Minions happy birthsday en divers

1 / 30
next
Slide 1: Video
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Slide 1 - Video

Jarigen: https://www.youtube.com/watch?v=DlE0C4BouGQ

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Bonjour et 
bienvenue!




Semaine 7, cours 2

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Départ
  1. Devoirs: Parler du weekend + goformative
  2. Après ce cours tu sais: 
  • le P.C. +  parler de ton week-end dernier
  • le Futur + parler de ton week-end prochain

AUJOURD'HUI:
  1. Petit quiz sur Paris 
  2. Je propose un week-end à Paris
  3. Le Futur
  4. Au travail  - Présentations

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Parijs... Hoe goed ken jij de hoofdstad van Frankrijk? We gaan het testen ;)

Bonne Chance!

Slide 5 - Slide

This item has no instructions


Waar in Frankrijk ligt Parijs?
A
B
C
A
A
B
B
C
C

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Welke gebouwen zien we hier?
Welke 3 highlights zijn hier te zien?
A
De Eiffeltoren, Notre Dame en de Arc de Triomphe
B
Versailles, Dome de Invalides en de Notre Dame
C
De Eiffeltoren, Sacre Coeur en de Arc de Triomphe
D
De Eiffeltoren, Dome des invalides en het Louvre

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions


Welke 2 highlights zijn hier te zien?
A
De Notre Dame en de Dome des Invalides
B
De Notre Dame en Gare du Nord
C
De Arc de Triomphe en Musée d'Orsay
D
De Sacre Coeur en het Louvre

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Welk antwoord toont 2 juiste bijnamen van Parijs?
A
De stad van het licht De stad van de mode
B
De stad van de opera De stad van de zon
C
De stad van de cultuur De stad van romantiek
D
De stad van de moderne kunst De stad van de liefde

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions


Hoe heet de rivier die door Parijs stroomt?
A
De Loire
B
De Seine
C
De Rhöne
D
De Maas

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Welke voetballer speelt
momenteel NIET bij de voetbalclub Paris Saint-Germain?
A
Kylian Mbappé
B
Zlatan Ibrahimovic
C
Neymar
D
Ángel Di María

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Wat behoort niet tot de typische Franse gerechten?
A
Een tosti met ham en kaas (Croque Monsieur)
B
Quiche Lorraine (zeg: Kiesj)
C
Slakken (Escargots)
D
Churros avec nutella

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions


Wie van deze celebrities heeft geen woonplaats in Parijs?
A
Harry Styles
B
Kanye West
C
Stromae
D
Natalie Portman

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions


Tennis! Welke van de 4 grandslamtoernooien is in Parijs?
A
Wimbledon
B
US Open
C
Roland-Garros
D
Australian Open

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Wat weten we nog meer over Parijs?

Slide 15 - Mind map

This item has no instructions

2.Un week-end à Paris
Imaginez vous que Corona n’existe pas et que vous allez à Paris pour un week-end. Qu’est-ce que vous aimeriez faire ? Préparez une présentation, avec images, de 3 minutes, en binôme (tweetal). 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

2.Un week-end à Paris
Idées à utiliser :
• Où aimerais-tu aller à Paris ?
• Quand aimerais-tu y aller ?
• Avec qui aimerais-tu y aller ?
• Qu’est-ce que tu aimerais faire à Paris ?
• Quels lieux culturels ou monuments historiques tu aimerais visiter ?

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

3. Le futur simple

De futur simple gebruik je in het Frans om te zeggen dat iets nog zal gaan gebeuren.

Exemple: Je partirai à Paris.

Ik zal vertrekken naar Parijs.

Je vertaalt dus de futur simple in het Nederlands door een vorm van "zullen" en een heel werkwoord.


Slide 18 - Slide

This item has no instructions

3. Le futur simple

Hoe maak je de futur simple?

Hele werkwoord (-e) +  uitgangen van "avoir" achter het hele werkwoord te zetten = (ai, as, a, ons, ez, ont)


Wij (zullen ) bezoeken (visiter)

= Nous visiterons




Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Le futur simple


Bij sommige werkwoorden is de stam van de futur onregelmatig.


De uitgangen van de futur zijn wel altijd hetzelfde!


être = ser

avoir = aur

faire = fer

aller = ir

pouvoir =  pourr

voir = verr



Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Om de Futur simple te maken moet je
A
stam + ais, ais, ait, ions, iez, aient
B
infinitief + ai, as, a, ons, ez, ont
C
nous-vorm présent + a, as, at, ons, ez, ent
D
de vous-vorm + ai, as, a, ons, ez, ont

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

De futur: deze vorm gebruik je om..
A
over het verleden te vertellen
B
om over het nu te vertellen
C
te vertellen hoe het vroeger was
D
over de toekomst te vertellen

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Je .....(visiter)
A
visiterai
B
visiteras
C
visitera
D
visiterez

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Tu ....(marcher)
A
marcheras
B
marchais
C
parlons
D
travailleras

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

On ……………… jeudi pour Versailles. (partir)
A
partirai
B
partiras
C
partira
D
partirons

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Au travail (devoirs)
1. Werkblad 'je parle de paris'
(in tweetal) + presentatie voorbereiden


timer
10:00

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Présentations
  • Les 5 suivants restent dans le cours pour se présenter….. 
  • Sujet: 3…..je parle de famille/amis
  • Raconte le plus possible par mémoire à propos les gens près de toi
  • Les autres: écoutes! Et raconte se que tu as entendu. Donnes un tip et un top.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Exit ticket: Écris deux choses (dingen) que tu as appris ce cours

Slide 28 - Open question

This item has no instructions

Exit ticket: Pose une question de ce que tu ne comprends pas encore

Slide 29 - Open question

This item has no instructions

Fin du cours!

Slide 30 - Slide

This item has no instructions