Carnaval les 11-02-2026

Carnaval 
1 / 22
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo, mavoLeerjaar 1-3

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Carnaval 

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

De geschiedenis



Carnaval is een volksfeest dat in februari of maart plaatsvindt. De precieze datum hangt af van Pasen; carnaval is altijd zeven weken daarvoor. Het is de bedoeling dat je nog even 'uit je dak gaat' en gek doet voordat de vastentijd begint. 


Slide 3 - Slide

De geschiedenis


Het carnaval duurt officieel van zondag tot en met dinsdag. Maar in veel steden is er op zaterdag al een carnavalsoptocht. De dinsdag hier voor heet vette dinsdag (dan mocht je nog even lekker veel en vet eten voordat het vasten begon) en de woensdag na het carnaval heet Aswoensdag. Vroeger ging iedereen dan naar de kerk en zette de priester een askruisje op je voorhoofd. 

Slide 4 - Slide

De geschiedenis
Voor de naam 'Carnaval' zijn een aantal verklaringen. Het meest waarschijnlijk is dat de naam komt van woord 'Carnevale', wat in het Latijn 'vaarwel vlees' betekent. Dus afscheid nemen van het vlees. Tijdens de vastentijd at men geen vlees. Nou was dat voor heel veel mensen in de Middeleeuwen, maar ook daarna niet zo'n heel groot punt. De mensen waren vaak veel te arm om vlees te kunnen eten.


Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Welke deel van Nederland
wordt er voornamelijk carnaval gevierd?
A
Zuid
B
Noord
C
Oost
D
West

Slide 7 - Quiz

Wat is de grootste stad van
Duitsland waar carnaval
gevierd wordt?
A
Dusseldorf
B
Mainz
C
Berlijn
D
Keulen

Slide 8 - Quiz

Uit hoeveel personen
bestaat de
Snollebollekes?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 9 - Quiz

Wat betekent het woord carnaval?
A
Vaarwel feest
B
Vaarwel bier
C
Vaarwel vlees
D
Vaarwel

Slide 10 - Quiz

Wat is geen traditioneel
carnavalseten?
A
Vlaai
B
poeffelen
C
Berlinerbollen
D
strikken

Slide 11 - Quiz

Hoe noem je de woensdag na carnaval
A
Kruisjeswoensdag
B
Haringhapwoensdag
C
Aswoensdag
D
Waswoensdag

Slide 12 - Quiz

Wat is geen carnavalstraditie?
A
Boerenbruiloft
B
Koekhappen
C
Machtsoverdracht
D
Optochten

Slide 13 - Quiz

Wat doe je na carnaval?
A
Uitkateren
B
Bidden
C
Vasten
D
Naar de kerk gaan

Slide 14 - Quiz

Hoe lang duurt de vastenperiode?
A
30 dagen
B
40 dagen
C
45 dagen
D
60 dagen

Slide 15 - Quiz

Wat zit niet berekend
in de bierprijs?

A
bierglas
B
accijns
C
inkoopprijs
D
btw

Slide 16 - Quiz

Hoeveel prinsen zitten er
in de prinsenraad?
A
1
B
10
C
7
D
11

Slide 17 - Quiz

Hoe heet deze band?
A
leeggeblazen
B
opgeblazen
C
afgeblazen
D
uitgeblazen

Slide 18 - Quiz

Met welk feest wordt de vastenperiode afgesloten?
A
Pasen
B
Hemelvaart
C
Pinksteren
D
Kerst

Slide 19 - Quiz

Uit welke stad komt deze
zanger?
A
Roosendaal
B
Breda
C
Etten Leur
D
Eindhoven

Slide 20 - Quiz

Uit welke stad
komt dit nummer?
A
Breda
B
Oosterhout
C
Roosendaal
D
Tilburg

Slide 21 - Quiz

Extra exercise
Pak pen en papier. Je gaat een korte Engelse "brief" schrijven in het Engels over Carnaval. Je maakt geen opsomming maar een doorlopend verhaal. Je gaat het volgende vertellen:
  • Wat is Carnaval? 
  • Leg 1 traditie uit (wat wordt er gedaan en waarom?)
  • Waarom jij Carnaval wel/niet leuk vindt
  • Of je het iemand wel/niet aanraadt om het te vieren en waarom

Slide 22 - Slide