Verkenning van Nederlandse Werkwoorden
Learning objective
Verkenning van Nederlandse Werkwoorden
Learning objective
Leerdoel
Aan het eind van de les kun je Nederlandse werkwoorden herkennen, vervoegen en correct gebruiken in zinnen.
Wat weet je al over Nederlandse werkwoorden?
Wat is een werkwoord?
Werkwoorden beschrijven acties of toestanden. Ze zijn essentieel voor het vormen van zinnen.
Basisvormen van werkwoorden
Infinitief, verleden tijd, en voltooid deelwoord zijn de basisvormen van werkwoorden.
Tegenwoordige tijd
Werkwoorden worden vervoegd om de tegenwoordige tijd aan te geven: ik loop, jij loopt, wij lopen.
Verleden tijd
Werkwoorden worden anders vervoegd in de verleden tijd: ik liep, wij liepen.
Voltooid deelwoord
Het voltooid deelwoord gebruikt vaak 'ge-' aan het begin: gelopen, gespeeld.
Onregelmatige werkwoorden
Sommige werkwoorden volgen geen standaardregels: zijn, hebben, gaan.
Oefening: Werkwoorden in actie
Schrijf een korte tekst en onderstreep alle werkwoorden. Vervoeg ze in verschillende tijden.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.