Nederlands H16: Naar de bioscoop

Nederlands H16: Naar de bioscoop



Ik kan een kaartje kopen voor de bioscoop.
Ik kan informatie over films vragen.
Ik kan conjuncties gebruiken.
Ik ken de uitspraak /ig/ en /lijk/
1 / 11
next
Slide 1: Slide
NT2HBOStudiejaar 1

This lesson contains 11 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Nederlands H16: Naar de bioscoop



Ik kan een kaartje kopen voor de bioscoop.
Ik kan informatie over films vragen.
Ik kan conjuncties gebruiken.
Ik ken de uitspraak /ig/ en /lijk/

Slide 1 - Slide

Conjuncties
Hoofdzin en hoofdzin (main sentence)
en-of-maar-want-dus

Ik wil vandaag naar de film en ik wil morgen misschien ook.
I want to go to the movies today and I might want to tomorrow too.
Zijn de films Engels gesproken of hebben ze ondertiteling?
Are the films spoken in english or do they have subtitles?
Het spijt me maar de film "Alles is liefde" is al om 19.30 begonnen.
I'm sorry but the movie "Alles is liefde" already started at 19.30.
Ik blijf tot het einde kijken want ik wil weten wie het gedaan heeft.
I will watch until the end because I want to know who did it.
Het is een populaire film dus het zal wel druk zijn.
It's a popular movie so it must be busy.

Slide 2 - Slide

Amira komt aan op Schiphol en 

Amira's reis ging prima maar

Tante Lena is niet op Schiphol want

Amira is erg moe dus

Wil je dit broodje of                                                               ?




Slide 3 - Slide

Je kunt energiedrankjes in de sportschool betalen met muntgeld of

Een maandabonnement bij de sportschool kun je elke maand opzeggen, maar

Paul wil graag een fitte en aantrekkelijke man zijn, want

Je kunt groepslessen volgen en 

Paul heeft lang niet gesport, dus



Slide 4 - Slide

Het is juni, maar

Bas gaat op bezoek bij nieuwe vrienden, dus

Maria is niet meegekomen, want

Paul snijdt de bloemen af en

Hebben Paul en Janine twee katten of




Slide 5 - Slide

                                                                                                 want zij woont ook niet in Amsterdam.

of je kunt met de trein gaan.

maar de toiletten zijn beneden.

dus ze vraagt dat aan de portier.

Slide 6 - Slide


want ze is jarig.

maar ze komt uit Hamburg.

dus Tom stelt zich even voor.

en ze studeert logopedie.

Slide 7 - Slide

Zullen we naar de film gaan?
Wil je mee naar de film?

Welke (soort) film wil jij zien?
Wat jammer, ik heb iets anders gekozen.
Helaas, dan kunnen we niet samen gaan.
Welke dag wil jij gaan?
Wat jammer, ik had een andere dag gekozen.
Hoe laat wil je gaan?
Wat jammer, ik had een ander tijdstip gekozen.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Uitspraak /ig/ en /lijk/
gelukkig
happy
avontuurlijk
adventurous
ongelukkig
unhappy
belachelijk
ridiculous
angstig
anxious
smakelijk
tasty
geweldadig
violent
natuurlijk
natural/of course
prachtig
beautiful
werkelijk
really
aardig
nice
dadelijk
immediately
eigenaardig
peculiar/strange
makkelijk
easy

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide