Introduction
In deze les maken de leerlingen kennis met de vier instrumentgroepen uit het orkest, ontdekken ze hoe alle verschillende instrumenten klinken en waar ze in het orkest zitten. Leerlingen kunnen vier instrumentgroepen uit het orkest benoemen en herkennen aan de hand van geluidsfragmenten (strijkers, houtblazers, koperblazers en slagwerk). Leerlingen kunnen minimaal vier instrumenten uit elk instrumentengroep benoemen en de manier waarop ze geluid maken. Leerlingen kunnen aangeven waar welk instrument zich in het orkest bevindt. Leerlingen kunnen in kleine groepjes experimenteren met geluid en hun bevindingen presenteren aan klasgenoten.
Instructions
Benodigdheden:
- werkblad behorende bij de les
- schaar om de instrumenten uit te knippen.
- A3 poster met orkestopstelling
Benodigdheden voor de experimenten: - flesjes van verschillende grootte met water erin
Indien mogelijk:
- een instrument (gitaar of viool) en anders een schoenendoos met visdraad/elastiek en een schaar,
- het riet van een hobo of fagot (te koop bij muziekwinkel) of kopstuk van een dwarsfluit.
- een mondstuk (bijv. van een trompet) en anders een 'vuvuzela' of speelgoed-trompet,
- een xylofoon, klokkenspel of marimba en trommels van verschillende grootte + stokken.
- verschillende stokken (harde of zachte, houten of metalen).
Aan het einde van de les kunnen de leerlingen:Leerlingen kunnen vier instrumentgroepen uit het orkest benoemen en herkennen aan de hand van geluidsfragmenten (strijkers, houtblazers, koperblazers en slagwerk). Leerlingen kunnen minimaal vier instrumenten uit elk instrumentengroep benoemen en de manier waarop ze geluid maken. Leerlingen kunnen aangeven waar welk instrument zich in het orkest bevindt. Leerlingen kunnen in kleine groepjes experimenteren met geluid en hun bevindingen presenteren aan klasgenoten.
- de namen en speelwijzen van het schoolinstrumentarium en die van het pop- en (Westerse) klassieke instrumentarium benoemen;
- vier instrumentgroepen uit het orkest benoemen en herkennen aan de hand van geluidsfragmenten (strijkers, houtblazers, koperblazers en slagwerk);
- binnen een inspirerende werkvorm met aandacht luisteren naar muziek van buiten hun belevingswereld;
- gericht luisteren naar muziek uit verschillende tijden, stijlen en culturen en daarin de klank-, vorm- en betekenisaspecten herkennen en benoemen.
Extra uitleg:
U kunt deze les goed koppelen aan een natuurkunde les over geluid.