Borderline

Borderline
1 / 46
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 3

This lesson contains 46 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Borderline

Slide 1 - Slide

Inhoud vandaag
* Wat is borderline?
* Ontstaan van borderline
* Kenmerken van borderline
* Behandelingen voor borderline
* Begeleidingsadviezen
* Quiz (als de tijd het toelaat)

Slide 2 - Slide

“Welke woorden of beelden komen bij je op als je denkt aan ‘borderline’?”

Slide 3 - Slide

Wat is Borderline? (DSM-5)
Borderline is een persoonlijkheidsstoornis (BPS) is een psychische stoornis waarbij emoties, gedachten en gedrag moeilijk te reguleren zijn. Mensen met BPS ervaren vaak intense emoties, impulsiviteit, wisselende relaties en een wisselend zelfbeeld.

Slide 4 - Slide

Borderline-PS komt het meest voor op jongvolwassen leeftijd en neemt vervolgens af met de leeftijd. In de leeftijd van 30 tot 50 jaar bereikt de meerderheid van de mensen met borderline grotere stabiliteit in hun relaties en beroepsmatig functioneren. Het geleidelijke herstel van borderline treedt ook op zonder behandeling. In Amerikaans onderzoek herstelde een grote meerderheid binnen tien jaar. Dit is deels te verklaren door de verandering in relevante persoonlijkheidsstrekken met de leeftijd, zoals een verhoging van emotionele stabiliteit en een afname van impulsiviteit

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Symptomen van Borderline
Borderline kenmerkt zich door instabiliteit en veel abrupte veranderingen in gevoelens, stemmingen, relaties, zelfbeeld en gedrag.
Mensen met borderline kunnen last hebben van meerdere van de volgende klachten:
- Impulsiviteit 
- Stemmingswisselingen
- Zwart-wit denken
- Extreme verlatingsangst
- Opzettelijke zelfbeschadiging (automutilatie)
- Identiteitsproblemen
- Psychotische verschijnselen 


Slide 7 - Slide

Kenmerken (DSM-5 samengevat):
  • Heftige reacties op angst om verlaten te worden.
  • Instabiele relaties (van idealiseren → devalueren).
  • Wisselend zelfbeeld.
  • Impulsief gedrag (bijv. middelen, eten, geld, seks).
  • Heftige stemmingswisselingen.
  • Leegtegevoelens.
  • Onbeheerste boosheid.
  • Paranoïde gedachten of dissociatie (uit elkaar vallen) bij stress.
  • Automutilatie / suïcidaliteit (altijd serieus nemen).

Slide 8 - Slide

Impulsiviteit
Iemand met borderline kan zich halsoverkop in een nieuwe relatie storten of na het lezen van een interessante vacature plotseling van baan veranderen. Dit gebeurt dan zonder goed na te denken over de gevolgen van zo’n beslissing.

Die impulsiviteit kan extreme vormen aannemen. Dat kan tot uiting komen in smijten met geld, overmatig gebruik te maken van alcohol of drugs, eetstoornissen en snel wisselende seksuele contacten. Ook woede-uitbarstingen kunnen erbij horen.
Stemmingswisselingen
De stemming kan gemakkelijk omslaan van somberheid en angst in vrolijk en tevredenheid en andersom.

Iemand met borderline lijkt ‘overgevoelig’ te reageren op gebeurtenissen en uitspraken. Een ogenschijnlijk onschuldige opmerking kan tot een woede-uitbarsting leiden. Korte tijd later gevolgd door een vrolijke bui, alsof er niets is gebeurd.

Slide 9 - Slide

Zwart-wit denken
Bij borderline wordt de wereld opgedeeld in uitersten: zwart en wit, goed en slecht, mooi en lelijk, alles of niets

Er bestaan geen grijstinten. Iemand is of

 fantastisch leuk of onuitstaanbaar.
 De mening over één en dezelfde persoon kan in korte tijd helemaal omslaan.
Extreme verlatingsangst
Mensen met borderline hebben een grote behoefte aan intieme relaties, maar zijn daar tegelijkertijd bang voor. Ze zijn extreem bang om in de steek gelaten te worden. 

Mensen met borderline leggen vaak makkelijk contacten. Maar hun verwachtingen zijn zo hoog dat niemand eraan kan voldoen.

Alleen zijn vinden ze vaak erg moeilijk. Het kan hen in grote paniek brengen. Ze eisen daarom iemands aandacht en liefde volledig op.

