Thema 7 Basisstof 4 Voortplanting

Thema 7 Basisstof 4 Voortplanting
1 / 28
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo lwoo, bLeerjaar 4

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Report this lesson

Items in this lesson

Thema 7 Basisstof 4 Voortplanting

Slide 1 - Slide

Welke route volgt het transport door houtvaten?
Bladeren
stengel
wortels

Slide 2 - Drag question

Een naaldboom houdt in de winter zijn groene naalden. Toch is er minder fotosynthese in de winter.
-->Hoe komt dat?
A
In de winter is er te weinig water
B
In de winter is er te weinig zuurstof
C
In de winter is er te weinig zonlicht
D
In de winter is er te weinig koolstofdioxide

Slide 3 - Quiz

Koolstofdioxide
zuurstof
waterdamp

Slide 4 - Drag question

Fotosynthese

                       +                   -->                       +
Verbranding

                   +                      -->                       +
______________________________________________________
Bij fotosynthese is dit nodig:
Bij verbranding ontstaat dit:
Koolstofdioxide
Koolstofdioxide
Zuurstof
Zuurstof
Water
Water
Glucose
Glucose
licht
energie
energie
licht

Slide 5 - Drag question

Glucose kan worden omgezet in andere koolhydraten. Welke hoort hier niet bij?
Leerdoel 8
Je kunt de assimilatie bij planten beschrijven. 
A
Vetten
B
Suiker
C
Zetmeel
D
Cellulose.

Slide 6 - Quiz

Energie rijke organische stoffen worden afgebroken:
Energie rijke organische stoffen worden opgebouwd:
Verbranding
Assimilatie

Slide 7 - Drag question

Leerdoelen
Basisstof 4 Voortplanting

7.4.1 Je kunt voorbeelden geven van ongeslachtelijke en geslachtelijke voortplanting bij planten.
7.4.2 Je kunt de delen van een bloem benoemen.
7.4.3 Je kunt de functies van de delen van een bloem beschrijven.

Slide 8 - Slide

ongeslachtelijke voortplanting
geslachtelijke voortplanting
1 ouderplant
2 ouderplanten

Slide 9 - Slide

Deling

Eencellige planten, zoals boomalgen, planten zich voort door deling.
Ongeslachtelijke voortplanting

Slide 10 - Slide

Stekken
Bij stekken snijd je een deel van een plant af. 
Dit deel laat je uitgroeien tot een nieuwe plant. 

Het afgesneden stuk noem je een stek.
Ongeslachtelijke voortplanting

Slide 11 - Slide

Knollen
Een aardappel is een knol. Knollen zijn verdikte stengels.
 
Uit een aardappel ontstaat een aardappelplant die ook weer knollen vormt.
Ongeslachtelijke voortplanting

Slide 12 - Slide

Bollen

Een bol bestaat uit een bolschijf met rokken. Rokken zijn verdikte bladeren met veel reservestoffen.

Tussen de rokken zitten knoppen uit elke eindknop hiervan ontstaat een plant. 

Hiervoor zijn reservestoffen uit de rokken nodig.
De rokken verschrompelen daardoor. De andere knoppen ontwikkelen zich tot nieuwe bollen.
Ongeslachtelijke voortplanting

Slide 13 - Slide

Uitlopers


Uitlopers zijn stengels waaruit jonge planten ontstaan. 
De uitlopers groeien bovengronds. 
Als de uitlopers worden doorgestoken, groeien de jonge planten zelfstandig verder.


Ongeslachtelijke voortplanting

Slide 14 - Slide

 Wortelstokken

Wortelstokken zijn stengels die ondergronds groeien. 
Deze wortelstokken kunnen breken.
 De jonge planten kunnen dan zelf verder groeien.
Ongeslachtelijke voortplanting

Slide 15 - Slide

Geslachtelijke voortplanting
Erfelijke eigenschappen

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Kroonbladeren zijn fel gekleurd
maar kunnen ook minder opvallen zoals bij grassen

Slide 19 - Slide

Als de bloem nog in de knop zit, beschermt de bloemkelk de bloem tegen uitdroging en kou.

Slide 20 - Slide

Meeldraden
Meeldraden zijn de mannelijke voortplantingsorganen van planten.

 In het bovenste deel van de meeldraad groeien de stuifmeelkorrels
Stuifmeelkorrels zijn de mannelijke geslachtscellen van een plant. 

Rijpe stuifmeelkorrels hebben een stevige wand. 
Deze wand beschermt ze tegen bijvoorbeeld uitdroging. 
Als stuifmeelkorrels rijp zijn, komen ze uit de meeldraad.

Slide 21 - Slide

Stampers
Stampers zijn de vrouwelijke voortplantingsorganen van planten.
Het onderste deel van de stamper is het vruchtbeginsel
Een vruchtbeginsel kan uitgroeien tot een vrucht.
 In het vruchtbeginsel zitten eicellen. Een eicel is een vrouwelijke geslachtscel.
 Een bevruchte eicel kan uitgroeien tot een zaad.

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Video

Tulpen zijn een bolgewas.

Waaruit ontstaat de plant bij een tulpenbol?
A
Uit de bolschijf
B
Uit de eindknop
C
Uit een knop
D
Uit een rok

Slide 24 - Quiz

Is dit een vrouwelijk of mannelijke bloem?
A
Vrouwelijk
B
Mannelijk

Slide 25 - Quiz

Hoe heten de gekleurde bladeren van een plant?
A
Kelkbladeren
B
Kroonbladeren

Slide 26 - Quiz

Hoe heet het mannelijke voortplantingsorgaan van een plant?
A
Meeldraad
B
Stamper

Slide 27 - Quiz

Huiswerk

7.4 Opdracht 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8

Slide 28 - Slide