T2 Grammatica H5

Grammatica

Hoofdstuk 5
Zinsdelen
1 / 31
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Grammatica

Hoofdstuk 5
Zinsdelen

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Lesdoelen

Je kunt de volgende zinsdelen benoemen:

- Persoonsvorm (pv)

- Onderwerp (ow)

- Werkwoordelijk gezegde (wwg)

- Lijdend voorwerp (lv)

- Meewerkend voorwerp (mv)

- Nieuw: bijwoordelijke bepaling (bwb)

Slide 3 - Slide

De nieuwe bank van mijn ouders
wordt morgen geleverd.
Wat is de PV?

Slide 4 - Open question

De nieuwe bank van mijn ouders
wordt morgen geleverd.
Wat is het ww-gezegde?

Slide 5 - Open question

De nieuwe bank van mijn ouders
wordt morgen geleverd.
Wat is het onderwerp?

Slide 6 - Open question

De nieuwe bank van mijn ouders
wordt morgen geleverd.
Wat is de BWB?

Slide 7 - Open question

Voor mijn docent hebben we toen een hele grote bos bloemen gekocht.
Wat is de PV?

Slide 8 - Open question

Voor mijn docent hebben we toen een hele grote bos bloemen gekocht.
Wat is het ww-gezegde?

Slide 9 - Open question

Voor mijn docent hebben we toen een hele grote bos bloemen gekocht.
Wat is het onderwerp?

Slide 10 - Open question

Voor mijn docent hebben we toen een hele grote bos bloemen gekocht.
Wat is het lijdend voorwerp?

Slide 11 - Open question

Voor mijn docent hebben we toen een hele grote bos bloemen gekocht.
Wat is het meewerkend voorwerp?

Slide 12 - Open question

Voor mijn docent hebben we toen een hele grote bos bloemen gekocht.
Wat is de bijwoordelijke bepaling?

Slide 13 - Open question

Wat wist je nog?

Was het moeilijk om deze vragen te beantwoorden?
Dit was een herhaling van wat je al weet of zou moeten weten.


Slide 14 - Slide

Herhalen zinsdelen

Wwg = alle werkwoorden + te + aan het + splitswerkwoorden

Ond = wie/wat             + wwg?

Lv = wat/wie                 + wwg + ond?

Mv = aan / voor wie? + wwg + ond + lv


Een geheim moet je nooit aan een ander doorvertellen.


Slide 15 - Slide

geheugen opfrissen

Als je niet meer precies weet hoe het zit met
meewerkend voorwerp
en
bijwoordelijke bepaling
bekijk dan de filmpjes hierna.

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

Slide 18 - Video

Welke vraag stel je om
het onderwerp te vinden?

Slide 19 - Mind map

Welke vraag stel je om
het lijdend voorwerp te vinden?

Slide 20 - Mind map

Welke vraag stel je om het meewerkend voorwerp te vinden?

Slide 21 - Mind map

Wat is de persoonsvorm?
Meneer Biesheuvel is lekker op vakantie geweest.
A
is
B
Meneer Biesheuvel
C
lekker
D
geweest

Slide 22 - Quiz

Wat is het werkwoordelijk gezegde?
De was hangt aan de lijn te drogen.
A
hangt
B
hangt aan de lijn
C
hangt drogen
D
hangt te drogen

Slide 23 - Quiz

Wat is het meewerkend voorwerp?
Ze hebben de bezoekers bij de ingang een plattegrond gegeven.
A
ze
B
de bezoekers
C
bij de ingang
D
een plattegrond

Slide 24 - Quiz

Bijwoordelijke bepaling

Slide 25 - Slide

Bijwoordelijke bepaling (bwb)

Wij spelen een voetbalspel.


1 Breid bovenstaande zin uit met wanneer.

2 Breid bovenstaande zin uit met waar.

3 Breid bovenstaande zin uit met hoe.

4 Breid bovenstaande zin uit met waarmee.


Slide 26 - Slide

Wat is de bijwoordelijke bepaling?
Na afloop van het geslaagde feest heeft de directeur ons toegesproken.
A
na afloop
B
na afloop van het geslaagde feest
C
van het geslaagde feest
D
de directeur

Slide 27 - Quiz

Wat is de bijwoordelijke bepaling?
Het water is tijdelijk afgesloten.
A
het water
B
is tijdelijk afgesloten
C
tijdelijk
D
tijdelijk afgesloten

Slide 28 - Quiz

Wat zijn de bijwoordelijke bepalingen?
De muziekdocent | heeft | Julia | na schooltijd | geduldig | geholpen.

Slide 29 - Open question

Wat is de bijwoordelijke bepaling?
Jullie moeten de buren niet geloven.

Slide 30 - Open question

Huiswerk
Je weet hoe je een pv, wwg, ow, lv, mv, bwb vinden kunt in een zin en je maakt opdracht 1 t/m 7 van blz 132-133

Slide 31 - Slide