HAVO 3 9.1 Frequentietabellen en centrummaten.

Statistiek 
In deze les gaan we het hebben over Frequentietabellen en centrummaten. 
1 / 12
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Statistiek 
In deze les gaan we het hebben over Frequentietabellen en centrummaten. 

Slide 1 - Slide

Wat ga je leren in deze les?
1. Wat een frequentietabel is.
2. Wat absolute frequentie is.
3. Wat relatieve frequentie is en dit berekenen. 
4. Wat de drie centrummaten zijn en deze berekenen
5. wat een klassenindeling is en een frequentietabel hierbij tekenen. 


Slide 2 - Slide

Wat is een frequentietabel?
Een frequentietabel is een tabel die gebruikt wordt om op een overzichtelijke manier aan te geven hoe vaak een bepaald gegeven voorkomt in jouw meting. Ook wel frequentie genoemd. Hiernaast een voorbeeld van een frequentietabel
cijfer 
5
6
7
8
frequentie
4
5
2
3
Hierboven is een frequentietabel weergegeven. De frequentietabel geeft aan hoe vaak een bepaald cijfer is behaald. 
Het cijfer 5 is door 4 leerlingen gehaald voor wiskunde. 
CIJFERS VAN H2B VOOR WISKUNDE 

Slide 3 - Slide

cijfer 
5
6
7
8
frequentie
4
5
2
3
CIJFERS VAN H2B VOOR WISKUNDE 
Wat kan je allemaal berekenen met behulp van een frequentietabel? 
Totale frequentie
Je telt de frequentie bij elkaar op. 
Bij het voorbeeld: 
4 + 5 + 2 + 3 = 14 
Absolute frequentie 
Het cijfer 5 heeft een frequentie van 4. Dus de absolute frequentie is 4. 
relatieve frequentie
bij het cijfer 5 hoort een relatiever frequentie van 
            
            % = 28,6%   
144100
Relatieve frequentie= (frequentie/totale frequentie) x 100%

Slide 4 - Slide

Wat zijn centrummaten?
Er zijn drie centrummaten. 
Centrummaten bereken je van een aantal waarnemingsgetallen. 


Gemiddelde
Het gemiddelde is de som van alle waarnemingsgetalen delen door het aantal getallen
Mediaan
Is het middelste getal van een rij waarnemingsgetallen
Modus
Dit is het waarnemingsgetal dat het vaaks voorkomt.
In de volgende slide uitleg over hoe je dit uitrekend bij een frequentietabel. 

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Video

Bereken het gemiddelde, mediaan en modus van de frequentietabel.


cijfer 
5
6
7
8
frequentie
4
5
2
3
cijfer 
5
6
7
8
frequentie
4
5
2
3
cijfer 
5
6
7
8
frequentie
4
5
2
3
cijfer 
5
6
7
8
frequentie
4
5
2
3
cijfer 
5
6
7
8
frequentie
4
5
2
3

Slide 8 - Open question

Wat is een klassenindeling?
Er is wel eens een situatie dat er veel waarnemingsgetallen zijn, maar dat deze allemaal verschillend zijn. Het is dan niet handig om een frequentietabel te maken, want dan krijg je een grote tabel met alleen frequenties van 1 of 2. Dit is niet handig, daarom hebben we bedacht om groepen te maken voor de waarnemingsgetallen. Bijvoorbeeld van 0 - < 10, 10 -<20, 20 -<30 enz. Dit noemen we klassen
Van de klasse 20 -< 30, zijn 20 en 30 de klassengrenzen en is de klassenbreedte 10

Als je een gemiddelde wilt bereken dan gebruik je de klassenmiddens. Bij de klassen 20 -< 30 is dat 25. 

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Dit was de les!
In de studiewijzer staan de opgaven die jij af moet hebben voor deze week. 

Als je nog vragen hebt, kan je deze stellen in de volgende slide. Deze wordt beantwoord in de online les. 

Heb je later nog een vraag, dan kan je altijd via It'slearning of Teams de vraag stelle. Op woensdag, donderdag en vrijdag probeer ik zo snel mogelijk te reageren. De andere dagen kan het zijn dat het wat langer duurt voordat je antwoord krijg. 

Succes!

Slide 11 - Slide

Vragen over de les?

Slide 12 - Open question