Slide 10 - Slide

Opzettelijke zelfbeschadiging (automutilatie)
Veel mensen met borderline krassen zichzelf met scherpe voorwerpen of branden zich met een sigaret.
Ook gedachten over of pogingen tot zelfdoding komen veel voor.
Identiteitsproblemen
Mensen met borderline hebben meestal weinig zelfvertrouwen en een negatief zelfbeeld.
Ze zijn buitengewoon gevoelig voor opmerkingen die ze als kritiek ervaren.
Ze twijfelen constant over wat ze zullen aanpakken en wat ze met hun leven willen.

Slide 11 - Slide

“Welke van deze kenmerken denk jij dat het moeilijkst is voor mensen in de omgeving?”

Slide 12 - Slide

Erfelijkheid & biologische factoren

De belangrijkste biologische factor is aanleg (40%-60%)
Impulsief gedrag, heftige emoties en stemmingswisselingen kunnen in aanleg aanwezig zijn. Dit heeft te maken met de verwerking van prikkels in de hersenen.

Slide 13 - Slide

Hechtingsproblemen in de jeugd
Veel mensen met borderline hebben in hun jeugd onveilige of wisselende hechting meegemaakt, zoals:

  • ouders die onvoorspelbaar reageren
  • afwisselend warmte geven én afstandelijk zijn
  • emotioneel niet beschikbaar zijn
  • een omgeving waarin emoties niet worden erkend

Kort:
 Als de omgeving niet voorspelbaar is, leert een kind zichzelf minder goed reguleren.

Slide 14 - Slide

Psychische en sociale factoren/ Traumatische ervaringen
Psychische en sociale factoren spelen ook een belangrijke rol bij borderline. Hierbij gaat het vooral om ingrijpende ervaringen en gevoelens van grote onveiligheid in de kindertijd.
Om die reden hebben mensen met borderline vaak moeite om anderen te vertrouwen.

Het gevoel van onveiligheid kan een duidelijk aanwijsbare oorzaak hebben, zoals lichamelijke of emotionele verwaarlozing, mishandeling, seksueel misbruikeen scheiding van de ouders, verlies van een ouder/ dierbare

Maar het kan ook minder duidelijk zijn waar het onveilige gevoel vandaan komt, bijvoorbeeld wanneer er sprake was van emotionele verwaarlozing of wanneer een gebeurtenis of persoon onbewust als onveilig ervaren is.

Slide 15 - Slide

Behandeling van borderline
Iemand met borderline heeft meestal het meeste aan een ambulante of poliklinische behandeling

Ook zijn er verschillende vormen van psychotherapie mogelijk om minder klachten en minder last van de gevolgen te hebben. Een aantal voorbeelden hiervan zijn: cognitieve gedragstherapie, schematherapie en systeemtherapie.
Soms is een tijdelijke opname in een psychiatrisch ziekenhuis noodzakelijk. Bijvoorbeeld wanneer de spanningen te hoog oplopen, de persoon zichzelf ernstig verwondt, gevaarlijk gedrag vertoont of de neiging heeft tot zelfdoding. 
Dit wordt besloten aan de hand van gesprekken met de patiënt, de huisarts, de behandelaar en vaak ook de familie.

Verder zijn medicijnen een belangrijk hulpmiddel, zoals kalmerende middelen, lithium, antipsychotica en antidepressiva. Deze kunnen namelijk de verschijnselen verminderen. 

Slide 16 - Slide

Medicatie bij Borderline stoornis

  • Kalmerings- en slaaptabletten 
  • Antipsychotica
  • Stemmingsregulerende middelen
  • Antidepressiva

Slide 17 - Slide

Casus Lisa (21 jaar):

Lisa is erg gehecht aan haar persoonlijk begeleider. Als die begeleiding even geen tijd heeft, raakt ze overstuur en stuurt ze appjes als: “Je laat me weer alleen… ik denk dat ik niets waard ben.” Een uur later kan ze ineens vrolijk zijn en zeggen dat ze zich super gesteund voelt door hetzelfde team.

Slide 18 - Slide

“Welk(e) kenmerk(en) van borderline herken je in deze casus?”

 “Wat zou jij als begeleider doen of juist niet doen?”

Slide 19 - Slide

Wat werkt wél in de begeleiding?
  • Structuur en voorspelbaarheid
  • Duidelijkheid en grenzen (consequent maar warm)
  • Rustig blijven bij emotionele uitbarstingen
  • Checken: “Wat heb jij nu nodig?”
  • Niet meegaan in manipulatie, maar wel serieus nemen
  • Zelfzorg en teamafspraken (grenzen bewaakt door het team)

Slide 20 - Slide

Wat werkt niet?
  • Onvoorspelbaarheid
  • Mee-ademen met emoties (“goedpraten” of “tegenpraten”)
  • Overstappen naar persoonlijke communicatie (privénummers etc.)
  • Dreigen met straf of consequenties uit boosheid

Slide 21 - Slide

Adviezen 
  • Niet direct vriendschappelijke banden aangaan
  • professionele afstand bewaren
  • Klachten serieus nemen, maar niet te uitgebreid op ingaan
  • Complimenten geven
  • Regels hanteren,
  • Discussie vermijden
  • Iedereen moet op 1 lijn zitten!!

