3 Op vakantie

Op vakantie
1 / 34
next
Slide 1: Slide
BurgerschapPraktijkonderwijsLeerjaar 2

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Op vakantie

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen:

  • We leren wat vakantie is.
  • We leren welke vakanties er zijn.
  • We leren dat een vakantie heel ver of heel dichtbij kan zijn.
  • We ontdekken waar je tijdens een vakantie kunt overnachten.


Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Inleiding
Theorie
Opdrachten
Verwerking
Afsluiting
In de inleiding introduceren we het onderwerp en bekijken we wat jij hier al over weet.
Bij theorie slides krijg je informatie over het onderwerp door tekst, plaatjes, audio en video.
Bij opdrachten testen we je kennis.
We sluiten de les af en blikken terug.
Tijdens de verwerking maak je een opdracht om te controleren of je de les goed hebt begrepen.
Waar
ben ik?

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Op vakantie

Vakantie is misschien wel de leukste tijd van het jaar. Even lekker niks doen of juist heel actief zijn. Niks moet en (bijna) alles kan. Als je er maar zin in hebt. 

In deze les leggen we uit welke vakanties er zijn, waarom mensen op vakantie gaan en nog veel meer.
Waar
ben ik?

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Sneeuwvakantie
In de winter skieen of snowboarden. In Nederland gaan bijna een miljoen mensen elk jaar op wintersport.
Examenreis
Klaar met je middelbare school? Dan gaan veel jongeren op examenreis. Een biertje drinken, uitgaan en op het strand liggen met vrienden.
Lekker zonnen
Veel mensen gaan op vakantie naar de zon. Dat betekent dat ze naar een plek gaan waar het warm is. Spanje of Griekenland bijvoorbeeld.
Roadtrippen
Een roadtrip is een reis over de weg waarin je van plek naar plek reist. Je blijft dus niet lang op één plek.
Op de camping
Op de camping in een tentje of een stacaravan? En je hoeft niet eens ver weg. Veel Nederlanders gaan op vakantie naar een camping.
Bij een vakantie denk je al snel aan de zomervakantie, lekker weer en een leuke camping. 

Maar er zijn allerlei soorten vakanties. 
Waar
ben ik?

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Respect
Waar denk je aan bij vakanties?
Vakanties

Slide 6 - Mind map

This item has no instructions


Deze les hebben we geleerd wat gezondheid is. Volgende keer aan we het hebben over een gezonde leefstijl
Als ik iets over vakantie hoor dan voel ik me ...
😒🙁😐🙂😃

Slide 7 - Poll

This item has no instructions

Theorie 1
Wat is vakantie?
Vakantie is de tijd dat je niet naar school moet of hoeft te werken. 

Vakantie is een wat langere tijd waarin je vrij bent. Een vakantie is dus niet een normaal weekend of een vrije dag. 

Veel mensen gaan op reis als ze vakantie hebben.

De meeste mensen gaan in de zomer op vakantie, maar er is ook een herfstvakantie, kerstvakantie, voorjaarsvakantie en meivakantie.
Theorie 1
Theorie 1

Slide 8 - Slide

This item has no instructions


Deze les hebben we geleerd wat gezondheid is. Volgende keer aan we het hebben over een gezonde leefstijl
Wat is jouw favoriete vakantie?
Zomervakantie
Herfstvakantie
Kerstvakantie
Voorjaarsvakantie
Meivakantie

Slide 9 - Poll

This item has no instructions

Respect
Vanaf hoeveel dagen vrij heb jij echt het idee van vakantie?
Vakantie

Slide 10 - Mind map

This item has no instructions

Bekijk de cijfers hieronder goed. Er is aan leerlingen gevraagd of en hoe ze op vakantie gaan. Op de volgende slides krijg je hier een paar vragen over.
Jouw Wijk
Waar naartoe?
Klik op afbeelding om groter te maken
Binnen- of buitenland?
Natuur, strand of stad?
Hoe lang?

Slide 11 - Slide

Cijfers gebaseerd op video jeugdjournaal: https://youtu.be/8YHKiag-foU

Steef zegt tegen Michelle: 
"Alle leerlingen gaan toch op vakantie?"

Leg uit aan de hand van de grafiek of deze grafiek klopt.

Slide 12 - Open question

Extra werkvorm: Bespreken of er in de klas leerlingen zitten die niet op vakantie gaan.

Steef zegt tegen Michelle: 
"Een grotere groep bezoekt een stad of gaat naar het strand dan dat er mensen de natuur in gaan."

Leg uit aan de hand van de grafiek of deze grafiek klopt.

Slide 13 - Open question

Extra werkvorm: Bespreken wie er in de klas de natuur in gaat, wie gaat zon,zee strand en wie gaat een stad bezoeken en wie blijft thuis.

Steef zegt tegen Michelle: 
"Meer dan driekwart (3/4e deel) van de jongeren gaat langer dan één week op vakantie."

Leg uit aan de hand van de grafiek of deze grafiek klopt.

Slide 14 - Open question

Extra werkvorm: Bespreken wie er in de klas hoe lang op vakantie gaat.
Ver weg of dichtbij?
Een vakantie hoeft niet naar het buitenland te gaan. Je kunt ook in eigen land op vakantie gaan. 

Je hebt buurtcampings. Dit is een camping dicht bij jou in de buurt.

Een voordeel van een buurtcamping is dat je niet lang hoeft te reizen en je kunt mensen uit jouw buurt beter leren kennen.

Heb je nog geen goed beeld van een buurtcamping? Bekijk dan de video.



