Schaal + doorsnede les 2

1 / 14
next
Slide 1: Video
RekenenMiddelbare schoolBeroepsopleidingMBOLeerjaar 1Studiejaar 2

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Video

Waar gaat D2 over?
  • Plattegronden 
  • Schaal en schaallijn
  • Aanzichten en doorsneden
  • Uitslagen 
  •  Bouwtekeningen 

Slide 2 - Slide

D2 Plattegronden
Op een plattegrond kan je afstanden meten en berekenen, maar bijvoorbeeld ook de weg wijzen. Vaak staat er daarom een kompasroos aangegeven welke aangeeft wat het Noorden is. 
Wanneer je bij een opdracht de route moet uitschrijven, moet je dus altijd aangeven in welke richting je in het begin moet uitlopen. 

Slide 3 - Slide

Plattegronden
Bij plattegronden wordt ook vaker gebruik gemaakt van coördinaten. 

Slide 4 - Slide

2.6 en 2.9 Schaal en schaallijn
Een tekening op schaal is een verkleinde weergave van de werkelijkheid. 
Bij 1:50 is alles in werkelijk eenmaal zo groot. 
1 cm op de tekening is dus 50 cm in werkelijkheid. 

Slide 5 - Slide

De schaal is 1 : 200
Op de tekening is de afstand 25 cm. Hoeveel meter is het in werkelijkheid?
A
5000
B
500
C
50
D
5

Slide 6 - Quiz

Schaallijn
De schaal staat niet altijd standaard gegeven, soms staat er een schaallijn. In dat geval moet je zelf meten hoe lang de schaallijn is en welke werkelijke afstand erbij staat om de schaal te bepalen.

Slide 7 - Slide


Slide 8 - Open question

Tekening
Werkelijkheid
Schaal
20 cm
300 cm
1:
3 cm
1,5 m
1:
35 cm
... km
1:20.000
...cm
150 cm
1:15
1,5 cm
37,5 cm
1:
10
15
25
50
7

Slide 9 - Drag question

Aanzichten en doorsneden
Een voorwerp heeft verschillende aanzichten. Een vooraanzicht, een bovenaanzicht, een achteraanzicht, een rechterzijaanzicht, een linkerzijaanzicht en een onderaanzicht

Slide 10 - Slide

Doorsnede
Een doorsnede is letterlijk een bepaald figuur doormidden gesneden. Door het doormidden snijden van een figuur, kan een figuur een andere vorm krijgen vanuit een bepaald aanzicht. Om te bepalen welke vorm, moet je de ruimtelijke en vlakke figuren kennen. 

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Huiswerk
Maak de opdrachten van 2.9
vraag 1,2,3,7 en 9

Slide 14 - Slide