P 10 - Les 4 - Hormoonstelsel bouw en functie

AFP - Periode 10 - Les 4
1 / 51
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

This lesson contains 51 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

AFP - Periode 10 - Les 4

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Ik heb deze les voorbereid door het huiswerk te toen.
(video's kijken, boeken lezen)
A
waar
B
niet waar

Slide 2 - Quiz

This item has no instructions

Bespreken huiswerkopdracht

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

HYPOFYSE
pijnappelklier
schildklier
HART
BIJNIEREN
NIEREN
HYPOTHALAMUS
PARATHYROÏD
THYMUS/zwezerik
MAAG
PANCREAS/Alvleesklier
TESTIS
OVARIA

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

HYPOFYSE
pijnappelklier
ZWEZERIK
MAAG
schildklier
HART
NIEREN
BIJNIEREN
TESTIS
OVARIA
(Alvleesklier)
(Eierstokken)
(Teelballen)

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Hypothalamus en Hypofyse
Hypothalamus: De 'baas' ligt vlak boven de hypofyse en zijn dmv een steeltje met elkaar verbonden. 
  • Produceert hormonen om de hypofyse aan te sturen
  • Meet of er voldoende van het hormoon aanwezig is. 
  • Geeft een seintje aan de hypofyse als er te weinig is. 

Hypofyse: De 'onderbaas'
  • Regelt lichaamsfuncties door afscheiden
      van hormonen
  • Bestaat uit een voorkwab en een achterkwab


Slide 7 - Slide

De hypothalamus en de hypofyse zijn met de hypofysesteel met elkaar verbonden. De hypothalamus 'meet' of er voldoende van een bepaald hormoon in het bloed aanwezig is. Wanneer het lichaam meer of minder van een bepaald hormoon nodig heeft, geeft de hypothalamus de hypofyse een seintje. Dat gaat met behulp van hormonen.
6

Slide 8 - Video

This item has no instructions

00:24
Welk hormoon is dit?
A
LH
B
GH
C
ACTH
D
TSH

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

00:35
Welk hormoon zorgt daarvoor?
A
PRL
B
ACTH
C
FSH
D
ADH

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

00:42
Welk stresshormoon wordt hier bedoeld?
A
GH
B
TSH
C
FSH
D
ACTH

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

00:44
Wat is de medische benaming voor schildklier?
A
Cortex
B
Ovaria
C
Thymus
D
Thyreoïd

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

01:04
Er is dan sprake van een.....
A
positief feedbackmechanisme
B
negatief feedbackmechanisme

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

01:16
Hoe wordt deze balans/controle in het lichaam genoemd?

Slide 14 - Open question

This item has no instructions

Hypofyse
De regelkamer van een groot aantal hormoonklieren.
-Voorkwab (maakt veel hormonen)
( TSH, ACTH, FSH, LH, groeihormoon, prolactine, melanine)

-Achterkwab 
(doorgeefluik van ADH en oxytocine)

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

QUIZ

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

ADH regelt ...
A
de groei en ontwikkeling
B
de stofwisseling
C
rijping van de eicel
D
de resorptie van water in de nieren

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Wat wordt er in de hypofyse gevormd?
A
Oxytocine
B
progesteron
C
testosteron
D
Glucagon

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

ADH wordt aangemaakt in:
A
De nieren
B
De bijnieren
C
De hypofyse

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

De alpha cellen in de eilandjes van Langerhans produceren het hormoon insuline
A
Dat is juist
B
Dat is onjuist, het wordt in de betacellen geproduceerd
C
Dat is onjuist, er bestaan geen alphacellen in de pancreas
D
Dat is onjuist, Insuline is geen hormoon

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Waar bevindt zich de schildklier?
A
boven op de nieren
B
in de voortplantingsorganen
C
in de hals tegen de luchtpijp aan
D
in de alvleesklier

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

hoe wordt de schildklier ook genoemd?
A
thyroïd
B
costae
C
epiglottis
D
diafragma

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Welk hormoon produceert de hypothalamus voor de schildklier?
A
TRH
B
TSH
C
PSH
D
CRH

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

wat gebeurt er met de hartfrequentie bij een snel werkende schildklier?
A
Is vertraagd
B
Veranderd niets
C
Is versneld
D
Je voelt geen polsslag

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

De schildklier maakt het hormoon
A
TSH
B
FT4
C
ADH
D
FSH

Slide 26 - Quiz

FT3 en FT4 = Schildklier /Thyroid: 
functie: energie regulatie
TSH= schildklier stimulerend hormoon wordt gemakt in de hypofyse
ADH= Anti Diuretisch Hormoon (HAK)
FSH= Follikel Stimulerend Hormoon (HVK)


de schildklier wordt direct aangestuurd door:
A
hypothalamus
B
hypofyse
C
weet ik niet

Slide 27 - Quiz

Antwoord B
Hypothalamus detecteert het hormoon en zet de hypofyse aan tot het produceren van TSH. Dit hormoon heeft invloed op de schildklier

Welk hormoon zorgt ervoor dat de geboorte op gang komt (weeën)?
A
Oxytocine
B
Prolactine
C
FSH
D
Oestrogeen

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

De hypofysevoorkwab produceert oxytocine+ ADH
A
juist
B
onjuist

Slide 29 - Quiz

Deze hormonen worden geproduceerd door de hypofyse ACHTERkwab.


