mon, ton, son, notre, votre, leur

bezittelijk voornaamwoord
1 / 34
next
Slide 1: Mind map
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

bezittelijk voornaamwoord

Slide 1 - Mind map

Slide 2 - Video

Slide 3 - Video

Slide 4 - Video

Leer dit schema uit je hoofd! Kan op melodietje van 'vader Jacob':
mon, ma, mèhè - ton, ta, tèhe - son, sa, ses [sè] (2x)
notre, notre, noho - votre, votre voho - leur, leur, leurs

Slide 5 - Slide

zijn, haar
ons
jullie, uw

hun


jouw

mijn
notre,notre,nos
leur, leur,leurs
mon,ma,mes
votre,votre,vos
ton,ta,tes
son,sa,ses

Slide 6 - Drag question

mon père
ma mère
mes frères

Slide 7 - Slide

Heb je het begrepen?
Tekst
oui
non
un peu

Slide 8 - Poll

 Kies de juiste vorm
Voilà (jouw) ______________ livres.
ton
ta
tes

Slide 9 - Slide

Luc
Son père, Jef
Sa soeur, Monique
Ses enfants, Marie & Greet
Sa mère, Annie

Slide 10 - Slide

Monique
Son père, Jef
     Son frère, Luc
Ses enfants, Marie & Greet
Sa mère, Annie

Slide 11 - Slide

Het bezittelijk voornaamwoord

Slide 12 - Slide

vertaal: haar moeder

Slide 13 - Open question

Vertaal: haar broer

Slide 14 - Open question

vertaal: zijn boek

Slide 15 - Open question

LET OP
l'ami= de vriend
mon ami = mijn vriend
l'amie = de vriendin
mon amie = mijn vriendin

Omdat amie met een a begint = mijn ...mon

Slide 16 - Slide

haar vriendin
A
son amie
B
sa amie

Slide 17 - Quiz

welk woord past, mijn school =
........... école

Slide 18 - Open question

welk woord? jouw boeken =....................livres

Slide 19 - Open question

... ordinateur (mijn computer)
A
mon
B
ma
C
mes

Slide 20 - Quiz

mijn ouders
___ parents
A
mon
B
ma
C
mes

Slide 21 - Quiz

... parents (haar ouders)
A
son
B
sa
C
ses

Slide 22 - Quiz

......... école (haar school)
A
son
B
sa
C
ses

Slide 23 - Quiz

....... collège (onze middelbare school)
A
notre
B
nos

Slide 24 - Quiz

......... parents (hun ouders)
A
leur
B
leurs
C
nos
D
notre

Slide 25 - Quiz

Où est ... (uw) passeport?
A
vos
B
votre
C
nos
D
notre

Slide 26 - Quiz

C'est difficile: 1
zijn = son, sa, ses
zijn broer = son frère, zijn moeder = sa mère
haar = son, sa, ses
haar broer = son frère, haar moeder = sa mère

Slide 27 - Slide

C'est difficile:  2
mijn, jouw, zijn, haar voor een enkelvoud vrouwelijk woord beginnend met een klinker of h = mon, ton, son
jouw vriendin = ton amie/ ta copine
haar school = son école/ son collège
mijn vriendin = mon amie/ ma copine

Slide 28 - Slide

Compris?
Oui
Non
Un peu

Slide 29 - Poll

maak het schema straks als huiswerk in je schrift

Slide 30 - Open question

extra uitleg nodig?
Bekijk het filmpje, er staat een link in Magister bij gedeelde documenten. Lees het groene blok bij bron H.

Slide 31 - Slide

geen uitleg meer nodig?
Maak de opdrachten van bron H,

Slide 32 - Slide

Het bezittelijk voornaamwoord
Mannelijk & voor klinker/h
le en l'woorden
vrouwelijk

la woorden
Meervoud

les woorden
mijn
mon
ma
mes
jouw
ton
ta
tes
zijn
son
sa 
ses
haar
son
sa
ses
onze
notre
notre
nos
jullie/uw
votre
votre
vos
hun
leur
leur
leurs

Slide 33 - Slide

Bonne chance!

Slide 34 - Slide