This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 15 min
Instructions
Items in this lesson
De stam
Slide 1 - Slide
This item has no instructions
Lesdoel
Aan het eind van deze les weet je wat een stam van werkwoord is. En je
kunt de stam van een werkwoord vinden.
Slide 2 - Slide
This item has no instructions
Hoe vind je de stam?
De stam van een werkwoord vind je door -en van het hele werkwoord af te halen.
Je hebt de stam nodig bij de spelling van vervoegde werkwoorden.
Slide 3 - Slide
Tweetekenklanken zoals -oe, -ie en -ou.
Voorbeelden
werkwoord = lachen
stam = lach
werkwoord = denken
stam = denk
werkwoord = groeien
stam = groei
Slide 4 - Slide
bij lachen, denken en groeien, krijg je de stam van het werkwoord door -en van het hele werkwoord af te halen. Zo gaat het bij veel werkwoorden.
Als je -en van de werkwoorden trekken en leggen afhaalt, hou je een twee dezelfde medeklinkers over: kk en gg, om de stam van deze werkwoorden te krijgen, maak je er een enkele medeklinker van.
Bron foto: Marc Kjerland, Flickr
Wat is de stam van het werkwoord 'vliegen' ?
Slide 5 - Open question
This item has no instructions
Wat is de stam van het werkwoord 'denken' ?
Slide 6 - Open question
This item has no instructions
Wat is de stam van het werkwoord 'stoeien' ?
Slide 7 - Open question
This item has no instructions
Wat is de stam van het werkwoord 'merken' ?
Slide 8 - Open question
This item has no instructions
Stilstaan bij hoe het gaat
Stilstaan bij hoe het gaat
Slide 9 - Slide
Welke vragen heb je nog? Die kun je in het volgende scherm noteren.