Theorie 2
This video is no longer available
explain
Video: Lekker op vakantie op de buurtcamping (bron: NOS op 3)

Slide 15 - Slide

Titel: Lekker op vakantie op de buurtcamping
Bron: NOS op 3

Deze les hebben we geleerd wat gezondheid is. Volgende keer aan we het hebben over een gezonde leefstijl
Een vakantie is voor mij alleen een vakantie als we naar het buitenland gaan.
Eens
Oneens

Slide 16 - Poll

This item has no instructions


Deze les hebben we geleerd wat gezondheid is. Volgende keer aan we het hebben over een gezonde leefstijl
Ga jij weleens in eigen land op vakantie?
Ja
Nee

Slide 17 - Poll

Extra werkvorm: Laat leerlingen in groepjes bespreken waar ze op vakantie gaan.

Stel dat je op vakantie naar het buitenland gaat. Noem twee voordelen en twee nadelen van in het buitenland op vakantie gaan. 

Slide 18 - Open question

This item has no instructions


Welke bestemming in het buitenland is het verst weg vanuit Nederland?

Tip: Zoek op het internet een wereldkaart op.
A
Spanje
B
Griekenland
C
Australië
D
Groenland

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions


Welke bestemming in het buitenland is het verst weg vanuit Nederland?

Tip: Zoek op het internet een wereldkaart op.
A
Suriname
B
Chili
C
Marokko
D
Ghana

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions


Welke bestemming in het buitenland is het verst weg vanuit Nederland?

Tip: Zoek op het internet een wereldkaart op.
A
Oostenrijk
B
Ierland
C
Italië
D
Griekenland

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Overnachten
Een camper of caravan is een klein rijdend huis.
Een hotel is een (groot) gebouw waar mensen kunnen overnachten. Je hebt luxe hotels en simpele hotels. 
Kamperen kan in een tent op een camping en in sommige landen overal in de natuur. Mensen gaan vaak kamperen om van de rust te genieten, maar je hebt ook campings waar je veel activiteiten en jongeren hebt. 
In de les over reizen heb je geleerd met welke vervoersmiddelen je op reis kunt gaan. 

Als je op je vakantiebestemming bent kun je daar op allerlei manieren overnachten. 

Sommige mensen overnachten in een hotel, andere mensen op de camping.

Op een camping kun je ook weer overnachten in een tent of een caravan.

Waar je gaat overnachten hangt af van wat je fijn vindt en hoeveel geld je wilt uitgeven. 
Theorie 3

Slide 22 - Slide

This item has no instructions


Zoek op het internet een heel luxe hotel op waar jij graag zou willen overnachten en zoek een heel simpel hotel op waar je graag zou willen overnachten. 

Lever je twee foto's hieronder in.

Slide 23 - Open question

Extra werkvorm: Laat leerlingen uitleggen waarom ze voor een bepaald hotel hebben gekozen. Waarom lijkt het ze leuk om daar te slapen.

Deze les hebben we geleerd wat gezondheid is. Volgende keer aan we het hebben over een gezonde leefstijl
Als ik op vakantie ga dan slaap ik...
In een hotel
In een tent
In een camper
Dat verschilt per vakantie.
Anders

Slide 24 - Poll

This item has no instructions

Respect
Wat weet jij allemaal over kamperen?
Overnachten
op vakantie

Slide 25 - Mind map

This item has no instructions


Stel dat je een week gaat kamperen. Schrijf zoveel mogelijk dingen op die je dan moet meenemen. 

Zet je timer van twee minuten aan.
timer
2:00

Slide 26 - Open question

Variant werkvorm: Doe de werkvorm in tweetallen.
Op vakantie:

  • Vakantie is de tijd dat je niet naar school moet of hoeft te werken. 
  • Veel mensen gaan op reis als ze vakantie hebben.
  • Een vakantie hoeft niet naar het buitenland te gaan. Je kunt ook in eigen land op vakantie gaan.
  • Op een vakantie kun je overnachten in een hotel, de camping, een tent of een Airbnb.
  • Waar je gaat overnachten hangt af van wat je fijn vindt en hoeveel geld je wilt uitgeven. 


Om te 
onthouden

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Verwerking

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Reisposter
In deze opdracht ga je een reisposter maken. Door jouw poster moeten mensen denken: "Hey, daar wil ik ook naartoe." 

Stap 1: Land uitkiezen.

Stap 2: Mooi hotel of camping in het land zoeken.

Stap 3: Twee leuke activiteiten in het land vinden.

Stap 4: Poster maken.

Stap 5: Poster inleveren.
Instructie
Wist je dat landen ook reclame maken voor zichzelf om mensen naar hun land te lokken? 
Het land Indonesië heeft deze video gemaakt.
Klik hier voor een voorbeeld

Slide 29 - Slide

Titel: Wonderful Indonesia : A Visual Journey
Bron: Indonesia.Travel

Stap 1: Kies een land uit.

Slide 30 - Open question

This item has no instructions


Stap 2: Zoek een mooi hotel of camping in het land op

Slide 31 - Open question

This item has no instructions


Stap 3: Zoek twee activiteiten uit die je in het land kan doen.


Slide 32 - Open question

This item has no instructions


Stap 4: Maak je poster. Dit mag online of gewoon op papier zijn.
Zorg dat stap 1 tm 3 in de poster zitten.

Stap 5: Lever een afbeelding van je poster in.


Slide 33 - Open question

This item has no instructions

Deze les hebben we geleerd wat Op vakantie is. Volgende les gaan we het hebben over toerisme.

Slide 34 - Slide

This item has no instructions