Waar wordt oxytocine gemaakt?
A
In de achterkwab van de hypofyse
B
In de voorkwab van de hypofyse

Slide 30 - Quiz

HAK:
Hypofyse achterkwab ontvangt de neurohormonen oxytocine en ADH van de hypothalamus. De hypofyse achterkwab maakt dus eigenlijk zelf geen hormonen. In de hypofyse achterkwab worden deze neurohormonen van de hypothalamus afgegeven aan het bloed en zetten de nieren en de borstklieren aan tot actie.
HVK:
De hypofyse voorkwab produceert in tegenstelling tot de hypofyse achterkwab wel zelf hormonen:
  • GH, 
  • prolactine, 
  • TSH, 
  • ACTH*
  • LH** 
  • FSH
In de hypofyse voorkwab worden deze hormonen afgegeven aan het bloed.
* ACTH
Corticotropine of adrenocorticotroop hormoon
werkt in op de bijnierschors en stimuleert de aanmaak van corticosteroïden die diverse lichamelijke reacties bij ontstekingen en infecties onderdrukken. Een voorbeeld van zo'n corticosteroïde is cortisol. Maar ook androgenen (sekssteroïden) worden hierdoor aangemaakt. Cortisol remt op zijn beurt weer de afgifte van ACTH (negatieve feedback), door een direct effect op de adenohypofyse en een indirect effect op de hypothalamus, waar het de afgifte van CRH remt. ACTH speelt ook een rol bij de biologische klok.
LH:
Luteïniserend hormoon (LH) is een hormoon dat wordt geproduceerd door gonadotrofe cellen in de hypofysevoorkwab. In vrouwen zorgt een stijging van LH (LH-piek) voor stimulatie van de eisprong (ovulatie). 
Adrenaline en epinefrine zijn twee verschillende namen voor hetzelfde hormoon.
A
juist
B
onjuist

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Adrenaline wordt gemaakt in
A
alvleesklier
B
schildklier
C
hypofyse
D
bijnieren

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

Waar wordt cortisol aangemaakt?
A
Bijnierschors
B
Bijniermerg
C
Lever
D
Hypofyse

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een van de effecten van cortisol?
A
Bevorderen van groei
B
Remmen van onstekingsreactie
C
Stimuleren immuunsysteem
D
Verlagen bloedglucoseconcentratie

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

Waar wordt testosteron geproduceerd
A
Hypofyse
B
Hypothalamus
C
Bijnieren
D
Teelballen

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

Alleen mannen produceren testosteron.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Waar wordt oestrogeen geproduceerd?
A
Hypofyse
B
hypothalamus
C
Eierstok
D
Nieren

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

Oestrogeen
A
Zorgen voor secundaire geslachtskenmerken jongen
B
Zorgen voor primaire geslachtskenmerken jongen
C
Zorgen voor secundaire geslachtskenmerken meisje
D
Zorgen voor primaire geslachtskenmerken meisje

Slide 38 - Quiz

This item has no instructions

Het hormoon prolactine werkt in op de...
A
Schildklier
B
Bijnieren
C
Baarmoeder
D
Borstklieren

Slide 39 - Quiz

This item has no instructions

Wat wordt er in de hypofyse gevormd?
A
Oxytocine
B
Oestrogeen
C
Testosteron
D
Glucagon

Slide 40 - Quiz

This item has no instructions

De hypofysevoorkwab produceert oxytocine+ ADH
A
juist
B
onjuist

Slide 41 - Quiz

Deze hormonen worden geproduceerd door de hypofyse ACHTERkwab.


ADH wordt aangemaakt in:
A
De nieren
B
De bijnieren
C
De hypofyse
D
De schildklier

Slide 42 - Quiz

This item has no instructions

EINDE QUIZ

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Verlaat nu LessonUp

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Volgende week
Pathologie van de schildklier

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Huiswerk
Lees: * IGC: paragraaf 10.3, 10.4
Bekijk: https://youtu.be/LhIcaV_7uRE (schildklier)
             https://youtu.be/m-5oJ7Eb1ZU ((bij)schildklier)
Maak: Opdracht 2 – De Schildklier

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
met opdracht 2 (Teams)

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Slide 48 - Video

This item has no instructions

Woordenlijst les 2 (maak thuis flashcard)
positief feedback mechanisme
negatief feedback mechanisme
endocrinologie
homeostase
hormonen
receptor
antagonist
functie hypothalamus bij de homeostase
functie hypofyse bij de homeostase


Slide 49 - Slide

This item has no instructions

Slide 50 - Video

This item has no instructions

Slide 51 - Video

This item has no instructions