Bijvoeglijke naamwoorden

Zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, lidwoorden


1 / 7
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsSecundair onderwijsA-stroomLeerjaar 1

This lesson contains 7 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 10 min
Report this lesson

Items in this lesson

Zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, lidwoorden


Een ___ meisje

A

Slim

B

Slimme

Wat is de woordsoort van het onderstreepte woord? Mijn broer heeft gisteren een nieuw paar schoenen gekocht.

A

Zelfstandig naamwoord

B

Bijvoeglijk naamwoord

C

Lidwoord

D

Werkwoord

Sleep in het juiste vak

Bijvoeglijk naamwoord

Geen bijvoeglijk naamwoord

Lopen

Verlegen

Ongeduldig

Verward

De vrouw woont in een ___ huis.

A

Oud

B

Oude

Groepeer: sleep de woorden in het juiste vak

Zelfstandige naamwoorden

Bijvoeglijke naamwoorden

Gevaarlijk

Moeilijk

Omgeving

Vriendelijk

Welke trap van vergelijking is juist?

A

Veel - veler - veelst

B

Sneller - snelder - snelst

C

Interessant - interessanter - interessantst