Media hoofdstuk 2

1 / 19
next
Slide 1: Slide
MaatschappijkundeMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 4

This lesson contains 19 slides, with text slides and 4 videos.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Lesplanning
5 opening
10 toelichting P2.1
20 toelichting P2.2
10 mindmappen P1 en 2

Slide 2 - Slide

Lesdoelen 2.1
1. Je kan vertellen waarom digitale media zowel vrijheid kan geven als kan afnemen.
2. Je kan de ontwikkeling van de televisiewereld toelichten.
3. Je kan vertellen wat er bedoeld wordt met on-demand economie.
4. Je kan de rol van social media toelichten in het huidige digitale tijdperk.
5. Je kan uitleggen hoe een medium zorgt voor een gepersonaliseerd aanbod.
6. Je kan vertellen wat het nadeel is van een gepersonaliseerd aanbod.


Lesdoelen 2.2
1. Je kan het verschil uitleggen tussen de traditionele en nieuwe digitale media.
2. Je kan vertellen wat een redactie is en doet.
3. Je kan vertellen wat de verschillen zijn tussen populaire en kwaliteitskranten.
4. Je kan vertellen wat kenmerkend is voor tijdschriften.
5. Je kan vertellen wat de verschillen zijn tussen publieke omroepen en commerciële zenders. 

Slide 3 - Slide

Lesdoelen 2.1
1. Je kan vertellen waarom digitale media zowel vrijheid kan geven als kan afnemen.
2. Je kan de ontwikkeling van de televisiewereld toelichten.
3. Je kan vertellen wat er bedoeld wordt met on-demand economie.
4. Je kan de rol van sociale media toelichten in het huidige digitale tijdperk.
5. Je kan uitleggen hoe een medium zorgt voor een gepersonaliseerd aanbod.
6. Je kan vertellen wat het nadeel is van een gepersonaliseerd aanbod.

Slide 4 - Slide

Digitalisering van de media

> bieden vrijheid
> beperken van vrijheid


Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

On-demand economie
Een economie waarbij de wens van de klant of de gebruiker direct of zo snel mogelijk vervuld wordt.

Rol van de ontvanger: ook interactief

Sociale media: alle internetmedia waarop je zelf informatie kunt delen met anderen.

Sociale media hebben een toenemende invloed en de gebruikers ervan ook (zie influencers)

Slide 7 - Slide

Gepersonaliseerd aanbod
Algoritmes: ingewikkelde wiskundige berekeningen die jouw interesses voorspellen en daarop inspelen
Tegenwoordig 'betaal je' met je data.
Data: verzameling gegevens van jou die een bedrijf bewaart om een volledig beeld te maken.

+ Je ziet wat jij leuk vindt.
- Privacy vb. locatie delen (Snapchat)
- Je blijft 'hangen' in jouw voorkeuren. Hiermee wordt jouw beeld 'werkelijkheid'


Slide 8 - Slide

Slide 9 - Link

Filterbubbel
Selectieve waarneming: je kiest zelf wat je wilt zien en horen.
> Bedrijven sluiten hierop aan

Filterbubbel/ informatieluchtbel:
je ontvangt alleen nog maar informatie die jouw mening bevestigt.

Tip: Haal niet alleen je informatie uit sociale media, maar ook uit kranten, tv-programma's en nieuwssites.


Slide 10 - Slide

Lesdoelen 2.2

1. Je kan het verschil uitleggen tussen de traditionele en nieuwe digitale media.
2. Je kan vertellen wat een redactie is en doet.
3. Je kan vertellen wat de verschillen zijn tussen populaire en kwaliteitskranten.
4. Je kan vertellen wat kenmerkend is voor tijdschriften.
5. Je kan vertellen wat de verschillen zijn tussen publieke omroepen en commerciële zenders.

Slide 11 - Slide

Traditionele media
O.a. televisie, krant, radio

Redactie: een professionele groep mensen die bepaalt wat er in een krant, tijdschrift of programma komt.

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Slide 14 - Slide







Beeldvorming
: de manier waarop een nieuwsfeit wordt gebracht.
Populaire krant
Verschil
Kwaliteitskrant
Vb. De Telegraaf, AD, regionale kranten
Voorbeelden
Vb. De Volkskrant, Trouw, Parool, NRC(next)
Grote kleurrijke koppen, veel sensationele afb.
Opmaak
Rustige opmaak, zakelijke afbeeldingen
Criminaliteit, sport, showbizz
Onderwerpen
Economie (b + b)
Politiek ('ontwikkelingen')
Iedereen
Doelgroep
Hoger opgeleiden
Kort, eenvoudig taalgebruik
Soort artikelen
Ook achtergrond-artikelen, lastige woorden, langere zinsbouw

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Tijdschriften
Kenmerkend: richten zich op één doelgroep
Doelgroep: een groep mensen met een zelfde interessegebied

Oplage: aantal bladen (exemplaren) dat per keer wordt gedrukt

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

Publieke omroep
Verschil
Commerciële zender
Vb. Max, BNN, KRO, NCRV
Voorbeelden
Vb. RTL4/5/8, SBS, Net5 
Gebonden aan regels; er moet een bepaald percentage: sport, kunst, cultuur, politiek en amusement aangeboden worden.

Programmering
Vrij in keuze
Informeren
Pluriformiteit: er bestaan veel verschillende media waarin verschillende meningen naar voren komen 
Doel
Winst maken:
Hoge kijkcijfers halen
- Geld van de overheid
- Ledengeld
- Reclames
Financiering
Reclame
Enkel tussen twee programma's in. Het programma mag niet onderbroken worden.
Reclame
Het programma wordt regelmatig onderbroken voor reclame > soap

Slide 19 - Slide