5.7 Interpoleren en extrapoleren

Kies de juiste soort stijgen of
dalen die bij dit toenamediagram hoort
A
toenemend stijgend
B
afnemend stijgend
C
toenemend dalend
D
afnemend dalend
1 / 13
next
Slide 1: Quiz
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Kies de juiste soort stijgen of
dalen die bij dit toenamediagram hoort
A
toenemend stijgend
B
afnemend stijgend
C
toenemend dalend
D
afnemend dalend

Slide 1 - Quiz

Op het interval [5, 6]
zit bij de grafiek een ...
A
minimum
B
maximum
C
nulpunt
D
knik

Slide 2 - Quiz

Bereken de gemiddelde
verandering
op het interval [2, 6]
A
-25
B
25
C
-0.04
D
0.04

Slide 3 - Quiz

Slide 4 - Slide

Voorbeeld interpoleren
Wam
Uitgaande van deze gegevens kan je nu een schatting geven van de hoeveelheid frisdrank die in 1998 door de Nederlander gemiddeld werd gedronken. 

Slide 5 - Slide

Voorbeeld interpoleren
Wam
Stap 1: Kijk waar 1998 tussen ligt.

Slide 6 - Slide

Voorbeeld Interpoleren
1998?


In 7 jaar zie je een toename van 13 L
Dus in 1 jaar is dit        liter
1998 is 3 jaar later, dus 3 x        liter
dus de schatting voor 1998 is 81 + 3 x        = 87 liter
1995
2002
81 L
94 L
713
713
713

Slide 7 - Slide

Nog een voorbeeld
Nog een voorbeeld
In de tabel afgerond op 2 decimalen, dus antwoord ook!!!

Slide 8 - Slide

Geef door interpoleren een schatting van het aantal verkochte vliegvakanties in 2001.

Slide 9 - Open question

Antwoord
In 12 jaar tijd 5211 - 4955 = 256
in 1 jaar               = 21,33...
2001 is 1 jaar later, 
dus 
4955 + 21,33... = 4976 vliegvakanties.


12256

Slide 10 - Slide

Geef door interpoleren een schatting van het aantal verkochte vliegvakanties in 1999.

Slide 11 - Open question

Antwoord
In 4 jaar tijd 4955-4163= 792
in 1 jaar               = 198
1999 is 3 jaar later, 
dus 
4163 + 3 x 198 = 4757 vliegvakanties.


4792

Slide 12 - Slide

Huiswerk
Opgaven 18, 20, 21 en 22

Slide 13 - Slide