De export van staal door Europese staalbedrijven neemt af.
Amerika besluit invoerrechten te gaan heffen op Europees Staal.
Europese staalproducenten ontslaan werknemers.

Slide 37 - Drag question

This item has no instructions