Rechtsvormen (Bedrijfseconomie havo), les 3: Terugblik quiz

Ledenvergadering van een vrijwilligersorganisatie

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Quiz

Terugblik: Rechtsvormen

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met een quiz van elf vragen over rechtsvormen.

Items in this lesson

Ledenvergadering van een vrijwilligersorganisatie

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Quiz

Terugblik: Rechtsvormen

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Johnscotaus / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Welke rechtsvorm is geen rechtspersoon?

A

Besloten vennootschap

B

Stichting

C

Vennootschap onder firma

D

Vereniging

Syllabus 13.1.1: vof en eenmanszaak zijn geen rechtspersoon. Verwachte fout: bv, omdat vennootschap zo klinkt.

Vul in

Bij een bv leidt het bestuur de organisatie en hebben de aandeelhouders zeggenschap.

bestuur
aandeelhouders
leden
vennoten

Syllabus 13.1.3: leiding, besluitvorming en zeggenschap bij een bv. Verwachte fout: leden invullen, die horen bij een vereniging.

Welke organisatie is commercieel?

A

Een vof die een restaurant exploiteert

B

Een vereniging van schakers

C

Een stichting die zwerfhonden opvangt

D

Een stichting voor een buurthuis

Syllabus 13.1.2: commercieel is gericht op resultaat voor de eigenaren.

Welke financieringsbron past bij een vereniging?

A

Winstuitkering aan aandeelhouders

B

Contributie van leden

C

Uitgifte van aandelen op de beurs

D

Inleg van de vennoten

Syllabus 13.1.3: financiering.

Waarom kiezen veel starters eerst een eenmanszaak?

Goed antwoord: eenvoudig en goedkoop te beginnen, geen notaris, de ondernemer beslist alles zelf. Verwachte fout: noemen dat de ondernemer niet aansprakelijk is.

Joris (eenmanszaak) heeft € 45.000 schuld, € 15.000 bedrijfsvermogen en € 100.000 spaargeld. Hoeveel kan uit zijn privé?

A

€ 15.000, het bedrijfsvermogen

B

€ 45.000, de hele schuld

C

€ 0, schuld hoort bij het bedrijf

D

€ 30.000, het restant

Syllabus 13.1.3: 45.000 min 15.000 is 30.000. Verwachte fout: de hele schuld, of denken dat bedrijf en privé gescheiden zijn.

Welk kenmerk onderscheidt een nv van een bv?

A

De aandelen zijn vrij verhandelbaar

B

Alleen de nv is een rechtspersoon

C

Alleen de nv heeft beperkte aansprakelijkheid

D

Alleen de nv betaalt vennootschapsbelasting

Syllabus 13.1.3. Verwachte fout: denken dat de nv de enige rechtspersoon met beperkte aansprakelijkheid is.

Een vennoot stapt uit een vof. Wat gebeurt er in principe?

A

Ze wordt automatisch een bv

B

Ze gaat altijd ongewijzigd door

C

Ze houdt op, tenzij het contract iets anders regelt

D

De overige vennoten worden aandeelhouders

Syllabus 13.1.3: continuïteit.

Hoe wordt het resultaat van een vof belast?

A

De vof betaalt vennootschapsbelasting

B

Alleen de oudste vennoot betaalt belasting

C

Elke vennoot betaalt inkomstenbelasting over het eigen deel

D

De vof is vrijgesteld van belastingheffing

Syllabus 13.1.3: belastingen.

Waarom kiest een groot bedrijf voor een nv?

Goed antwoord: de aandelen zijn vrij verhandelbaar, dus via de beurs kan de nv veel kapitaal aantrekken (financiering). Verwachte fout: beperkte aansprakelijkheid noemen, die heeft een bv ook.

Buren richten een club op met contributie en meebeslissende deelnemers. Welke rechtsvorm?

A

Vereniging

B

Stichting

C

Besloten vennootschap

D

Eenmanszaak

Syllabus 13.1.4: leden met zeggenschap en contributie wijzen op een vereniging.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Goed gedaan!

Je kent de rechtsvormen en kunt een keuze onderbouwen met aansprakelijkheid, belasting, financiering, continuïteit en zeggenschap.

This item has no instructions