This lesson contains 15 slides, with interactive quiz and text slides.
Lesson duration is: 80 min
Report this lesson
Items in this lesson
Wat doen we vandaag?
Vragen grammatica?
Bespreken Mandatum 9
Bespreken opdr. 20 en 21
Vervolg H. 30
Slide 1 - Slide
Vragen Grammatica?
Slide 2 - Open question
Geen vragen (meer)?
Maak maar twee rijtjes....
Slide 3 - Slide
Hulpboek blz. 139
Mandatum 9
Slide 4 - Slide
Mandatum 9
Slide 5 - Slide
Ad Portas
Taalboek blz 112.
Hulpboek blz. 55,
Opdracht 20-21.
Slide 6 - Slide
Opdracht 20
a. complebatur, audiebantur, habebantur, orabatur.
b. Omdat het er niet om gaat wie precies deze handelingen verricht, maar op de gebeurtenissen zelf: de focus ligt op wat de stad Rome als geheel ondergaat.
c. In het imperfectum, omdat het imperfectum de werkwoordstijd is die gebruikt wordt bij het beschrijven van een (langdurige) toestand.
d. anxiae (r.4)
Slide 7 - Slide
Opdracht 21 1 t/m 8
Bij de poorten
Over het gevecht, dat bij Cannae werd uitgevochten, was in de stad lange tijd niets zeker.
Langzamerhand kwamen de eerste berichten over de nederlaag in Rome aan.
De stad werd gevuld door geruchten.
Overal in de straten werden angstige stemmen gehoord.
Overal werden droevige gesprekken gehouden:
‘Wat is er met de Romeinse legioenen gebeurd?
Hoe groot is het aantal doden?
Wij zijn hier in de stad toch wel veilig?
Slide 8 - Slide
Ad Portas
Taalboek blz 112.
Hulpboek blz. 55,
Maak Opdracht 21, t/m 16.
timer
20:00
Slide 9 - Slide
Opdracht 21 9 t/m 16
Rome zelf zal toch niet door Hannibal veroverd of zelfs vernietigd worden?
Wij zullen toch niet allen gedood worden of als slaven verkocht worden?’
Bij alle tempels werd om de hulp van de goden gesmeekt door grote menigtes vrouwen, die huilden en schreeuwden:
‘Waar zijn onze echtgenoten en zonen en vaders, die door ons zeer worden bemind?
Zijn ze allemaal dood?
Jullie, die altijd met zeer grote eerbied door de Romeinen vereerd worden, laten toch zeker niet toe dat dit gebeurt?’
Slide 10 - Slide
Ad Portas
Taalboek blz 113
Hulpboek blz. 57,
Maak Opdracht 23.
timer
10:00
Slide 11 - Slide
Opdracht 23 ab
a. Het bijvoeglijk naamwoord maximus is vooraan de zin geplaatst (‘Zeer groot is het aantal (van) doden.’), waardoor het extra nadruk krijgt. Ook de voorafgaande (cladem maximam) en de volgende zin (plurimae) begint hij trouwens met een superlativus: Fabius spaart zijn publiek niet en maakt de grote ernst van de situatie met deze woorden heel duidelijk.
b. Postea…postea.
Slide 12 - Slide
Opdracht 23 c-d
c. Later is er tijd voor rouw en verdriet, maar nu moet er daadkrachtig opgetreden worden.