Slide 22 - Slide

“Wat is (of zou) voor jou het moeilijkste (zijn) in het stellen van grenzen bij deze doelgroep?”

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Video

“Wat neem jij mee uit deze les voor je werkzaamheden in de praktijk?”

Slide 25 - Slide

Bedankt!!!
Bedankt voor het 
meedoen!!!

Slide 26 - Slide

QUIZ

Slide 27 - Slide

Wat voor stoornis is Borderline?
A
Afhankelijkheidsstoornis
B
Persoonlijkheidsstoornis
C
Angststoornis
D
Psychotische stoornis

Slide 28 - Quiz

Hoeveel mensen in Nederland hebben borderline?
A
40.000
B
185.000
C
233.000
D
350.000

Slide 29 - Quiz

Wat zijn de kenmerken van een borderline persoonlijkheidsstoornis?
A
Snel gevoel van afwijzing, verlatingsangst, heftige emoties, relatie onderhouden is moeilijk
B
Erg impulsief, vlak of gevoelloos, vaak in combi met 1 andere stoornis.
C
Sprake van middelen gebruik en veel wisselende seksuele contacten.

Slide 30 - Quiz

iemand met borderline lijdt zelf erg onder de stoornis
A
waar
B
niet waar

Slide 31 - Quiz

Wanneer komen borderline symptomen vaak eerst tot uiting.
A
Tussen 10 en 20 jaar
B
Tussen 15 en 25 jaar
C
Tussen 20 en 30 jaar
D
Tussen 25 en 35 jaar

Slide 32 - Quiz

Iemand met een borderline is afwachtend en nuanceert de zaken.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 33 - Quiz

Wie mag een psychisch ziektebeeld vaststellen bij een persoon?
A
Huisarts
B
Psycholoog
C
Psychiater
D
Gedragsspecialist

Slide 34 - Quiz

Borderline valt onder....
A
Angststoornissen
B
Persoonlijkheidsstoornissen
C
Psychotische stoornissen
D
Stemmingsstoornissen

Slide 35 - Quiz

Wat is geen kenmerk van borderline
A
woedeaanvallen
B
geen schuldgevoel
C
stemmingswisselingen
D
verlatingsangst

Slide 36 - Quiz

Wat zijn mogelijke oorzaken van borderline
A
Een veilige jeugd
B
zuurstofgebrek bij geboorte
C
drugsgebruik
D
onveilige jeugd

Slide 37 - Quiz

Het voornaamste kenmerk van borderline is sterke wisselingen in:
A
stemmingen, gedachten en gedrag
B
wanen, hallucinaties en gedrag
C
groepsgedrag, agressie
D
aandacht vragen en manipuleren

Slide 38 - Quiz

Welk specifiek gedrag kenmerkt iemand met borderline
A
Abrupte veranderingen in gevoelens, stemmingen, relatie, zelfbeeld en gedrag
B
Flexibel kunnen reageren op alle eisen van de dag 
C
Kan de eigen impulsen goed beheersen
D
Makkelijk te herkennen gedrag 

Slide 39 - Quiz

De oorzaak van Borderline kan zijn?
A
onveilige hechting
B
haat- liefde relatie/hechting
C
genetisch bepaald
D
alle drie de antwoorden zijn goed

Slide 40 - Quiz

Een client met Borderline is instabiel, als het gaat om relaties met anderen, hun zelfbeeld, hun identiteit en hun emoties.
A
dat is niet waar
B
dat is waar

Slide 41 - Quiz

Hoe word het gediagnostiseerd?
A
DSM 5 Diagnose
B
DMS 5 Diagnose
C
MSD 5 Diagnose

Slide 42 - Quiz

Een cliënt met borderline...
A
Iemand met borderline kan naar een ander toe snel van houding wisselen.
B
Iemand met borderline houdt geen rekening met een ander.
C
Iemand met borderline houdt niet werkelijk van iemand anders.

Slide 43 - Quiz

Aandachtspunten bij het verzorgen/begeleiden bij een cliënt met Borderline.
Je ben je als VP:
A
Betrouwbaar
B
Consequent
C
Geef je je grenzen aan
D
Geef je de client zijn eigen regie

Slide 44 - Quiz

“Wat neem jij mee uit deze les voor je werkzaamheden in de praktijk?”

Slide 45 - Slide

Bedankt!!!
Bedankt voor het 
meedoen!!!

Slide 46 - Slide