Vraag/Brainstorm: Wat betekent je thuis voelen voor jou? (7 min)
Introduceer de vraag “Wat betekent je thuis voelen voor jou” en benadruk dat er geen goede of foute antwoorden zijn. Geef leerlingen eerst 1-2 minuten om individueel te brainstormen. Dit kan in woorden, volle zinnen of korte zinnen.
Vraag leerlingen daarna om hun antwoorden te delen, klassikaal of in kleine groepjes. Noteer kernwoorden op het bord (denk aan een woordenweb).
Vervolgvragen:
Kun je je op meerdere plekken thuis voelen? Waarom wel/niet?
Waardoor kun je je ergens juist níet thuis voelen?
Is thuis een plek, een gevoel, of iets anders?
Toelichting: Je thuis voelen gaat niet alleen over een plek, maar vooral over hoe je je voelt. Het gaat om je veilig voelen, jezelf kunnen zijn en het gevoel hebben dat je erbij hoort. Voor de één is thuis een huis of een land, voor de ander zijn het mensen, herinneringen, taal of dagelijkse gewoontes. Of je eigen plek of ruimte waar je je terug kan trekken en op jezelf kunt zijn.
Dat gevoel van thuis ontstaat vaak als je weet waar je aan toe bent en je geaccepteerd wordt. Maar het kan ook veranderen, bijvoorbeeld als je moet verhuizen, buitengesloten wordt of veel onzekerheid ervaart.