Noteer op je blad met pers. vnw. alle betekenissen
- De
nominativus is het onderwerp. Dat is dus de ‘gewone’ vorm. Zie hiervoor je aantekeningen over 1e, 2e en 3e persoon ev/mv.
- De genitivus vertaal je met ‘van’. Dus dan krijg je: van mij, van jou etc.
- De dativus is het meewerkend voorwerp en vertaal je met ‘aan’ of ‘voor’ of ‘tegen’. Dus dan krijg je; aan/voor/tegen mij, aan/voor/tegen jou etc.
- De accusativus is het lijdend voorwerp. Bedenk een zinnetje met het persoonlijk voornaamwoord. Bijv. De jongen ziet “ik” (dat wordt dus: mij).
- De ablativus vertaal je met ‘in’, ‘met’ of ‘door’ (of met een ander voorzetsel). Dus dan krijg je: in/met/door mij.